Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 88

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt de toerekening van beroepsinkomsten tussen echtgenoten. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de beroepsinkomsten van één echtgenoot minder bedragen dan 30 % van het totale bedrag van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten, wordt hem van de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot een deel toegerekend. Dat deel is zo groot dat de som van zijn eigen beroepsinkomsten en het toegerekende deel 30 % van dat totale bedrag bereikt, "doch niet hoger is dan" een in de wet vermeld geïndexeerd bedrag. Wanneer beide echtgenoten de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar, geldt een hoger geïndexeerd bedrag. De wet past de toerekening niet toe wanneer daardoor de belasting, samen met de belasting op bepaalde inkomsten uit roerende goederen en diverse inkomsten en op bepaalde meerwaarden op roerende waarden en titels, voor beide echtgenoten samengenomen wordt verhoogd.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is de personenbelasting. In het wetboek staat de bepaling bij het beroepsinkomen, onder de toekenning en toerekening van een deel van de beroepsinkomsten aan de echtgenoot. Ze geldt wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de beroepsinkomsten van één echtgenoot minder bedragen dan 30 % van het totale bedrag van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht. Voor het percentage geldt symbolisch: bij een totaal bedrag T van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten en eigen beroepsinkomsten E van één echtgenoot, met E lager dan T × 30 %, bereikt de som van E en het toegerekende deel T × 30 %, in één stap afgerond op hele centen. Het toegerekende deel is dan T × 30 % − E, binnen de grens van het geïndexeerde bedrag uit de wet.

Veelgemaakte fouten

  • De toerekening toepassen zonder gemeenschappelijke aanslag. De wet vereist dat een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
  • De hogere grens toepassen wanneer slechts één echtgenoot 66 jaar is. De wet vereist dat beide echtgenoten die leeftijd hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar.
  • Het basisbedrag uit de wettekst gebruiken alsof het het geldende bedrag is. De wet vermeldt het als geïndexeerd bedrag.
  • De toerekening toepassen wanneer ze de belasting voor beide echtgenoten samengenomen verhoogt. De wet sluit dat uit.

Verwante bepalingen

  • WIB92:17 — laag 1 verwijst naar § 1, 1° tot 3° en 6° ervan. Volgens zijn tekst zijn dat, als opbrengsten van roerend vermogen, de dividenden, de interest, de niet in 5° vermelde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, en carried interest verkregen door een carried interest begunstigde.
  • WIB92:90 — laag 1 verwijst naar het eerste lid, 1°, 6° en 9° ervan. Volgens zijn tekst zijn diverse inkomsten onder meer loten van effecten van leningen, met uitzondering van de loten die van elke Belgische zakelijke en personele belasting of van elke belasting zijn vrijgesteld (6°), en meerwaarden die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid en in het kader van normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van bepaalde aandelen, winstbewijzen of financiële activa (9°); onder 1° vallen winst of baten, hoe ook genaamd, die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privé-vermogen.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet hoe het totale bedrag van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten zelf wordt vastgesteld.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de beroepsinkomsten van één echtgenoot minder bedragen dan 30 % van het totale bedrag van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten, wordt hem van de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot een zodanig deel toegerekend dat de som van zijn eigen beroepsinkomsten en het toegerekend deel 30 % van dat totale bedrag bereikt, doch niet hoger is dan 11.780 euro (geïndexeerd bedrag) . Wanneer beide echtgenoten de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar, wordt het in het eerste lid vermelde bedrag gebracht op 12.790 euro (geïndexeerd bedrag). Deze bepaling wordt niet toegepast wanneer daardoor de belasting Staat verhoogd met de belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 6° , en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn, voor beide echtgenoten samengenomen wordt verhoogd.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.