Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 87

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt de toerekening van een deel van de beroepsinkomsten aan de echtgenoot. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en slechts één van de echtgenoten beroepsinkomsten heeft verkregen, wordt een deel daarvan toegerekend aan de andere echtgenoot. Dat deel bedraagt 30 % van die inkomsten, maar mag niet hoger zijn dan een geïndexeerd maximumbedrag. Er zijn twee maximumbedragen: een voor wanneer beide echtgenoten de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar, en een voor de andere gevallen. De toerekening gebeurt niet wanneer daardoor de belasting, verhoogd met de belasting op bepaalde roerende en diverse inkomsten en meerwaarden, voor beide echtgenoten samen genomen wordt verhoogd; de tekst in de gegevens luidt op die plaats "de belasting Staat verhoogd met de belasting op". Het gaat om de inkomsten vermeld in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 6°, en 90, eerste lid, 6° en 9°, en om de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is de personenbelasting. In het wetboek staat de bepaling bij het beroepsinkomen, onder de toekenning en toerekening van een deel van de beroepsinkomsten aan de echtgenoot. Ze richt zich tot echtgenoten ten laste van wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en van wie slechts één beroepsinkomsten heeft verkregen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Voor de maximumbedragen: bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht. Symbolisch: bij beroepsinkomsten I van de enige echtgenoot met beroepsinkomsten is het toegerekende deel I × 30 %, in één stap afgerond op hele centen, maar hoogstens het geldende geïndexeerde maximumbedrag M. Het toegerekende deel is dus het laagste van I × 30 % en M, waarbij M afhangt van de vraag of beide echtgenoten de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar.

Veelgemaakte fouten

  • De toerekening als een keuze lezen. De wet zegt dat een deel wordt toegerekend aan de andere echtgenoot, behalve in het uitgezonderde geval.
  • De toerekening toepassen wanneer beide echtgenoten beroepsinkomsten hebben verkregen. De wet spreekt van het geval waarin slechts één van de echtgenoten beroepsinkomsten heeft verkregen.
  • Het hogere maximumbedrag toepassen wanneer slechts één echtgenoot de leeftijd van 66 jaar heeft bereikt. De wet vereist dat beide echtgenoten die leeftijd hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar.
  • De basisbedragen uit de wettekst gebruiken alsof het de geldende bedragen zijn. De wet vermeldt ze als geïndexeerd bedrag.

Verwante bepalingen

  • WIB92:17 — volgens zijn tekst zijn inkomsten uit roerende goederen en kapitalen onder meer dividenden (1°), interest (2°), de niet in 5° vermelde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen (3°) en carried interest verkregen door een carried interest begunstigde (6°).
  • WIB92:90 — volgens zijn tekst zijn diverse inkomsten onder meer winst of baten die, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privé-vermogen (1°), loten van effecten van leningen, met uitzondering van de loten die van elke Belgische zakelijke en personele belasting of van elke belasting zijn vrijgesteld (6°), en bepaalde meerwaarden die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid en in het kader van normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van aandelen, winstbewijzen of financiële activa (9°).
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet hoe groot de geïndexeerde maximumbedragen in een bepaald aanslagjaar zijn.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en slechts één van de echtgenoten beroepsinkomsten heeft verkregen, wordt een deel daarvan toegerekend aan de andere echtgenoot, behalve wanneer daardoor de belasting Staat verhoogd met de belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 6° , en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn, voor beide echtgenoten samen genomen wordt verhoogd. Dat deel bedraagt 30 % van die inkomsten, doch mag niet hoger zijn dan: 1° wanneer beide echtgenoten de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt op 1 januari van het aanslagjaar: 12.790 euro (geïndexeerd bedrag); 2° in de andere gevallen: 11.780 euro (geïndexeerd bedrag).

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.