Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 75

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel somt vaste activa en kosten op waarop de investeringsaftrek evenmin van toepassing is. Het gaat om: vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt; vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met het doel het recht van gebruik ervan bij leasingcontract, bij overeenkomst van erfpacht of opstal, of bij enig gelijkaardig onroerend recht aan een derde over te dragen, ingeval de onderneming die het recht heeft verkregen ze kan afschrijven; vaste activa waarvan het recht van gebruik op een andere wijze aan een andere belastingplichtige is overgedragen, met een uitzondering die hieronder staat; vaste activa die niet afschrijfbaar zijn en vaste activa waarvan de afschrijving over minder dan 3 belastbare tijdperken is gespreid; personenauto's en auto's voor dubbel gebruik, met inbegrip van de lichte vrachtauto's bedoeld in artikel 4, § 3, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen; bij de aankoopprijs komende kosten en onrechtstreekse productiekosten wanneer die niet samen met de vaste activa waarop ze betrekking hebben worden afgeschreven; en, alleen voor de basisaftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 1°, vaste activa gebaseerd op of die gebruik maken van voor het milieu en klimaat schadelijke stoffen. Welke investeringen onder die laatste uitsluiting vallen, bepaalt, wijzigt of vervangt de Koning in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, in een te actualiseren lijst: de "klimaat- en milieu-uitsluitingslijst".

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de economische vrijstellingen van het beroepsinkomen, onder de investeringsaftrek. Ze richt zich tot wie de investeringsaftrek wil toepassen, en voor de lijst tot de Koning en de overleggroepen en ministers die advies geven.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Voorbeeld met enkel getallen uit de wettekst: een vast actief waarvan de afschrijving over minder dan 3 belastbare tijdperken is gespreid, valt buiten de investeringsaftrek.

Veelgemaakte fouten

  • De aftrek toepassen op een vast actief dat niet uitsluitend voor de beroepswerkzaamheid wordt gebruikt. De wet sluit vaste activa uit die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt.
  • Elke overdracht van het recht van gebruik aan een andere belastingplichtige als grond voor uitsluiting beschouwen. De uitsluiting geldt niet als de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon of aan een vennootschap die zelf aan de voorwaarden, criteria en grenzen voor de toepassing van de investeringsaftrek tegen eenzelfde of een hoger percentage voldoet, die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt.
  • Elk voertuig van een taxidienst of een autorijschool onder de uitsluiting voor personenauto's brengen. Niet begrepen zijn voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor een taxidienst of voor verhuring met bestuurder en op grond daarvan van de verkeersbelasting op de autovoertuigen vrijgesteld zijn, en voertuigen die in erkende autorijscholen uitsluitend worden gebruikt voor praktisch onderricht en daartoe speciaal zijn uitgerust.
  • De uitsluiting wegens schadelijke stoffen op elke aftrekcategorie toepassen. De wet beperkt ze tot de basisaftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 1°, met uitzondering van de vaste activa waarvoor er geen economisch vergelijkbaar koolstofemissievrij alternatief is.
  • Niet behandeld: de adviesprocedure voor de klimaat- en milieu-uitsluitingslijst, met een adviesvraag van de minister van Financiën, een nieuwe adviesvraag met een antwoordtermijn van een maand als binnen de drie maanden geen advies komt, en de mogelijkheid voor de Ministerraad om daarna zonder het advies van de ministers die niet antwoorden het ontwerp van besluit voor te leggen.

Verwante bepalingen

  • WIB92:69 — volgens zijn tekst kent de investeringsaftrek als aftrekcategorieën de basisaftrek (1°), de verhoogde thematische aftrek (2°) en de technologie-aftrek (3°), en kan de belastingplichtige voor éénzelfde vast actief slechts één aftrekcategorie kiezen.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet welke investeringen concreet op de klimaat- en milieu-uitsluitingslijst staan; dat bepaalt de Koning bij besluit.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

De investeringsaftrek is evenmin van toepassing op: 1° vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt; 2° vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met het doel het recht van gebruik ervan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht of opstal, of enig gelijkaardig onroerend recht aan een derde over te dragen, ingeval die vaste activa kunnen worden afgeschreven door de onderneming die het recht heeft verkregen; 3° vaste activa indien het recht van gebruik ervan anders dan op de wijze als vermeld sub 2° is overgedragen aan een andere belastingplichtige, tenzij de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon of aan een vennootschap, die zelf aan de voorwaarden, criteria en grenzen voor de toepassing van de investeringsaftrek tegen eenzelfde of een hoger percentage voldoet, die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt; 4° vaste activa die niet afschrijfbaar zijn en vaste activa waarvan de afschrijving over minder dan 3 belastbare tijdperken is gespreid; 5° personenauto's en auto's voor dubbel gebruik zoals deze omschreven zijn in de reglementering inzake inschrijving van motorvoertuigen, met inbegrip van de lichte vrachtauto's bedoeld in artikel 4, § 3, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, daaronder niet begrepen: a) voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor een taxidienst of voor verhuring met bestuurder en op grond daarvan van de verkeersbelasting op de autovoertuigen vrijgesteld zijn; b) voertuigen die in erkende autorijscholen uitsluitend worden gebruikt voor praktisch onderricht en daartoe speciaal zijn uitgerust; 6° bij de aankoopprijs komende kosten en onrechtstreekse productiekosten wanneer die kosten niet samen met de vaste activa waarop zij betrekking hebben worden afgeschreven. 7° voor wat betreft de in artikel 69, eerste lid, 1°, bedoelde basisaftrek, vaste activa gebaseerd op of die gebruik maken van voor het milieu en klimaat schadelijke stoffen, met uitzondering van de vaste activa waarvoor er geen economisch vergelijkbaar koolstofemissievrij alternatief is. De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt, in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad welke investeringen onder de in het eerste lid, 7°, bedoelde uitsluiting vallen op basis van de noodwendigheden van de markt, de stand van de technologie en de rentabiliteit voor de investeerder in een te actualiseren lijst. Deze lijst wordt de "klimaat- en milieu-uitsluitingslijst" genoemd. De klimaat- en milieu-uitsluitingslijst wordt opgemaakt of gewijzigd na voorafgaandelijk advies gevraagd door de minister van Financiën aan de bij samenwerkingsakkoord opgerichte thematische overleggroepen of, bij gebrek daaraan, aan de interministeriële conferentie in de zin van artikel 31bis van de gewone wet tot hervorming instellingen van 9 augustus 1980 binnen de bevoegdheden energie en omgeving, en aan de minister bevoegd voor Mobiliteit. Indien de in het derde lid aangeduide overleggroepen en minister geen advies overmaken binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën wordt de adviesvraag opnieuw gesteld aan de verschillende ministers van Leefmilieu en Energie in België, net als aan de minister bevoegd voor Mobiliteit, met een antwoordtermijn van een maand. Indien, in het vierde lid bedoelde geval, één of meerdere van de bevoegde ministers geen antwoord op de adviesvraag geven binnen de termijn van een maand, kan de Ministerraad zonder hun advies overgaan tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de klimaat- en milieu-uitsluitingslijst.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.