WIB 92, Art. 69/1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel werkt de verhoogde thematische aftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 2°, uit. De investeringen moeten gebeuren binnen een van vier thema's: investering in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie; investering in koolstofemissievrij vervoer; milieuvriendelijke investering; ondersteunende digitale investering. Per thema omschrijft de wet welke aanschaffingen van vaste activa bedoeld zijn: vaste activa voor de productie van hernieuwbare energie en het efficiënt verbruik van energie; vaste activa voor vervoersmiddelen die geen CO 2 uitstoten; vaste activa met een gunstige milieu-impact buiten die twee specifieke gevallen; en digitale vaste activa ter ondersteuning van de investeringen uit de eerste drie thema's. Voor elk thema bepaalt, wijzigt of vervangt de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad de lijst van de bedoelde vaste activa: de "energie-investeringslijst", de "vervoer-investeringslijst", de "milieu-investeringslijst" en de "investeringslijst voor digitale ondersteuning". De verhoogde thematische aftrek kan niet worden toegepast door ondernemingen in moeilijkheden of door een onderneming waarvoor een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een besluit van de Commissie die een door België verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt heeft verklaard.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de economische vrijstellingen van het beroepsinkomen, onder de investeringsaftrek. Ze richt zich tot wie de verhoogde thematische aftrek wil toepassen, en voor de lijsten tot de Koning en de ministers en overleggroepen die advies geven.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze bepaalt welke investeringen onder de verhoogde thematische aftrek vallen, niet hoeveel die aftrek bedraagt.
Veelgemaakte fouten
- De verhoogde thematische aftrek toepassen als onderneming in moeilijkheden, of als onderneming waarvoor een bevel tot terugvordering uitstaat na zo'n besluit van de Commissie. De wet zegt dat de aftrek dan niet kan worden toegepast.
- Een digitaal vast actief onder het vierde thema brengen zonder dat het een van de investeringen uit de eerste drie thema's ondersteunt. De wet spreekt van digitale vaste activa ter ondersteuning van die investeringen.
- Een investering met een gunstige milieu-impact onder de milieu-investeringslijst brengen terwijl ze onder het thema energie of vervoer valt. Het thema milieuvriendelijke investering geldt buiten die specifieke gevallen.
- Een lijst als onbeperkt geldig beschouwen. Elke lijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig; bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst verlengt de Koning de geldigheidstermijn éénmalig met een termijn van twee jaar.
- Niet behandeld: de adviesprocedure per lijst, met een advies dat binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën wordt verwacht en de mogelijkheid om daarna, zoals per lijst geregeld, zonder advies het ontwerp van besluit voor te leggen; en het stuk van § 1 dat in de tekst als "(...)" is weggelaten.
Verwante bepalingen
- WIB92:69 — volgens zijn tekst komt de investeringsaftrek in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht, kent hij de aftrekcategorieën basisaftrek, verhoogde thematische aftrek en technologie-aftrek, en kan de belastingplichtige voor éénzelfde vast actief slechts één aftrekcategorie kiezen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel zegt niet welke vaste activa concreet op de lijsten staan; dat bepaalt de Koning bij besluit.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De verhoogde thematische aftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 2°, kent volgende thema's waarbinnen de investeringen moeten gebeuren: 1° investering in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie; 2° investering in koolstofemissievrij vervoer; 3° milieuvriendelijke investering; 4° ondersteunende digitale investering. De verhoogde thematische aftrek kan niet worden toegepast door ondernemingen in moeilijkheden of door een onderneming waarvoor een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een besluit van de Commissie die een door België verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt heeft verklaard. (...) § 2. De aftrek voor investeringen in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, betreffen aanschaffingen van vaste activa voor de productie van hernieuwbare energie en het efficiënt verbruik van energie. De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van het energiebeleid en de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies van de Overleggroep Staat-Gewesten voor de energie ingericht door het samenwerkingsakkoord van 18 december 1991 tussen de Staat, het Waals gewest, het Vlaams gewest en het Brussels gewest betreffende de coördinatie van de activiteiten verbonden aan Energie. Deze lijst wordt de "energie-investeringslijst" genoemd. Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies. Indien de in het tweede lid bedoelde overleggroep geen advies overmaakt binnen de drie maanden, wordt door de minister van Financiën een adviesvraag gesteld aan de verschillende ministers van Energie in België afzonderlijk, met een antwoordtermijn van één maand. Indien in het vierde lid bedoelde geval, één of meerdere van de bevoegde ministers van Energie geen antwoord op de adviesvraag geven binnen de termijn van een maand, kan zonder hun advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de energie-investeringslijst. De energie-investeringslijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig. Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de energie-investeringslijst éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen. § 3. De aftrek voor investeringen in koolstofemissievrij vervoer bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, betreffen aanschaffingen van vaste activa voor vervoersmiddelen die geen CO 2 uitstoten. De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van het transportbeleid en de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies gevraagd aan de minister bevoegd voor Mobiliteit. Deze lijst wordt de "vervoer-investeringslijst" genoemd. Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies. Indien de minister bevoegd voor Mobiliteit geen antwoord op de adviesvraag geeft binnen de drie maanden, kan, in afwijking van het tweede lid, zonder voorafgaandelijk advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de vervoer-investeringslijst. De vervoer-investeringslijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig. Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de vervoer-investeringslijst éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen. § 4. De aftrek voor milieuvriendelijke investeringen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, betreft aanschaffingen van vaste activa die een gunstige milieu-impact hebben buiten de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde specifieke gevallen. De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van het milieubeleid en de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies van de bij samenwerkingsakkoord opgerichte thematische overleggroepen binnen de bevoegdheden Leefmilieu en Omgeving, of van de Interministeriële conferentie leefmilieu opgericht overeenkomstig artikel 31bis van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Deze lijst wordt de "milieu-investeringslijst" genoemd. Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies. Indien de in het tweede lid bedoelde overleggroepen geen advies overmaken binnen de drie maanden, wordt opnieuw een adviesvraag gesteld aan de verschillende ministers bevoegd voor Leefmilieu afzonderlijk, met een antwoordtermijn van één maand. Indien, in het vierde lid bedoelde geval, één of meerdere van de bevoegde ministers geen antwoord op de adviesvraag geven binnen de termijn van een maand, kan zonder hun advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de milieu-investeringslijst. De milieu-investeringslijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig. Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de milieu-investeringslijst éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen. § 5. De investeringsaftrek voor ondersteunende digitale investeringen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, betreft aanschaffingen van digitale vaste activa ter ondersteuning van de in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 3° bedoelde investeringen. De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt, in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies van de minister bevoegd voor Digitalisering. Deze lijst wordt de "investeringslijst voor digitale ondersteuning" genoemd. Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies. Indien de minister bevoegd voor Digitalisering geen antwoord op de adviesvraag geeft binnen de drie maanden, kan, in afwijking van het tweede lid, zonder voorafgaandelijk advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de investeringslijst voor digitale ondersteuning. De investeringslijst voor digitale ondersteuning, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig. Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de investeringslijst voor digitale ondersteuning éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.