Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 66

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 66 beperkt de aftrek van beroepskosten voor het gebruik van de voertuigen van artikel 65. Volgens paragraaf 1 zijn die kosten niet aftrekbaar, tenzij het om een voertuig gaat dat geen CO2 uitstoot. Paragraaf 1/1 maakt een afwijking voor oplaadbare hybridevoertuigen als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid: hun kosten, met uitsluiting van de brandstofkosten, zijn ook aftrekbaar, de elektriciteitskosten tegen het in paragraaf 1 bedoelde percentage en de andere kosten tegen het percentage van de formule 120 % − (0,5 % × gram CO2 per kilometer). Dat percentage mag niet hoger zijn dan 75 % voor een voertuig dat vóór 1 januari 2028 is gekocht, geleased of gehuurd, tenzij het voertuig maximum 50 gram CO2 per kilometer uitstoot; in dat laatste geval geldt als maximum het in paragraaf 1 bedoelde tarief voor voertuigen zonder CO2-uitstoot. Voor een oplaadbaar hybridevoertuig gekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2018 met een batterij van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht, of met een uitstoot van meer dan 50 gram CO2 per kilometer (of 75 gram volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm), telt de uitstoot van het overeenstemmende voertuig met enkel een motor op dezelfde brandstof; bestaat zo'n voertuig niet, dan wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5. Paragraaf 2 sluit bepaalde voertuigen en kosten uit de beperking, paragraaf 3 zegt welke kosten eronder vallen, en paragrafen 4 en 5 bepalen de kosten voor verplaatsingen tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling forfaitair op 0,15 euro per afgelegde kilometer, onder voorwaarden. De tekst van paragraaf 1 in de gegevens vermeldt zelf geen percentage, hoewel paragraaf 1/1 naar "het in paragraaf 1 bedoelde percentage" verwijst.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de beroepskosten. Ze geldt voor beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de voertuigen van artikel 65.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

De gegevens bevatten geen eurobedrag voor de kosten; daarom een symbolisch voorbeeld met de grondslag uit paragraaf 1/1. Een oplaadbaar hybridevoertuig, gekocht vóór 1 januari 2028, stoot G gram CO2 per kilometer uit, meer dan 50 gram. Voor de andere kosten dan brandstof en elektriciteit is het aftrekpercentage 120 % − (0,5 % × G), met als maximum 75 %. Bij andere kosten K is het aftrekbare deel K × dat percentage, in één keer afgerond op hele centen. De brandstofkosten van dat voertuig vallen volgens paragraaf 1/1 niet onder deze afwijking.

Voor verplaatsingen tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling over een afstand van D kilometer bedraagt het forfait van paragraaf 4 D × 0,15 euro.

Veelgemaakte fouten

  • De formule van paragraaf 1/1 op elk voertuig toepassen. Ze geldt alleen voor oplaadbare hybridevoertuigen als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, en niet voor hun brandstofkosten.
  • Het maximum van 75 % vergeten voor een oplaadbaar hybridevoertuig gekocht, geleased of gehuurd vóór 1 januari 2028 dat meer dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoot.
  • Bij een hybride met een te kleine batterij of een te hoge uitstoot de eigen uitstoot van het voertuig gebruiken. De wet neemt dan de uitstoot van het overeenstemmende voertuig met enkel een motor op dezelfde brandstof, of vermenigvuldigt de uitstootwaarde met 2,5 als zo'n voertuig niet bestaat.
  • De uitzonderingen van paragraaf 2 over het hoofd zien: voertuigen die uitsluitend voor een taxidienst of voor verhuring met bestuurder worden gebruikt en daarom van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld, voertuigen van erkende autorijscholen die uitsluitend voor praktisch onderricht worden gebruikt en daartoe speciaal zijn uitgerust, voertuigen die uitsluitend aan derden worden verhuurd, kosten die uitdrukkelijk en afzonderlijk op factuur aan derden worden doorgerekend, en kosten van laadstations voor elektrische wagens.
  • Vergeten dat bij een voertuig ter beschikking gesteld voor persoonlijk gebruik door een derde, het bedrag van het op naam van die derde belaste voordeel van alle aard en zijn eigen bijdrage niet onder de beperkte kosten vallen (paragraaf 3, 3°).
  • Het forfait van 0,15 euro per kilometer toekennen voor een voertuig dat niet aan paragraaf 5 voldoet, of voor een voertuig waarvan de kosten volgens paragraaf 1 niet aftrekbaar zijn. Bij een voertuig van de werkgever of vennootschap mag het forfait bovendien nooit meer bedragen dan het belaste voordeel, desgevallend verhoogd met de bijdrage van artikel 36, § 2, laatste lid.
  • Niet behandeld: de uitsluiting van het forfait voor voertuigen die volgens artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld, en de toekenning van het forfait aan een echtgenoot of kind voor een gezamenlijk traject.

Verwante bepalingen

  • WIB92:65 — bepaalt dat de bijkomende kosten van artikel 62 voor de daar omschreven personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en lichte vrachtauto's op dezelfde wijze worden afgeschreven als de aanschaffings- of beleggingswaarde van die voertuigen.
  • WIB92:36 — regelt het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig van artikel 65, en omschrijft een oplaadbaar hybridevoertuig als een voertuig van artikel 65 met zowel een brandstofmotor als een elektrische batterij die via een aansluiting op een externe energiebron kan worden opgeladen; wordt het voordeel niet kosteloos toegestaan, dan wordt het verminderd met de bijdrage van de verkrijger.
  • WIB92:550 — voorziet, in afwijking van artikel 66, §§ 1 en 1/1, een eigen aftrekformule voor voertuigen van artikel 65 die vóór een in dat artikel vermelde datum zijn aangekocht, geleased of gehuurd, met een coëfficiënt naargelang de motor en met eigen minima en maxima.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen die in de gegevens bij deze bepaling horen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet wat onder een overeenstemmend voertuig moet worden verstaan; dat laat het aan de Koning.

Zo past Theca dit toe

Scherm voertuigen

Deze bepaling wordt in Theca gebruikt op het scherm voertuigen. Het statusvoorstel in de gegevens is: toegepast.

De gegevens bij deze bepaling bevatten de volgende parameters. De waarden staan zoals in de gegevens, zonder eenheid; een waarde geldt vanaf de vermelde datum tot een latere waarde met hetzelfde label.

| Parameter | Waarde | Geldig vanaf | Geverifieerd | |---|---|---|---| | Autokosten: basispercentage gramformule | 120 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: CO₂-factor gramformule | 0,5 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: brandstofcoëfficiënt diesel | 1 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: brandstofcoëfficiënt benzine | 0,95 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: brandstofcoëfficiënt aardgas | 0,9 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: minimum aftrek (oud regime) | 50 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: vloer voor wagens van vóór 2018 | 75 | 2020-01-01 | nee | | Autokosten: maximum aftrek (oud regime) | 100 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: uitstootgrens hoge emissie | 200 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek bij hoge emissie | 40 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: maximum aftrek brandstof hybride | 50 | 2023-01-01 | ja | | Autokosten: afbouwend maximum (overgang) | 100 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: afbouwend maximum (overgang) | 75 | 2025-01-01 | ja | | Autokosten: overgangsregels actief | 1 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: overgangsregels actief | 0 | 2025-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 120 | 2010-01-01 | nee | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 100 | 2020-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 95 | 2027-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 90 | 2028-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 82,5 | 2029-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 75 | 2030-01-01 | ja | | Autokosten: aftrek nul-emissievoertuig | 67,5 | 2031-01-01 | ja |

Twee waarden zijn in de gegevens als niet geverifieerd gemarkeerd: de vloer voor wagens van vóór 2018 en de aftrek voor een nul-emissievoertuig geldig vanaf 2010-01-01.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen zijn niet aftrekbaar, tenzij het een voertuig betreft dat geen CO 2 uitstoot. § 1/1. In afwijking van paragraaf 1, indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, zijn ook de beroepskosten, met uitsluiting van de brandstofkosten, met betrekking tot het gebruik van de bedoelde voertuigen, aftrekbaar tegen de volgende percentages: a) met betrekking tot elektriciteitskosten: tegen het in paragraaf 1 bedoelde percentage; b) wat de andere kosten betreft: tegen het percentage bepaald door de volgende formule: 120 %. - (0,5 % * gram CO 2 per kilometer). Het overeenkomstig het eerste lid, b), vastgestelde percentage mag niet hoger zijn dan 75 % indien het een voertuig betreft dat vóór 1 januari 2028 is gekocht, geleased of gehuurd, tenzij het voertuig maximum 50 gram CO 2 per kilometer uitstoot. In dat laatste geval mag het vastgestelde percentage niet hoger zijn dan het in paragraaf 1 bedoelde tarief voor voertuigen die geen CO 2 uitstoten. Indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is, gekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2018, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO 2 per kilometer of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm, dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO 2 -uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5. De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig. § 2. De paragrafen 1 en 1/1 en artikel 550 zijn niet van toepassing : 1° op voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor een taxidienst of voor verhuring met bestuurder en op grond daarvan van de verkeersbelasting op de autovoertuigen vrijgesteld zijn; 2° op voertuigen die in erkende autorijscholen uitsluitend worden gebruikt voor praktisch onderricht en daartoe speciaal zijn uitgerust; 3° op voertuigen die uitsluitend aan derden worden verhuurd. 4° voor de kosten die aan derden worden doorgerekend, mits deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op factuur zijn vermeld. 5° voor de kosten met betrekking tot laadstations voor elektrische wagens. § 3. De in de paragrafen 1 en 1/1 en in artikel 550 bedoelde beroepskosten omvatten: 1° de kosten die zijn gedaan met betrekking tot de in paragraaf 2, 1° en 3°, bedoelde voertuigen die toebehoren aan derden en gedaan worden door de eindgebruiker van deze voertuigen; 2° het bedrag van de in dit artikel bedoelde kosten die aan derden worden terugbetaald; 3° de kosten van een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld voor het persoonlijk gebruik door een derde, met uitzondering van het bedrag dat overeenstemt met het voordeel van alle aard dat op naam van die derde wordt belast en de eigen bijdrage van die derde voor het persoonlijk gebruik van dat voertuig. § 4. In afwijking van paragrafen 1 en 1/1 van dit artikel en artikel 550 worden de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een in die bepalingen bedoeld voertuig forfaitair op 0,15 euro per afgelegde kilometer bepaald. Deze afwijking geldt niet voor voertuigen die, overeenkomstig artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld, noch voor voertuigen waarvan de beroepskosten overeenkomstig paragraaf 1 niet aftrekbaar zijn. § 5. Het in § 4 vermelde forfaitair bedrag mag uitsluitend worden toegekend aan de belastingplichtige indien het betrokken voertuig: 1° hetzij zijn eigendom is; 2° hetzij op zijn naam is ingeschreven bij de Directie voor de Inschrijving van de Voertuigen; 3° hetzij door een huur- of leasingovereenkomst bestendig of gewoonlijk te zijner beschikking is; 4° hetzij aan zijn werkgever of vennootschap toebehoort en het eventueel voordeel voortspruitend uit het gebruik van dat voertuig op zijn naam wordt belast. In de gevallen vermeld in het eerste lid, 1° tot 3°, mag dat forfait worden toegekend aan de echtgenoot of aan een kind van de belastingplichtige indien die echtgenoot of dat kind het voertuig gebruikt voor de in § 4 vermelde verplaatsing, met dien verstande evenwel dat het forfait slechts aan één enkele belastingplichtige mag worden toegekend voor het gezamenlijk afgelegde traject. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 4°, mag dat forfait nooit meer bedragen dan het eventueel voordeel voortspruitend uit het gebruik van dat voertuig dat op naam van de belastingplichtige wordt belast, desgevallend verhoogd met de bijdrage bedoeld in artikel 36, § 2, laatste lid.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.