Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 57

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 57 bepaalt dat bepaalde kosten slechts als beroepskosten worden aangenomen wanneer ze verantwoord worden door individuele fiches, die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt. Het gaat om: commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers al dan niet in België belastbare beroepsinkomsten zijn, behalve de bezoldigingen van artikel 30, 3°; bezoldigingen, pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen aan personeelsleden, gewezen personeelsleden of hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van de sociale voordelen die bij de verkrijgers zijn vrijgesteld; vaste vergoedingen aan personeelsleden als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever; en inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°. Ook variabele vergoedingen als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever worden door zulke fiches verantwoord. De eerste categorie (commissies, erelonen en dergelijke) valt niet onder de fiche-eis wanneer de kosten verbonden zijn aan leveringen van goederen of diensten door een belastingplichtige gevestigd in de Gemeenschap in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het btw-wetboek, of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein, waarvoor een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld. Voor die eerste categorie kan de Koning ook een drempel per jaar en per leverancier of dienstverrichter bepalen waaronder geen individuele fiche nodig is; die drempel mag niet meer dan 1.000 euro bedragen. Tot slot bepaalt het artikel dat de gegevensverwerking die met deze verplichtingen verbonden is, een verwerking van algemeen belang is in de zin van artikel 6 van de Verordening (EU) 2016/679, en dat het Wetboek daarvoor de rechtsgrondslag vormt.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de beroepskosten. Ze geldt voor wie de genoemde kosten als beroepskosten wil laten aannemen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Enkel met het getal uit de wettekst: stelt de Koning voor commissies, erelonen en dergelijke een drempel vast, dan mag die drempel per jaar en per leverancier of dienstverrichter niet meer dan 1.000 euro bedragen.

De gegevens bevatten daarnaast de volgende parameters, zonder dat de wettekst ze noemt:

| Parameter | Waarde | Geldig vanaf | |---|---|---| | Indieningsmaand fiche 281.20 | 2 | 2024-01-01 | | Indieningsdag fiche 281.20 | 28 | 2024-01-01 | | Indieningsmaand fiche 281.50 | 6 | 2024-01-01 | | Indieningsdag fiche 281.50 | 29 | 2024-01-01 | | Grens fiche 281.50 per verkrijger | 25000 (zonder eenheid in de gegevens) | 2021-01-01 |

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een kost zonder fiche toch als beroepskost aangenomen wordt omdat hij werkelijk betaald is. De wet neemt de genoemde kosten slechts aan wanneer ze door individuele fiches verantwoord worden.
  • Vergeten dat niet alleen vaste, maar ook variabele vergoedingen als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever door individuele fiches verantwoord moeten worden.
  • De uitzondering voor facturen te ruim lezen. Ze geldt alleen voor de eerste categorie (commissies, erelonen en dergelijke), voor leveringen door een belastingplichtige gevestigd in de Gemeenschap of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein, en alleen als een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld.
  • De drempel van hoogstens 1.000 euro als rechtstreeks geldend lezen. De wet laat de Koning toe zo'n drempel te bepalen; ze legt enkel het maximum vast.

Verwante bepalingen

  • WIB92:30 — bezoldigingen omvatten bezoldigingen van werknemers (1°), van bedrijfsleiders (2°) en van meewerkende echtgenoten (3°); artikel 57 sluit die van 3° uit de eerste categorie.
  • WIB92:17 — omschrijft de inkomsten uit roerende goederen en kapitalen; § 1, 3°, noemt de inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen die niet in 5° vermeld zijn, en 5° de inkomsten uit de overdracht of de licentie van auteursrechten en naburige rechten onder de daar gestelde voorwaarden.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen die in de gegevens bij deze bepaling horen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel legt zelf de vorm en de termijn van de fiches niet vast, maar laat dat aan de Koning.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

De volgende kosten worden slechts als beroepskosten aangenomen wanneer ze worden verantwoord door individuele fiches (...) die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt: 1° commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers al dan niet in België belastbare beroepsinkomsten zijn, behoudens de in artikel 30, 3° , bedoelde bezoldigingen; 2° bezoldigingen, pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen, betaald aan personeelsleden, aan gewezen personeelsleden of aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van de sociale voordelen die ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld; 3° vaste vergoedingen toegekend aan de leden van het personeel als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever. 4° inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, en 5°. Variabele vergoedingen toegekend aan de leden van het personeel als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever moeten worden verantwoord door individuele fiches (...) die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt. Het eerste lid, 1°, is niet van toepassing wanneer de er beoogde kosten verbonden zijn aan de leveringen van goederen of diensten verricht door een belastingplichtige gevestigd op het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein, waarvoor overeenkomstig het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde of elke andere wettelijke of reglementaire bepaling toepasbaar op de belastingplichtige, een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld. In afwijking van het eerste lid, 1°, kan de Koning een drempel bepalen waaronder de er beoogde beroepskosten per jaar en per leverancier van goederen of dienstverrichter niet moeten worden verantwoord door de opmaak van een individuele fiche (...) . De drempel mag niet meer dan 1.000 euro bedragen. Elke gegevensverwerking die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met de naleving van het eerste tot het vierde lid is een verwerking noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang in de zin van artikel 6 van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. Het doel van die gegevensverwerking is verenigbaar met de doeleinden die de fiscale bevoegdheden omschreven in dit Wetboek nastreven. Dit Wetboek vormt de rechtsgrondslag in de zin van artikel 6, lid 3, van de voornoemde Verordening voor de verwerking van de gegevens tijdens de uitoefening van de erin omschreven fiscale bevoegdheden. De uitoefening van die fiscale bevoegdheden vormt in het kader van gegevensverwerking een gewichtige reden van algemeen belang.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.