Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 56

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel somt op wanneer de beperking uit artikel 55 op interesten als beroepskosten niet wordt toegepast. Er geldt geen beperking voor sommen betaald door de kredietinstellingen onderworpen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, door de Nationale Bank van België en door het Herdisconterings- en Waarborginstituut. Evenmin geldt een beperking voor sommen betaald op openbaar uitgegeven obligaties en andere soortgelijke effecten van leningen, of betaald aan een van de instellingen die de wet onder a) tot i) opsomt. Die lijst omvat onder meer bepaalde kredietinstellingen, de Nationale Bank van België, het Herdisconterings- en Waarborginstituut, bepaalde ondernemingen van hypothecaire leningen en hypotheekondernemingen, bepaalde vennootschappen voor de financiering van verkopen op afbetaling, de Europese Investeringsbank, bepaalde verzekeringsondernemingen, en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en bepaalde gewestelijke investeringsmaatschappijen. De vrijstelling voor sommen betaald aan die instellingen geldt niet voor sommen betaald aan een instelling waarmee de schuldenaar rechtstreeks of onrechtstreeks is verbonden in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of van een gelijkaardige bepaling die van kracht is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. Het artikel staat in de titel over de personenbelasting, bij de vaststelling van het netto-inkomen, onder beroepskosten. Het gaat over wie interesten of soortgelijke sommen betaalt die onder artikel 55 vallen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Interesten betaald aan een kredietinstelling of een andere opgesomde instelling zonder beperking aftrekken terwijl de schuldenaar met die instelling verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Voor sommen betaald aan zo'n verbonden instelling geldt de vrijstelling van de opgesomde instellingen niet.
  • Elke kredietinstelling uit de Europese Economische Ruimte gelijkstellen met een opgesomde instelling. De wet stelt voorwaarden, zoals een erkenning of machtiging volgens de genoemde wetgeving.
  • Aannemen dat de uitzondering voor verbonden instellingen ook geldt voor sommen betaald op openbaar uitgegeven obligaties en andere soortgelijke effecten van leningen. De wet beperkt die uitzondering tot sommen betaald aan de opgesomde instellingen.
  • Niet behandeld: de volledige erkennings- en machtigingsvoorwaarden per instelling onder a) tot i); onder g) staat geen tekst meer.

Verwante bepalingen

  • WIB92:55 — volgens zijn tekst worden interesten van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen slechts als beroepskosten aangemerkt in zover ze niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met een in dat artikel bepaalde rentevoet.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet welke rentevoet voor de beperking van artikel 55 geldt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Voor de toepassing van artikel 55 wordt geen beperking toegepast voor sommen betaald door de kredietinstellingen onderworpen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen evenals door de Nationale Bank van België en het Herdisconterings- en Waarborginstituut. § 2. Evenmin wordt enige beperking toegepast op de sommen die zijn betaald: 1° op openbaar uitgegeven obligaties en andere soortgelijke effecten van leningen; 2° aan een van de volgende instellingen: a) kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn erkend overeenkomstig de voornoemde wet van 25 april 2014, kredietinstellingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de voornoemde wet van 25 april 2014, gemachtigd zijn om hun activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen ofwel door de vestiging van een bijkantoor, ofwel in het kader van het vrij verrichten van diensten, en andere kredietinstellingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die in die hoedanigheid erkend zijn in hun Staat van oorsprong overeenkomstig de nationale bepalingen van die Staat die de Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, omzetten, en die niet actief zijn op Belgische grondgebied; b) de Nationale Bank van België; c) het Herdisconterings- en Waarborginstituut; d) ondernemingen van hypothecaire leningen onderworpen aan het koninklijk besluit nr. 255 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen, zomede hypotheekondernemingen onderworpen aan de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet of ondernemingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die onder de toepassing vallen van een gelijkaardige wetgeving die van kracht is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; e) vennootschappen die uitsluitend of hoofdzakelijk de financiering van verkopen op afbetaling ten doel hebben en die erkend zijn overeenkomstig de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, en gelijkaardige ondernemingen onderworpen aan het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die in die hoedanigheid erkend zijn in hun Staat van oorsprong overeenkomstig de nationale bepalingen van die Staat tot omzetting van de Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EG van de Raad; f) de Europese Investeringsbank; g) (...) h) verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht die erkend zijn overeenkomstig de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekeringsondernemingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de voornoemde wet van 13 maart 2016, gemachtigd zijn in hun activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen, ofwel door de vestiging van een bijkantoor, ofwel in het kader van het vrij verrichten van diensten, en de andere verzekeringsondernemingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die in die hoedanigheid erkend zijn in hun Staat van oorsprong overeenkomstig de nationale bepalingen van die Staat tot omzetting van de Europese Richtlijnen inzake erkenning van verzekeringsondernemingen, en die niet actief zijn op Belgisch grondgebied; i) de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen die onder de wet van 2 april 1962 vallen, zomede die welke onder het Vlaams decreet van 7 mei 2004 betreffende de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid vallen; § 3. Paragraaf 2, 2°, is niet van toepassing op de sommen betaald aan een instelling waarmee de schuldenaar rechtstreeks of onrechtstreeks is verbonden in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of van een gelijkaardige bepaling die van kracht is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.