Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 550

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 550 is een overgangsbepaling voor de aftrek van beroepskosten van de voertuigen van artikel 65 die zijn aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 januari 2026. In afwijking van artikel 66, §§ 1 en 1/1, zijn die kosten aftrekbaar tegen een tarief volgens de formule 120 % - (0,5 % * coëfficiënt * aantal gram CO 2 per kilometer). De coëfficiënt is 1 voor voertuigen met enkel een dieselmotor en 0,95 voor andere voertuigen; bij een aardgasmotor en een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht is hij 0,90. Het tarief wordt afgerond tot de hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt. Voor voertuigen van vóór 1 juli 2023 ligt het tarief tussen 50 % en 100 %, behalve bij een uitstoot van 200 gram per kilometer of meer of zonder CO 2-gegevens bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen: dan is het 40 %. Voor voertuigen van vóór 1 januari 2018 geldt, in afwijking daarvan, een afbouwend minimum: 75 % in aanslagjaar 2026, 70 % in aanslagjaar 2027, 65 % in aanslagjaar 2028, 60 % in aanslagjaar 2029, 55 % in aanslagjaar 2030 en 50 % vanaf aanslagjaar 2031. Voor voertuigen van 1 juli 2023 tot 31 december 2025 is het tarief ten hoogste 50 %, tenzij het voertuig geen CO 2 uitstoot, en 0 % zonder CO 2-gegevens. Voor een oplaadbaar hybridevoertuig uit die periode gelden aparte percentages: 100 % voor elektriciteitskosten, het percentage van het vierde lid voor benzine- of dieselkosten, en voor de andere kosten de formule, met een maximum van 75 % tenzij het voertuig maximum 50 gram CO 2 per kilometer uitstoot (dan maximum 100 %). Minderwaarden op deze voertuigen zijn aftrekbaar tot de verhouding tussen de fiscaal aangenomen afschrijvingen (per belastbaar tijdperk beperkt tot 100 %) en de geboekte afschrijvingen. Niet behandeld: de regel dat voor een oplaadbaar hybridevoertuig met een te kleine batterij of een te hoge uitstoot de uitstoot van het overeenstemmende voertuig op één brandstof geldt (of de uitstoot × 2,5), met de uitzondering voor hybridevoertuigen aangekocht vóór 1 januari 2018; het maximum van 50 % voor benzine- of dieselkosten van een oplaadbaar hybridevoertuig van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023; en de bevoegdheden van de Koning.

Voor wie

Het manifest geeft als toepassingsgebied "beide". Het artikel geldt voor wie beroepskosten aftrekt voor voertuigen als bedoeld in artikel 65 die zijn aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 januari 2026.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Symbolisch, met de formule uit laag 1. Een voertuig met enkel een dieselmotor, aangekocht vanaf 1 januari 2018 en vóór 1 juli 2023, stoot G gram CO 2 per kilometer uit, met G lager dan 200. Het tarief is 120 % - (0,5 % × 1 × G), afgerond tot de tiende; ligt dat onder 50 %, dan geldt 50 %, en ligt het boven 100 %, dan geldt 100 %. De aftrekbare kosten zijn dat tarief × de kosten K, in één keer afgerond op hele centen. Tweede voorbeeld: voor een voertuig aangekocht vóór 1 januari 2018 waarvan de formule minder dan 70 % geeft, is het tarief in aanslagjaar 2027 minimum 70 %, dus aftrekbaar 70 % × K.

Veelgemaakte fouten

  • De coëfficiënt 1 gebruiken voor een voertuig dat niet enkel een dieselmotor heeft. Voor andere voertuigen is hij 0,95, en bij een aardgasmotor met minder dan 12 fiscale paardenkracht 0,90.
  • Het tarief afronden op een geheel percentage. De wet rondt af tot de hogere of lagere tiende.
  • Voor een voertuig van 1 juli 2023 tot 31 december 2025 de ondergrens van 50 % toepassen. Voor die voertuigen is 50 % een maximum, tenzij het voertuig geen CO 2 uitstoot, en het tarief is 0 % zonder CO 2-gegevens.
  • Voor een voertuig van vóór 1 januari 2018 alleen de ondergrens van 50 % nemen. Het afbouwende minimum hangt af van het aanslagjaar.
  • Bij een oplaadbaar hybridevoertuig van 1 juli 2023 tot 31 december 2025 alle kosten tegen één percentage aftrekken. De wet onderscheidt elektriciteitskosten, benzine- of dieselkosten en andere kosten.

Verwante bepalingen

  • WIB92:66 — haar laag 1 bepaalt in § 1 dat beroepskosten van de voertuigen van artikel 65 niet aftrekbaar zijn, tenzij het voertuig geen CO 2 uitstoot, en regelt in § 1/1 de oplaadbare hybridevoertuigen; artikel 550 wijkt daarvan af.
  • WIB92:65 — haar laag 1 omschrijft de personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en lichte vrachtauto's waar het over gaat.
  • WIB92:36 — haar laag 1 regelt in § 2 het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig; artikel 550 verwijst naar haar § 2, tiende lid, voor het oplaadbaar hybridevoertuig.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet wat onder een overeenstemmend voertuig moet worden verstaan; dat laat het aan de Koning.

Zo past Theca dit toe

Scherm voertuigen

Theca gebruikt deze bepaling op het scherm voertuigen, voor de aftrek van autokosten van voertuigen die zijn aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 januari 2026. Statusvoorstel: toegepast.

| Parameter | Waarde | Geldig vanaf | | --- | --- | --- | | Autokosten: vloer voor wagens van vóór 2018 | 70 % (nog niet geverifieerd) | 2026-01-01 | | Autokosten: vloer voor wagens van vóór 2018 | 65 % (nog niet geverifieerd) | 2027-01-01 | | Autokosten: vloer voor wagens van vóór 2018 | 60 % (nog niet geverifieerd) | 2028-01-01 | | Autokosten: vloer voor wagens van vóór 2018 | 55 % (nog niet geverifieerd) | 2029-01-01 | | Autokosten: vloer voor wagens van vóór 2018 | 50 % (nog niet geverifieerd) | 2030-01-01 | | Autokosten: afbouwend maximum (overgang) | 50 % | 2026-01-01 |

Laag 1 drukt het minimum voor voertuigen van vóór 1 januari 2018 uit per aanslagjaar (75 % in aanslagjaar 2026 tot 50 % vanaf aanslagjaar 2031); de parameters drukken het uit met een datum vanaf. Het minimum van 75 % staat niet als parameter.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

In afwijking van artikel 66, §§ 1 en 1/1, zijn de beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen die zijn aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 januari 2026 aftrekbaar tegen een tarief vastgelegd door toepassing van de volgende formule: 120 % - (0,5 % * coëfficiënt * aantal gram CO 2 per kilometer), waarbij de coëfficiënt wordt vastgesteld op 1 voor voertuigen met enkel een dieselmotor en op 0,95 voor andere voertuigen. Wanneer het voertuig is uitgerust met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen heeft van minder dan 12 fiscale paardenkracht wordt de coëfficiënt verder verlaagd tot 0,90. Het tarief wordt afgerond tot de hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt. Voor de voertuigen aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 juli 2023 kan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde tarief niet lager zijn dan 50 %, tenzij het een voertuig met een CO 2 -uitstoot van 200 gram per kilometer of meer betreft of een voertuig waarvan geen gegevens met betrekking tot het CO 2 -uitstootgehalte beschikbaar zijn bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen, in welk geval het tarief 40 % bedraagt, noch hoger zijn dan 100 %. In afwijking van het tweede lid, bedraagt het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde tarief voor de gedane of gedragen beroepskosten met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangekochte, geleasede of gehuurde voertuigen: - minimum 75 % in aanslagjaar 2026; - minimum 70 % in aanslagjaar 2027; - minimum 65 % in aanslagjaar 2028; - minimum 60 % in aanslagjaar 2029; - minimum 55 % in aanslagjaar 2030; - minimum 50 % vanaf aanslagjaar 2031. Voor de voertuigen aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 juli 2023 tot 31 december 2025 kan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde tarief niet hoger zijn dan 50 %, tenzij het een voertuig betreft dat geen CO 2 uitstoot, en bedraagt het tarief 0 % indien geen gegevens met betrekking tot het CO 2 -uitstootgehalte beschikbaar zijn bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen. In afwijking van het eerste en vierde lid, indien het een in artikel 36, § 2, tiende lid, bedoeld oplaadbaar hybridevoertuig betreft dat is aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 juli 2023 tot 31 december 2025, zijn de beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de bedoelde voertuigen, aftrekbaar tegen de volgende percentages: a) met betrekking tot elektriciteitskosten: 100 %; b) wat de benzine- of dieselkosten betreft: tegen het overeenkomstig het vierde lid vastgestelde percentage; c) wat de andere kosten betreft: tegen het percentage bepaald door de in het eerste lid bedoelde formule. Dit percentage mag niet hoger zijn dan 75 %, tenzij het voertuig maximum 50 gram CO 2 per kilometer uitstoot. In dat laatste geval mag het vastgestelde percentage niet hoger zijn dan 100 % Indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO 2 per kilometer of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm, dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO 2 -uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5. Voor de berekening van de energiecapaciteit, wordt het verkregen resultaat afgerond tot de hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt. Het in het eerste lid vastgestelde tarief kan niet hoger zijn dan 50 % voor wat betreft de benzine- of dieselkosten met betrekking tot het gebruik van een vanaf 1 januari 2023 tot 30 juni 2023 aangekocht, geleased of gehuurd oplaadbaar hybridevoertuig. In afwijking van het eerste lid en van artikel 66, §§ 1 en 1/1, zijn de minderwaarden met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde voertuigen als beroepskosten aftrekbaar tot de in procenten uitgedrukte verhouding tussen de som van de vóór de verkoop fiscaal aangenomen afschrijvingen, voor elk belastbaar tijdperk beperkt tot 100 %, en de som van de geboekte afschrijvingen voor de overeenstemmende belastbare tijdperken. De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde coëfficiënt van toepassing voor voertuigen uitgerust met een aardgasmotor en met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht verlagen tot minimum 0,75, en de in het zesde lid bedoelde minimale energiecapaciteit verhogen tot maximaal 2,1 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht. Het zesde lid is niet van toepassing voor de hybride- voertuigen die worden aangekocht vóór 1 januari 2018.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.