Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 55

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 55 begrenst hoeveel interest als beroepskost telt. Interesten van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten die leningen vertegenwoordigen, zijn slechts beroepskosten voor zover ze niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met een wettelijke rentevoet. Voor interesten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd is dat de MFI-rentevoet die de Nationale Bank van België bekendmaakt voor leningen tot 1.000.000 euro met variabel tarief en initiële rentebepaling tot een jaar aan niet-financiële vennootschappen, gesloten in november van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben, verhoogd met 2,5 %. Die regel geldt niet voor interesten betaald aan verbonden vennootschappen in het kader van een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een groep als bedoeld in artikel 198, § 4, vijfde lid. Voor alle andere interesten is de grens de rentevoet die overeenstemt met de marktrente, rekening houdend met het risico van de verrichting, en in het bijzonder met de financiële toestand van de schuldenaar en de looptijd van de lening. Voor die marktrente neemt de wet ofwel de rentevoet op de dag waarop de geleende of in deposito ontvangen sommen inkomsten beginnen op te brengen, ofwel, bij een veranderlijke rente of een indexering in de overeenkomst, de rentevoet op de vervaldag van de inkomsten of de voeten die achtereenvolgens zijn toegepast in het tijdvak waarop de inkomsten betrekking hebben, indien en voor zover de contractuele bepalingen uitwerking hebben gehad.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de beroepskosten.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

De gegevens bevatten geen parameter met de bekendgemaakte MFI-rentevoet; daarom een symbolisch voorbeeld. Een niet-hypothecaire lening zonder welbepaalde looptijd draagt een interest tegen een rentevoet r. De bekendgemaakte MFI-rentevoet van november van het voorgaande kalenderjaar is R. De grens is R verhoogd met 2,5 %. Is r niet hoger dan die grens, dan telt de volledige interest als beroepskost. Is r hoger, dan telt de interest slechts als beroepskost tot het bedrag dat overeenstemt met de grens; het deel boven dat bedrag telt niet als beroepskost.

Veelgemaakte fouten

  • De MFI-rentevoet van het verkeerde moment nemen. De wet verwijst naar de rentevoet voor leningen gesloten in de maand november van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben.
  • De MFI-regel toepassen op elke lening. Hij geldt enkel voor niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd, en niet voor interesten betaald aan verbonden vennootschappen binnen een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer; voor andere interesten geldt de marktrente.
  • Bij de marktrente vergeten dat de verlenging of de stilzwijgende vernieuwing van een overeenkomst na de aanvankelijke termijn gelijkgesteld wordt met het sluiten van een nieuwe overeenkomst.
  • Denken dat het artikel de interest volledig uitsluit. Enkel het deel boven de grens telt niet als beroepskost.

Verwante bepalingen

  • WIB92:198 — somt kosten op die niet als beroepskosten worden aangemerkt; in § 1, 11° en 11°/1 gelden de aftrekbeperkingen voor interesten "onverminderd de toepassing van de artikelen 54 en 55", en § 4 regelt de financieringsverrichtingen binnen een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een groep, waarnaar artikel 55 verwijst.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen die in de gegevens bij deze bepaling horen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel vermeldt zelf niet hoeveel de bekendgemaakte MFI-rentevoet bedraagt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Interesten van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen worden slechts als beroepskosten aangemerkt in zover ze niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met: 1° voor interesten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd, andere dan deze betaald aan verbonden vennootschappen in het kader van een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een in artikel 198, § 4, vijfde lid, bedoelde groep: de door de Nationale Bank van België bekendgemaakte MFI rentevoet voor leningen voor een bedrag tot 1.000.000 euro met variabel tarief en initiêle rentebepaling tot een jaar verstrekt aan niet-financiële vennootschappen gesloten in de maand november van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben, verhoogd met 2,5 %; 2° voor andere dan in 1° bedoelde interesten: de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet, rekening houdende met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en inzonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening. Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, is de in aanmerking te nemen rentevoet: 1° ofwel die welke wordt toegepast op de dag waarop de geleende of in deposito ontvangen sommen inkomsten beginnen op te brengen, met dien verstande dat de verlenging en de stilzwijgende vernieuwing van een overeenkomst na de aanvankelijk gestelde termijn worden gelijkgesteld met het sluiten van een nieuwe overeenkomst; 2° ofwel wanneer in de overeenkomst een veranderlijke rente of een indexering wordt bedongen, de rentevoet die wordt toegepast op de vervaldag van de inkomsten, of de voeten die eventueel achtereenvolgens zijn toegepast in het tijdvak waarop de inkomsten betrekking hebben, indien en in zover de contractuele bepalingen uitwerking hebben gehad.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.