WIB 92, Art. 52
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De wet somt kosten op die met name als beroepskosten gelden, onder voorbehoud van de artikelen 53 tot 66bis. Het gaat om: de huur, huurlasten en onroerende voorheffing met opcentiemen van onroerende goederen die beroepsmatig gebruikt worden, en de kosten om ze te onderhouden, te verwarmen en te verlichten; interest op kapitalen die van derden geleend en in de onderneming gebruikt zijn, en soortgelijke lasten; de bezoldigingen van het personeel met de wettelijke sociale lasten, werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekeringen, pensioentoezeggingen en solidariteitstoezeggingen, andere contractuele socialeverzekeringsbijdragen en bepaalde bijzondere bijdragen; de bezoldigingen van meewerkende gezinsleden; contractuele pensioenen en renten voor gewezen personeelsleden; afschrijvingen op oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur; persoonlijke sociale bijdragen; bepaalde bijdragen aan een erkend ziekenfonds voor een aanvullende verzekering; bepaalde niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen; bijdragen voor een vergoeding bij arbeidsongeschiktheid; interest die bedrijfsleiders betalen op schulden bij derden om aandelen te kopen van de binnenlandse vennootschap die hen bezoldigt; het saldo van het mobiliteitsbudget; en de inkopen van goederen en diensten die te boeken zijn in rubriek II.A. van de resultatenrekening. Bij die interest van bedrijfsleiders gelden de vennootschap zelf en de ondernemingen waarmee ze in een band van wederzijdse afhankelijkheid staat niet als derde, behalve voor instellingen van artikel 56. Niet behandeld: de voorwaarden en uitzonderingen bij de bijdragen in 7°bis, bij de ziekenfondsbijdragen in 8° en bij de resultaatsgebonden voordelen in 9°.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- De lijst als volledig lezen. De wet zegt "inzonderheid": ook andere kosten kunnen beroepskosten zijn.
- De artikelen 53 tot 66bis vergeten. De lijst geldt onder voorbehoud van die bepalingen.
- Afschrijven op activa zonder beperkte gebruiksduur. De wet noemt alleen vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, naast oprichtingskosten.
- Bij interest die een bedrijfsleider betaalt om aandelen te kopen: interest op een schuld bij de eigen vennootschap of een verbonden onderneming van die vennootschap als interest bij een derde behandelen. De wet sluit dat uit, behalve voor instellingen van artikel 56.
Verwante bepalingen
- WIB92:53 — de wet somt daar kosten op die niet als beroepskosten gelden, onder meer uitgaven van persoonlijke aard, de personenbelasting en geldboeten.
- WIB92:66bis — de wet bepaalt daar een forfait voor de beroepskosten van de verplaatsing tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling die niet gedaan wordt met een voertuig van artikel 66, § 5, bij gebrek aan bewijzen.
- WIB92:38 — de wet somt daar vrijgestelde inkomsten op; punt 16° gaat over voordelen uit de rechtstreekse betaling door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van bijdragen of premies aan een pensioeninstelling. Naar die vrijstelling verwijst punt 7°bis van deze bepaling.
- WIB92:56 — de wet bepaalt daar voor welke sommen de beperking van artikel 55 niet geldt, onder meer sommen betaald door of aan kredietinstellingen en de Nationale Bank van België.
Wat de wet niet regelt
Deze bepaling zegt niet in welke mate elke genoemde kost aftrekbaar is; daarvoor laat ze de artikelen 53 tot 66bis voorgaan.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 53 tot 66bis worden inzonderheid als beroepskosten aangemerkt: 1° de huur en de huurlasten, evenals de onroerende voorheffing, met inbegrip van de opcentiemen betreffende onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en alle kosten wegens het onderhouden, verwarmen, verlichten daarvan, enz.; 2° interest van aan derden ontleende en in de onderneming gebruikte kapitalen alsmede alle lasten, renten en soortgelijke uitkeringen betreffende die onderneming; 3° de bezoldigingen van de personeelsleden en de volgende ermee verband houdende kosten: a) de wettelijk verschuldigde sociale lasten; b) de werkgeversbijdragen en -premies, gestort ter uitvoering van: - een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of overlijden; - een collectieve of individuele aanvullende pensioentoezegging inzake een rust- en/of overlevingspensioen, met het oog op de vorming van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden; - een solidariteitstoezegging als bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid; - een collectieve of individuele toezegging die moet worden beschouwd als een aanvulling van de wettelijke uitkeringen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval of ongeval ofwel beroepsziekte of ziekte; c) de bijdragen inzake sociale verzekering of voorzorg die in b) niet worden genoemd en die verschuldigd zijn krachtens contractuele verplichtingen; d) de bijzondere bijdrage die verschuldigd is krachtens artikel 38, § 3novies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. e) de bijzondere bijdragen die verschuldigd zijn krachtens artikel 38, § 3sexdecies, eerste lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. 4° de bezoldigingen van de gezinsleden van de belastingplichtige die met hem samenwerken; 5° pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen die ter uitvoering van een contractuele verbintenis worden toegekend aan gewezen personeelsleden of hun rechtverkrijgenden; 6° afschrijvingen die betrekking hebben op oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is; 7° de persoonlijke bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een wettelijk of reglementair statuut dat de betrokkenen van het toepassingsgebied van de sociale wetgeving uitsluit; 7°bis tot de in 7° bedoelde bijdragen behoren inzonderheid de bijdragen als vermeld in artikel 45 van de programmawet van 24 december 2002, met uitzondering van de premies of bijdragen die door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering rechtstreeks aan een pensioeninstelling worden betaald voor overeenkomsten in uitvoering van de regeling van sociale voordelen voorzien in artikel 54 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en die ten name van de verkrijger zijn vrijgesteld ingevolge artikel 38, eerste lid, 16°. 8° de sommen die de belastingplichtige voor zichzelf, voor zijn echtgenoot en voor de gezinsleden te zijnen laste aan een bij koninklijk besluit erkend ziekenfonds bijdraagt in het kader van een aanvullende verzekering voor het verkrijgen van een tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verstrekkingen die terugbetaalbaar zijn ingevolge de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, doch niet onder de toepassing vallen van het koninklijk besluit van 30 juli 1964 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van diezelfde gecoördineerde wet tot de zelfstandigen wordt verruimd, tot het bedrag van de tegemoetkoming die ingevolge de voornoemde gecoördineerde wet kan worden verstrekt; 9° de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen die worden betaald of toegekend met toepassing van hoofdstuk II van de wet van 21 december 2007 betreffende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 en van Titel XIII, Enig Hoofdstuk 'Invoering van een stelsel van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen voor de autonome overheidsbedrijven' van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen en die daadwerkelijk onderworpen zijn aan de bijzondere bijdrage en de solidariteitsbijdrage die bepaald zijn in artikel 38, § 3novies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. 10° de bijdragen ter verkrijging van een vergoeding bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en invaliditeit; 11° de door bedrijfsleiders werkelijk betaalde interest van schulden aangegaan bij derden voor het verkrijgen van aandelen die een fractie van het kapitaal van een binnenlandse vennootschap vertegenwoordigen waarvan zij in het belastbare tijdperk periodiek bezoldigingen ontvangen; behalve met betrekking tot instellingen als vermeld in artikel 56, worden niet als een derde aangemerkt, de voormelde vennootschap zelf, zomede elke onderneming ten aanzien waarvan die vennootschap zich rechtstreeks of onrechtstreeks in een band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. 12° het saldo van het mobiliteitsbudget dat overeenkomstig artikel 8, § 3, van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget ter beschikking wordt gesteld van de werknemer. 13° de in rubriek II.A. "handelsgoederen, grond- en hulpstoffen" van de resultatenrekening, zoals omschreven in artikel 3:90 van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, te boeken inkopen van goederen en diensten.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.