WIB 92, Art. 51
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel bepaalt de forfaitaire beroepskosten. Bij gebrek aan bewijzen worden de beroepskosten forfaitair bepaald op percentages van het brutobedrag van de inkomsten, vooraf verminderd met de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen en, wat winst betreft, met de aankoopprijs van de verkochte handelsgoederen en van de grondstoffen; die bijdragen, sommen en aankoopprijs zijn zelf uitgezonderd van het forfait. De regel geldt voor andere bezoldigingen, winst en baten dan de in de artikelen 25, 7° en 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomsten en dan vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen, winst of baten. De percentages bedragen 30 % voor bezoldigingen van werknemers, 3 % voor bezoldigingen van bedrijfsleiders, 5 % voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten, en 30 % voor winst. Voor baten geldt een schaal van 28,7 %, 10 %, 5 % en 3 % per schijf, met schijfgrenzen die de wet als geïndexeerd bedrag vermeldt. Het forfait mag in geen geval meer bedragen dan een geïndexeerd maximum, dat de wet afzonderlijk vastlegt voor de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld onder 1° en 5°, voor de inkomsten onder 2°, en voor de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld onder 3° en 4°. De belastingplichtigen die bij toepassing van artikel 342, § 1, worden belast op grond van forfaitaire grondslagen van aanslag, evenals hun meewerkende echtgenoot voor het aandeel dat hij uit zulke forfaitair vastgestelde inkomsten verkrijgt, kunnen geen gebruik maken van het forfait voor meewerkende echtgenoten, baten en winst.
Voor wie
Toepassingsgebied: personenbelasting. Het artikel gaat over werknemers, bedrijfsleiders, meewerkende echtgenoten en belastingplichtigen met baten of winst die hun beroepskosten niet bewijzen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
De wet vermeldt de schijfgrenzen en de maxima als geïndexeerd bedrag: bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht. Symbolisch voor een werknemer met een brutobedrag aan bezoldigingen B en bijdragen en sommen S als bedoeld in artikel 52, 7° en 8°: het forfait is (B − S) × 30 %, in hele centen afgerond, en ten hoogste het geïndexeerde maximum voor die categorie.
Veelgemaakte fouten
- Het forfait berekenen op het brutobedrag zonder aftrek. De wet vermindert het brutobedrag eerst met de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen en, wat winst betreft, met de aankoopprijs van de verkochte handelsgoederen en van de grondstoffen.
- Voor bedrijfsleiders het werknemerspercentage toepassen. Voor bezoldigingen van bedrijfsleiders bedraagt het percentage 3 %.
- Op baten één percentage toepassen. Voor baten geldt een schaal per schijf.
- Het forfait onbeperkt laten oplopen. De wet zegt dat het in geen geval meer mag bedragen dan het geïndexeerde maximum voor de betrokken categorie.
- Het forfait toepassen wanneer de beroepskosten bewezen zijn. De wet laat het forfait gelden bij gebrek aan bewijzen.
- Het forfait voor meewerkende echtgenoten, baten of winst toepassen bij een belasting op forfaitaire grondslagen van aanslag. De wet sluit dat uit voor de belastingplichtigen die bij toepassing van artikel 342, § 1, zo worden belast, en voor hun meewerkende echtgenoot voor het aandeel uit zulke inkomsten.
Verwante bepalingen
- WIB92:52 — volgens zijn tekst gaat het onder 7° om de persoonlijke bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een wettelijk of reglementair statuut dat de betrokkenen van het toepassingsgebied van de sociale wetgeving uitsluit, en onder 8° om de sommen die de belastingplichtige voor zichzelf, zijn echtgenoot en de gezinsleden te zijnen laste aan een erkend ziekenfonds bijdraagt in het kader van een aanvullende verzekering, onder de daar vermelde voorwaarden.
- WIB92:25 — volgens zijn tekst omvat winst onder 7° het bovenmatig deel van de voordelen van alle aard toegekend aan werknemers.
- WIB92:27 — volgens zijn tekst omvatten baten onder 7° het bovenmatig deel van de voordelen van alle aard toegekend aan werknemers.
- WIB92:342 — volgens zijn tekst worden, bij gebreke van bewijskrachtige gegevens, de daar vermelde winst of baten bepaald naar de normale winst of baten van ten minste drie soortgelijke belastingplichtigen, en kan de administratie te dien einde, in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, forfaitaire grondslagen van aanslag vaststellen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel zegt niet hoe groot de geïndexeerde schijfgrenzen en maxima in een bepaald aanslagjaar zijn.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Met betrekking tot andere bezoldigingen, winst en baten dan de in de artikelen 25, 7° en 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomsten en vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen, winst of baten, worden de beroepskosten, de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen en, wat winst betreft, de aankoopprijs van de verkochte handelsgoederen en van de grondstoffen uitgezonderd, bij gebrek aan bewijzen forfaitair bepaald op percentages van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met de voormelde bijdragen en sommen en de voormelde aankoopprijs. Die percentages bedragen: 1° voor bezoldigingen van werknemers: 30 %; 2° voor bezoldigingen van bedrijfsleiders: 3 %; 3° voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten: 5 %; 4° voor baten: a) 28,7 % van de eerste schijf van 7.720 euro (geïndexeerd bedrag) ; b) 10 % van de schijf van 7.720 euro (geïndexeerd bedrag) tot 15.340 euro (geïndexeerd bedrag) ; c) 5 % van de schijf van 15.340 euro (geïndexeerd bedrag) tot 25.530 euro (geïndexeerd bedrag) ; d) 3 % van de schijf boven 25.530 euro (geïndexeerd bedrag) . 5° voor winst: 30 % In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 6.070 euro (geïndexeerd bedrag) voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 1° en 5°, noch meer dan 3.200 euro (geïndexeerd bedrag) voor het geheel van de inkomsten als vermeld in het tweede lid, 2°, noch meer dan 5.340 euro (geïndexeerd bedrag) voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 3° en 4°. (...) De belastingplichtigen die bij toepassing van artikel 342, § 1, worden belast op grond van forfaitaire grondslagen van aanslag, evenals hun meewerkende echtgenoot voor het aandeel dat hij uit dergelijke forfaitair vastgestelde inkomsten verkrijgt, kunnen geen gebruik maken van het forfait bepaald in het tweede lid, 3°, 4° en 5°.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.