Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 47

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

De wet regelt een gespreide belasting van meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa als een bedrag gelijk aan de schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd. Het gaat om meerwaarden die niet vrijgesteld zijn door artikel 44, § 1, 2° en § 2, artikel 44bis of artikel 44ter, en die verwezenlijkt zijn ofwel naar aanleiding van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een gelijkaardige gebeurtenis, ofwel bij een andere vervreemding van immateriële vaste activa waarop fiscaal afschrijvingen aangenomen zijn of van materiële vaste activa, als het vervreemde goed al meer dan 5 jaar een vast actief was. De meerwaarde wordt dan als winst belast in het belastbare tijdperk waarin het herbelegde goed verkregen of tot stand gebracht is en in de volgende tijdperken, naar verhouding tot de afschrijvingen op dat goed; het saldo wordt belast wanneer het goed niet meer beroepsmatig gebruikt wordt, en uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid. De herbelegging gebeurt in afschrijfbare immateriële of materiële vaste activa die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte beroepsmatig gebruikt worden. Ze gebeurt uiterlijk bij de stopzetting en binnen een termijn: bij een schadegeval en dergelijke een termijn die verstrijkt na 3 jaar volgend op het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling ontvangen is; bij een andere vervreemding 3 jaar vanaf de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde verwezenlijkt is. Voor herbelegging in een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig gelden termijnen van 5 jaar (zie het rekenvoorbeeld). Bij de aangifte hoort een opgave, telkens tot de meerwaarde volledig belast is. Wordt niet op de juiste wijze of niet tijdig herbelegd, dan is de meerwaarde of het nog niet belaste deel inkomen van het tijdperk waarin de termijn verstreken is. Niet behandeld: de uitsluiting voor meerwaarden die onderworpen zijn aan het tarief van artikel 217, eerste lid, 1°, bij de daar bedoelde verrichtingen met vastgoedbeleggingsvennootschappen en -fondsen, en de gelijkstelling van terreinen en gebouwen onder de actiefpost beleggingen van verzekeringsondernemingen met materiële vaste activa.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen.

Voorbeeld met alleen de termijnen uit de wet: een materieel vast actief dat meer dan 5 jaar een vast actief was, wordt verkocht in belastbaar tijdperk T, zonder schadegeval. De herbeleggingstermijn loopt 3 jaar vanaf de eerste dag van T. Gebeurt de herbelegging in een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig, dan wordt de termijn 5 jaar vanaf de eerste dag van T, of vanaf de eerste dag van het voorlaatste belastbare tijdperk vóór T. Bij herbelegging in zo’n goed wordt de meerwaarde in T belast naar verhouding tot de afschrijvingen op het herbelegde goed die op het ogenblik van de verwezenlijking al aangenomen zijn. Na een schadegeval loopt de termijn bij zo'n herbelegging ten vroegste af na 5 jaar vanaf de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde verwezenlijkt is.

Veelgemaakte fouten

  • De twee termijnen door elkaar halen. Na een schadegeval telt de wet vanaf het einde van het tijdperk waarin de schadeloosstelling ontvangen is; bij een andere vervreemding vanaf de eerste dag van het tijdperk waarin de meerwaarde verwezenlijkt is.
  • Herbeleggen in activa die niet afschrijfbaar zijn of die niet in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte beroepsmatig gebruikt worden. De wet vraagt afschrijfbare activa die in zo’n lidstaat beroepsmatig gebruikt worden; anders wordt de meerwaarde belast in het tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is.
  • Een gewone verkoop onder dit stelsel brengen terwijl het goed niet meer dan 5 jaar een vast actief was.
  • De opgave bij de aangifte vergeten, ook in de jaren na de verwezenlijking.

Verwante bepalingen

  • WIB92:44 — de wet stelt daar onder meer meerwaarden vrij die uitgedrukt maar niet verwezenlijkt zijn (niet die op voorraden en bestellingen in uitvoering), en verwezenlijkte meerwaarden op immateriële, materiële en financiële vaste activa en andere portefeuillewaarden voor zover de vergoeding of verkoopwaarde niet hoger is dan de gerevaloriseerde waarde verminderd met de vroeger aangenomen afschrijvingen en waardeverminderingen; paragraaf 2 stelt meerwaarden op ongebouwde onroerende goederen van landbouw- en tuinbouwondernemingen vrij.
  • WIB92:217 — de wet legt daar afwijkende tarieven van de vennootschapsbelasting vast; punt 1° gaat onder meer over een meerwaarde bij een inbreng van een onroerend goed in de daar genoemde vastgoedbeleggingsvennootschappen en -fondsen.

Wat de wet niet regelt

Deze bepaling legt het model van de opgave niet zelf vast; dat doet de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Wanneer een bedrag gelijk aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn als hierna gesteld, worden de meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa die niet zijn vrijgesteld ingevolge de artikelen 44, § 1, 2° en § 2, 44bis en 44ter en die zijn verwezenlijkt, 1° naar aanleiding van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, of 2° bij een niet in het 1° vermelde vervreemding van immateriële vaste activa waarop fiscaal afschrijvingen werden aangenomen of van materiële vaste activa en voor zover de vervreemde goederen sedert meer dan 5 jaar vóór hun vervreemding de aard van vaste activa hadden, aangemerkt als winst of baten van het belastbare tijdperk waarin de herbelegde goederen zijn verkregen of tot stand gebracht en van ieder volgende belastbare tijdperk en zulks naar verhouding tot de afschrijvingen op die goederen die respectievelijk op het einde van het eerst vermelde belastbare tijdperk en voor elk volgende belastbare tijdperk in aanmerking worden genomen en, in voorkomend geval, tot het saldo op het ogenblik dat de goederen ophouden gebruikt te worden voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid. Met materiële vaste activa worden gelijkgesteld, de terreinen en gebouwen die voorkomen onder de actiefpost beleggingen, overeenkomstig de wetgeving betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen. § 2. De herbelegging moet gebeuren in afschrijfbare immateriële of materiële vaste activa die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt. § 3. De herbelegging moet uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid gebeuren en binnen een termijn: 1° die verstrijkt na 3 jaar volgend op het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling is ontvangen, voor meerwaarden vermeld in § 1, 1°; 2° van 3 jaar vanaf de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de meerwaarden vermeld in § 1, 2°, zijn verwezenlijkt. § 4. Wanneer wordt herbelegd in een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig, verstrijkt voor meerwaarden vermeld in § 1, 1° de herbeleggingstermijn ten vroegste na 5 jaar vanaf de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt. Wanneer wordt herbelegd in een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig, wordt, in afwijking van § 3, 2°, de herbeleggingstermijn gebracht op 5 jaar vanaf de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt, of vanaf de eerste dag van het voorlaatste belastbare tijdperk dat de verwezenlijking van de meerwaarde voorafgaat. In afwijking van § 1 wordt in gevallen als vermeld in het eerste en het tweede lid, de meerwaarde in het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt als winst of baten aangemerkt naar verhouding tot het bedrag van de afschrijvingen op het door herbelegging verkregen goed die op het ogenblik van verwezenlijking van de meerwaarde reeds in aanmerking zijn genomen. § 5. Om het in § 1 vermelde belastingstelsel te rechtvaardigen moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen, voor het aanslagjaar van de verwezenlijking van de meerwaarde en de erop volgende aanslagjaren tot wanneer de verwezenlijkte meerwaarde volledig belast is, een opgave voegen waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld. § 6. Indien niet wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijnen gesteld in de §§ 2 tot 4 wordt de verwezenlijkte meerwaarde, of het gedeelte ervan dat nog niet is belast, aangemerkt als een inkomen van het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is. § 7. De paragraaf 1 is niet van toepassing indien de meerwaarde is onderworpen aan het in artikel 217, eerste lid, 1°, bedoelde tarief en werd gerealiseerd in het kader van de in hetzelfde artikel bedoelde verrichtingen waaraan een door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap , een Europese langetermijnbeleggingsinstelling of een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap deelneemt .

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.