WIB 92, Art. 44ter
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel stelt meerwaarden op voor de commerciële vaart bestemde binnenschepen volledig vrij wanneer een bedrag gelijk aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn die de wet stelt. De meerwaarden moeten zijn verwezenlijkt ofwel naar aanleiding van een schadegeval, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, ofwel bij een andere vervreemding van zulke binnenschepen, voor zover die sedert meer dan vijf jaar vóór de vervreemding de aard van vaste activa hadden. Onder binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart verstaat de wet onder 1° vaartuigen die worden aangewend voor goederen- of personenvervoer, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden; onder 2° vaartuigen die worden aangewend voor het duwen van binnenvaartuigen, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden. De wet somt op in welke binnenschepen de herbelegging moet gebeuren: onder 1° binnenschepen die beantwoorden aan de ecologische normen die door de Koning zijn bepaald; onder 2° die bestemd zijn voor de commerciële vaart; onder 3° die in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt; onder 4° die gelijktijdig beantwoorden aan minstens twee van de volgende voorwaarden: a) van een recenter bouwjaar zijn (minstens 5 jaar) dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft; b) minstens 25 % meer laadvermogen of, in het geval van een duwboot, 25 % meer motorvermogen hebben dan dat vaartuig; c) maximum twintig jaar in gebruik zijn. Binnenschepen met een maximum tonnenmaat van 1.500 ton moeten uitsluitend aan de voorwaarde van het recentere bouwjaar voldoen. De herbelegging moet uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid gebeuren, en binnen een termijn die de wet per soort meerwaarde regelt. Om de vrijstelling te genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een opgave voegen volgens het model dat de minister van Financiën of zijn afgevaardigde vaststelt. Wordt niet herbelegd op de wijze en binnen de termijnen van de wet, dan wordt de verwezenlijkte meerwaarde aangemerkt als een inkomen van het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is; in dat geval is artikel 47 niet van toepassing.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de vrijgestelde inkomsten, onder meerwaarden. Ze gaat over belastingplichtigen die een meerwaarde verwezenlijken op binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Symbolisch voor de voorwaarde van het laadvermogen: heeft het vervreemde vaartuig een laadvermogen L, dan moet het nieuwe binnenschip minstens L plus 25 % van L aan laadvermogen hebben om aan die voorwaarde te voldoen.
Veelgemaakte fouten
- Bij een gewone vervreemding de bezitsduur negeren. De vervreemde binnenschepen moeten sedert meer dan vijf jaar vóór de vervreemding de aard van vaste activa hebben gehad.
- Eén van de voorwaarden a) tot c) als voldoende zien. Het nieuwe binnenschip moet gelijktijdig aan minstens twee ervan beantwoorden, behalve een binnenschip met een maximum tonnenmaat van 1.500 ton, dat uitsluitend aan de voorwaarde van het recentere bouwjaar moet voldoen.
- De termijnen voor beide soorten meerwaarden gelijk behandelen. Bij een schadegeval, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis verstrijkt de termijn vijf jaar na het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling is ontvangen; bij een andere vervreemding loopt een termijn van vijf jaar te rekenen van de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt of van de eerste dag van het voorlaatste belastbaar tijdperk dat het belastbaar tijdperk van de verwezenlijking voorafgaat.
- De opgave bij de aangifte vergeten. De wet stelt ze als voorwaarde om de vrijstelling te kunnen genieten, vanaf het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt tot het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn is verstreken.
- Bij het uitblijven van een tijdige herbelegging toch de regeling van artikel 47 toepassen. De wet zegt dat artikel 47 in dat geval niet van toepassing is.
Verwante bepalingen
- WIB92:47 — volgens zijn tekst worden, bij herbelegging van een bedrag gelijk aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde, bepaalde meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa die niet zijn vrijgesteld ingevolge onder meer artikel 44ter, aangemerkt als winst of baten van het belastbare tijdperk waarin de herbelegde goederen zijn verkregen of tot stand gebracht en van ieder volgende belastbare tijdperk, naar verhouding tot de afschrijvingen op die goederen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bevat zelf de ecologische normen niet; die bepaalt de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De meerwaarden die in de in het tweede lid bedoelde omstandigheden op voor de commerciële vaart bestemde binnenschepen zijn verwezenlijkt, worden volledig vrijgesteld wanneer een bedrag dat gelijk is aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn als hierna gesteld. De meerwaarden moeten zijn verwezenlijkt: 1° naar aanleiding van een schadegeval, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, of 2° bij een niet in het 1° vermelde vervreemding van binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart, voorzover deze sedert meer dan vijf jaar vóór de vervreemding ervan de aard van vaste activa hadden. Onder binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart moet worden verstaan: 1° vaartuigen die worden aangewend voor goederen- of personenvervoer, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden; 2° vaartuigen die worden aangewend voor het duwen van binnenvaartuigen, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden. § 2. De herbelegging moet gebeuren in binnenschepen die: 1° beantwoorden aan de ecologische normen die door de Koning zijn bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad; 2° bestemd zijn voor de commerciële vaart; 3° in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt; 4° gelijktijdig beantwoorden aan minstens twee van de volgende voorwaarden, met uitzondering van de binnenschepen met een maximum tonnenmaat van 1.500 ton die uitsluitend aan de in a) hierna bedoelde voorwaarde moeten voldoen: a) van een recenter bouwjaar zijn - minstens 5 jaar - dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft; b) minstens 25 % meer laadvermogen of, in het geval van een duwboot, 25 % meer motorvermogen hebben dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft; c) maximum twintig jaar in gebruik zijn. § 3. De herbelegging moet uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid gebeuren en binnen een termijn: 1° die verstrijkt vijf jaar na het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling is ontvangen, voor in § 1, tweede lid, 1°, bedoelde meerwaarden; 2° van vijf jaar te rekenen van de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt of van de eerste dag van het voorlaatste belastbaar tijdperk dat het belastbaar tijdperk voorafgaat tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt, voor in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde meerwaarden. § 4. Om de in § 1, eerste lid, vermelde vrijstelling te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen vanaf het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt en tot het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingtermijn is verstreken, een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld. § 5. Indien niet wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijnen die bij §§ 2 en 3, zijn bepaald, wordt de verwezenlijkte meerwaarde aangemerkt als een inkomen van het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is. In dat geval is artikel 47 niet van toepassing.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.