WIB 92, Art. 444
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt de belastingverhoging. Bij niet-aangifte, bij laattijdige overlegging van de aangifte of bij een onvolledige of onjuiste aangifte worden de belastingen die verschuldigd zijn op het niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomstengedeelte, bepaald vóór enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de voorafbetalingen, vermeerderd met een belastingverhoging. Die hangt af van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de Koning de trappen vaststelt, gaande van 10 % tot 200 % van die belastingen. Bij een onjuiste aangifte die aanleiding geeft tot een in titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, onderafdeling 3, bedoelde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, worden de verschuldigde voorheffingen vermeerderd met een verhoging naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de Koning de trappen vaststelt, gaande van 10 % tot 200 % van de onjuist aangegeven vrijstelling van doorstorting. Bij een eerste te goeder trouw begane overtreding wordt van een belastingverhoging afgezien. Het totaal van de belastingen op het niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomstengedeelte en de belastingverhogingen daarop mag niet hoger zijn dan het bedrag van de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten. Die verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten 2.500 euro bereiken.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel over de vestiging en inning van de belastingen, in het hoofdstuk over de strafbepalingen, in de afdeling over de administratieve sancties, in de onderafdeling over de belastingverhogingen. Ze betreft de belastingplichtige die geen aangifte, een laattijdige, een onvolledige of een onjuiste aangifte heeft ingediend.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Symbolisch. Stel dat de belasting op het niet aangegeven inkomstengedeelte, bepaald vóór enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de voorafbetalingen, B bedraagt, en dat de niet aangegeven inkomsten I bedragen. Geldt de laagste trap van de schaal, dan is de belastingverhoging B × 10 %, afgerond op hele centen; bij de hoogste trap is ze B × 200 %. De trap hangt af van de aard en de ernst van de overtreding; de trappen stelt de Koning vast en die schaal zit niet in de gegevens. Het totaal B plus de belastingverhoging mag niet hoger zijn dan I. Bereikt I geen 2.500 euro, dan wordt die belastingverhoging niet toegepast.
Veelgemaakte fouten
- De verhoging berekenen op de belasting na verrekening van voorheffingen of voorafbetalingen. De wet bepaalt de grondslag vóór enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de voorafbetalingen.
- De verhoging berekenen op de volledige belasting. De grondslag is de belasting op het niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomstengedeelte.
- De grens vergeten: het totaal van die belastingen en de belastingverhogingen daarop mag niet hoger zijn dan het bedrag van de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten.
- De verhoging toepassen wanneer de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten 2.500 euro niet bereiken.
- Denken dat goede trouw altijd moet worden bewezen. Goede trouw wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed te bestaan bij een eerste overtreding, behalve in geval van toepassing van artikel 351.
Verwante bepalingen
- WIB92:351 — de administratie kan de aanslag ambtshalve vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die zij kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt, onder meer als de belastingplichtige nagelaten heeft een aangifte te doen binnen de voorgeschreven termijnen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel legt zelf de trappen van de schaal niet vast; dat doet de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Bij niet-aangifte, bij laattijdige overlegging van de aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, worden de op het niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen, bepaald voor enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de voorafbetalingen, vermeerderd met een belastingverhoging die wordt bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 % tot 200 % van de op het niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen. Bij een onjuiste aangifte die aanleiding geeft tot een in titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, onderafdeling 3, bedoelde vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, worden de verschuldigde voorheffingen vermeerderd met een verhoging die wordt bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 % tot 200 % van de onjuist aangegeven vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Er wordt afgezien van een belastingverhoging bij een eerste te goeder trouw begane overtreding. Goede trouw wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed te bestaan bij de belastingplichtige die een eerste overtreding heeft begaan, behalve in geval van toepassing van artikel 351. Het totaal van de op het niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen bedoeld in het eerste lid mag niet hoger zijn dan het bedrag van de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten. De in het eerste lid bedoelde verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten 2.500 euro bereiken.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.