WIB 92, Art. 39
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel stelt drie groepen inkomsten vrij. Ten eerste de in artikel 34, § 1, 1°, vermelde pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen die zijn toegekend in geval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten, in de mate waarin ze geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken. Ze worden inzonderheid geacht geen herstel van zo'n derving uit te maken wanneer ze zijn toegekend hetzij ingevolge een arbeidsongeval of een beroepsziekte met een invaliditeitsgraad die niet meer bedraagt dan 20 %, hetzij als aanvulling op een rust- of overlevingspensioen. In de andere gevallen worden ze, behoudens tegenbewijs, geacht geen herstel uit te maken ten belope van het deel dat overeenstemt met de totale vergoeding vermenigvuldigd met een breuk met als teller 20 % en met als noemer de invaliditeitsgraad uitgedrukt in %. Ten tweede zijn pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden vrijgesteld in de gevallen die de wet opsomt: indien en in zover zij zijn gevormd volgens de techniek van de aan de levensverzekering eigen individuele kapitalisatie en door bijdragen gestort vóór 1 januari 1950; indien ze voortkomen uit een individueel levensverzekeringscontract ten gunste van de belastingplichtige of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is, met de omstandigheden die de wet onder a) tot d) omschrijft; indien zij voortkomen uit een spaarrekening of uit een spaarverzekeringscontract waarvoor geen vermindering werd verleend ingevolge artikel 145¹, 5°; indien en in zoverre zij het voorwerp zijn geweest van een taks op het lange termijnsparen, met uitzondering van de vervroegde inning van die taks. Ten derde is de pensioenbonus vrijgesteld die wordt betaald of toegekend in toepassing van de wet van 25 april 2024 houdende de hervorming van de pensioenen of van artikel 3/2 of artikel 7ter van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact; hij wordt vermeld op de berekeningsnota bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de vrijgestelde pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden. Ze gaat over de verkrijgers van die inkomsten en van de pensioenbonus.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen eurobedrag; ze bevat wel een breuk voor het vrijgestelde deel. Symbolisch, voor een geval dat niet onder de vermoedens van het tweede lid valt, met een totale vergoeding V en een invaliditeitsgraad G uitgedrukt in %: het deel dat geacht wordt geen herstel van een bestendige derving uit te maken, is V × 20 / G, behoudens tegenbewijs.
Veelgemaakte fouten
- Elke arbeidsongevallen- of beroepsziekterente volledig vrijstellen. De vrijstelling geldt in de mate waarin de uitkering geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaakt.
- De breuk ook toepassen bij een invaliditeitsgraad die niet meer bedraagt dan 20 % of bij een aanvulling op een rust- of overlevingspensioen. In die gevallen worden de uitkeringen inzonderheid geacht geen herstel uit te maken.
- De uitkomst van de breuk als onweerlegbaar zien. De wet zegt "behoudens tegenbewijs".
- Uitkeringen uit een pensioenstelsel behandelen als inkomsten uit een individueel levensverzekeringscontract. De wet zegt dat de inkomsten onder § 2, eerste lid, 2°, geen inkomsten omvatten uit pensioenen, aanvullende pensioenen, kapitalen, renten en afkoopwaarden die zijn opgebouwd in het kader van een al dan niet buitenlands pensioenstelsel.
- Niet behandeld: de afzonderlijke omstandigheden a) tot d) bij het individuele levensverzekeringscontract, de verwijzing naar de wet van 28 december 1992 bij de taks op het lange termijnsparen, en de omschrijving van pensioenstelsel als collectieve pensioentoezegging van een werkgever.
Verwante bepalingen
- WIB92:34 — volgens zijn tekst omvatten pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen onder 1° pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen, die worden toegekend in het kader van een wettelijke sociale beschermingsregeling of rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid.
- WIB92:145^1 — volgens zijn tekst wordt binnen de daar genoemde grenzen en voorwaarden een belastingvermindering verleend op bepaalde uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald, onder meer, onder 5°, betalingen voor het pensioensparen.
- WIB92:508 — volgens zijn tekst gaat het over de vrijstelling van pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten die geheel of ten dele gevestigd zijn door middel van stortingen als bedoeld in artikel 30bis, 3°, van de wetten betreffende de inkomstenbelastingen, gecoördineerd op 15 januari 1948.
- WIB92:38 en WIB92:52 — artikelen waarnaar laag 1 verwijst.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel zegt niet hoe het tegenbewijs tegen het vermoeden met de breuk wordt geleverd.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De in artikel 34, § 1, 1°, vermelde pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen, die zijn toegekend in geval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten, zijn vrijgesteld in de mate waarin ze geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken. Worden inzonderheid geacht geen herstel uit te maken van een dergelijke derving, de pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen vermeld in het vorige lid die zijn toegekend hetzij ingevolge een arbeidsongeval of een beroepsziekte die een invaliditeitsgraad tot gevolg hebben die niet meer bedraagt dan 20 %, hetzij als aanvulling op een rust- of overlevingspensioen. In de gevallen die niet zijn bedoeld in het tweede lid, worden de in het eerste lid vermelde pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, behoudens tegenbewijs, geacht geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uit te maken ten belope van het deel dat overeenstemt met de totale vergoeding vermenigvuldigd met een breuk met als teller 20 % en met als noemer de invaliditeitsgraad uitgedrukt in %. § 2. Pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden zijn vrijgesteld: 1° indien en in zover zij zijn gevormd volgens de techniek van de aan de levensverzekering eigen individuele kapitalisatie en door bijdragen gestort vóór 1 januari 1950; 2° indien ze voortkomen uit een individueel levensverzekeringscontract dat is afgesloten ten gunste van de belastingplichtige of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is, en: a) geen vrijstelling is toegepast overeenkomstig bepalingen die vóór het aanslagjaar 1993 van toepassing waren, de in artikel 145¹, 2°, vermelde belastingvermindering niet is verleend, en geen gewestelijke belastingvermindering of gewestelijk belastingkrediet is verleend; b) de vrijstelling krachtens artikel 15, eerste lid, van de wet van 13 juli 1959 is geweigerd; c) van de vrijstelling overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van de voormelde wet of overeenkomstig artikel 508 afstand is gedaan; d) ze niet geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming, noch van bijdragen of premies als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 16°, noch van bijdragen die, overeenkomstig artikel 52, 7°bis, in aanmerking konden komen als beroepskosten, noch van bijdragen die in aanmerking konden komen voor de toepassing van artikel 145¹, 1° of 1°bis; 3° indien zij voortkomen uit een spaarrekening of uit een spaarverzekeringscontract waarvoor geen vermindering werd verleend ingevolge artikel 145¹, 5°; 4° indien en in zoverre zij het voorwerp zijn geweest van een taks op het lange termijnsparen als bepaald in Boek II, titel VIII van het Wetboek diverse rechten en taksen, met uitzondering van de vervroegde inning van de taks, bepaald bij artikel 185, § 4 van dat wetboek, of in artikel 119 van de wet van 28 december 1992. De in het eerste lid, 2°, bedoelde inkomsten omvatten niet, inkomsten die voortkomen uit pensioenen, aanvullende pensioenen, kapitalen, renten en afkoopwaarden, die zijn opgebouwd in het kader van een al dan niet buitenlands pensioenstelsel, ongeacht of de aangeslotene al dan niet individueel is toegetreden tot het pensioenstelsel en ongeacht of de opbouw van het pensioen, het kapitaal of de rente al dan niet in het definitief en uitsluitend voordeel van de aangeslotene gebeurt. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder pensioenstelsel verstaan, een collectieve pensioentoezegging van een werkgever waarvoor bij een pensioeninstelling of bij een intern pensioenfonds voor of door werkgevers ten behoeve van ten minste twee aangesloten werknemers, vroegere werknemers of hun rechtverkrijgenden gelden worden bijeengebracht en beheerd met het oog op de uitkering van een pensioen, een kapitaal of een rente, en die beheerst wordt door een reglement dat gemeenschappelijk van toepassing is op alle aangeslotenen en desgevallend hun rechtverkrijgenden, al dan niet opgedeeld in verschillende categorieën. § 3. De pensioenbonus die wordt betaald of toegekend in toepassing van titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 25 april 2024 houdende de hervorming van de pensioenen, van artikel 3/2 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact of van artikel 7ter van de voormelde wet van 23 december 2005, is vrijgesteld. De in het eerste lid bedoelde pensioenbonus wordt vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.