Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 37bis

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel bepaalt in twee gevallen dat inkomsten als beroepsinkomsten worden aangemerkt. Het eerste geval: onverminderd de toepassing van de roerende voorheffing worden vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening, als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer de financiële instrumenten die het voorwerp zijn van de overeenkomst worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten; de netto-inkomsten van die vergoedingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 98, tweede lid. Het tweede geval betreft diverse inkomsten. Alle in artikel 90, eerste lid, 1°ter, vermelde beloningen voor prestaties die in een bepaald kalenderjaar worden geleverd, worden als beroepsinkomsten aangemerkt van zodra voor dat kalenderjaar één van de grenzen uit artikel 17, § 1, derde en vierde lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969, of de jaargrens van 190 uren uit artikel 17bis, § 2, van hetzelfde besluit wordt overschreden. Daarnaast worden de in artikel 90, eerste lid, 1°bis en 1°ter, vermelde inkomsten, behoudens tegenbewijs, als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer het totale bruto bedrag van die inkomsten in het kalenderjaar of in het vorige kalenderjaar meer bedraagt dan een in de wet vermeld geïndexeerd bedrag. Voor dat totaal telt ook het bruto bedrag mee van de beloningen die al op grond van de uurgrens of de andere grenzen als beroepsinkomsten worden aangemerkt.

Voor wie

Toepassingsgebied: personenbelasting. Het artikel gaat over de verkrijger van vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot die de financiële instrumenten gebruikt voor zijn beroepswerkzaamheid, en over de verkrijger van de in artikel 90, eerste lid, 1°bis en 1°ter, vermelde inkomsten.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Voor de drempel in euro geldt: bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht. De toets gebeurt op het totale bruto bedrag van de in artikel 90, eerste lid, 1°bis en 1°ter, vermelde inkomsten, in het kalenderjaar of in het vorige kalenderjaar.

Veelgemaakte fouten

  • Vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot altijd als beroepsinkomsten behandelen. De wet doet dat alleen wanneer de financiële instrumenten van de overeenkomst worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger.
  • Denken dat de beloningen pas beroepsinkomsten worden als alle grenzen overschreden zijn. De wet spreekt van "één van" de grenzen of de jaargrens van 190 uren.
  • Alleen het lopende kalenderjaar bekijken voor de euro-drempel. De wet toetst het totale bruto bedrag "in het kalenderjaar of in het vorige kalenderjaar".
  • De beloningen die al als beroepsinkomsten zijn aangemerkt, weglaten uit het totaal voor de euro-drempel. De wet rekent het bruto bedrag van die inkomsten mee.
  • De euro-drempel als onweerlegbaar zien. De aanmerking als beroepsinkomsten geldt "behoudens tegenbewijs".

Verwante bepalingen

  • WIB92:90 — volgens zijn tekst zijn diverse inkomsten onder meer, onder 1°bis, winst of baten die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid voortkomen uit diensten die de belastingplichtige zelf aan derden verleent, wanneer aan alle daar vermelde voorwaarden is voldaan (onder meer de tussenkomst van een erkend elektronisch platform), en, onder 1°ter, de beloningen voor een tewerkstelling als bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 1° en 3° tot 7° van het koninklijk besluit van 28 november 1969, waarvoor bij toepassing van datzelfde artikel 17 geen sociale bijdragen verschuldigd zijn.
  • WIB92:98 — zijn tekst bevat onder meer de zin dat de in artikel 90, eerste lid, 5° tot 7° en 11°, vermelde inkomsten in aanmerking worden genomen naar het aan de verkrijger werkelijk betaalde of toegekende bedrag, in voorkomend geval verhoogd met de roerende voorheffing.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet hoe groot het geïndexeerde bedrag in een bepaald jaar is.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Onverminderd de toepassing van de roerende voorheffing, worden vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening, aangemerkt als beroepsinkomsten wanneer de financiële instrumenten die het voorwerp zijn van de overeenkomst worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten. De netto-inkomsten van deze vergoedingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 98, tweede lid. § 2. Alle in artikel 90, eerste lid, 1°ter, vermelde beloningen voor prestaties die in een bepaald kalenderjaar worden geleverd, worden als beroepsinkomsten aangemerkt van zodra voor dat kalenderjaar één van de in artikel 17, § 1, derde en vierde lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders vermelde grenzen of de in artikel 17bis, § 2, van hetzelfde besluit vermelde jaargrens van 190 uren wordt overschreden. De in artikel 90, eerste lid, 1°bis en 1°ter, vermelde inkomsten worden, behoudens tegenbewijs, als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer het totale bruto bedrag van die inkomsten, met inbegrip van het bruto bedrag van de inkomsten die bij toepassing van het eerste lid als beroepsinkomsten worden aangemerkt, in het kalenderjaar of in het vorige kalenderjaar meer bedraagt dan 7.890 euro (geïndexeerd bedrag) .

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.