Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 37

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel bepaalt wanneer inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten worden aangemerkt: wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten. Dat geldt onverminderd de toepassing van de voorheffingen. Twee soorten inkomsten behouden in afwijking daarvan hun hoedanigheid van roerende inkomsten. De eerste zijn de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, uit auteursrechten en naburige rechten, "behalve indien en in de mate dat" de wet het in twee streepjes omschrijft: de verhouding tussen de totale vergoedingen voor de overdrachten of verleningen van licenties van die rechten en de totale vergoedingen, de vergoedingen voor de geleverde prestaties inbegrepen, bedraagt meer dan 30 %; zij bedragen meer dan 77.220 euro (geïndexeerd bedrag). Daaraan koppelt de wet de voorwaarde dat het gemiddelde inkomen uit auteursrechten en naburige rechten van de vier vorige belastbare tijdperken, vastgesteld vóór die beperkingen en in voorkomend geval zonder de periode waarin de activiteit is begonnen, het absolute maximumplafond van 77.220 euro (geïndexeerd bedrag) niet overschrijdt. De tweede zijn de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 6°. De netto-inkomsten van die roerende goederen en kapitalen omvatten de werkelijke of fictieve roerende voorheffing en het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting. Niet behandeld: de nadere regels over wanneer de verhoudingsregel van het eerste streepje wel of niet van toepassing is, namelijk alleen bij een overdracht of licentie die gepaard gaat met een geleverde prestatie, en niet bij vergoedingen die naderhand losstaand van de initiële vergoeding worden verkregen.

Voor wie

Toepassingsgebied: personenbelasting. Het artikel gaat over de verkrijger van inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen die hij gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid, en over de verkrijger van inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten en van carried interest.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Voor de verhoudingsregel worden de totale vergoedingen voor de overdrachten of verleningen van licenties van de auteursrechten en naburige rechten gedeeld door de totale vergoedingen, de vergoedingen voor de geleverde prestaties inbegrepen; de wet toetst of die verhouding meer dan 30 % bedraagt. Voor het plafond in euro: bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht.

Veelgemaakte fouten

  • Alle inkomsten uit roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten behandelen. De wet doet dat alleen wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger.
  • Inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten automatisch als beroepsinkomsten behandelen. Ze behouden hun hoedanigheid van roerende inkomsten, behalve indien en in de mate dat de wet het in de streepjes omschrijft.
  • Het gemiddelde van de vier vorige belastbare tijdperken vergeten. De wet koppelt de regeling aan de voorwaarde dat dat gemiddelde het absolute maximumplafond niet overschrijdt.
  • Carried interest als beroepsinkomen behandelen. De inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 6°, behouden hun hoedanigheid van roerende inkomsten.
  • De roerende voorheffing weglaten uit de netto-inkomsten. De netto-inkomsten omvatten de werkelijke of fictieve roerende voorheffing en het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting.

Verwante bepalingen

  • WIB92:17 — volgens zijn tekst zijn inkomsten uit roerende goederen en kapitalen alle opbrengsten van roerend vermogen, onder meer, onder 5°, bepaalde inkomsten uit de overdracht of de verlening van een licentie van auteursrechten en naburige rechten door de oorspronkelijke rechthebbende, zijn erfgenamen of legatarissen, en, onder 6°, "Carried interest verkregen door een Carried interest begunstigde".
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet hoe groot het geïndexeerde plafond in een bepaald aanslagjaar is.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Onverminderd de toepassing van de voorheffingen, worden inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten. In afwijking daarvan behouden de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, hun hoedanigheid van roerende inkomsten, behalve indien en in de mate dat: - de verhouding tussen de totale vergoedingen voor de overdrachten of verleningen van licenties van de auteursrechten en naburige rechten en de totale vergoedingen, waarin ook de vergoedingen voor de geleverde prestaties zijn begrepen, meer dan 30 % bedraagt; - zij meer bedragen dan 77.220 euro (geïndexeerd bedrag) ; en voor zover dat het gemiddelde inkomen uit auteursrechten en naburige rechten, vastgesteld vóór de toepassing van de in de voorgaande streepjes bedoelde beperkingen, die in de vier vorige belastbare tijdperken zijn ontvangen, in voorkomend geval met uitsluiting van de periode waarin de activiteit is begonnen, het absolute maximumplafond van 77.220 euro (geïndexeerd bedrag) niet overschrijdt. De bepaling onder het tweede lid, eerste streepje, - is enkel van toepassing wanneer de overdracht of de verlening van een licentie van de auteursrechten en de naburige rechten gepaard gaat met een geleverde prestatie; - is niet van toepassing wanneer de vergoedingen voor de overdracht of de verlening van een licentie van de auteursrechten en de naburige rechten naderhand worden verkregen, losstaand van de initiële vergoeding die ook een vergoeding voor de geleverde prestatie omvat, onverminderd de toepassing van het tweede lid, tweede streepje en van de voorwaarde met betrekking tot de vergelijking van de inkomsten van het tijdperk met het gemiddelde van de tijdens de vier voorgaande belastbare tijdperken ontvangen inkomsten, overeenkomstig het tweede lid. De netto-inkomsten van die roerende goederen en kapitalen omvatten de werkelijke of fictieve roerende voorheffing, alsmede het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting. In afwijking van het eerste lid behouden de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 6°, hun hoedanigheid van roerende inkomsten.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.