WIB 92, Art. 344/1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel trekt de regel over fiscaal misbruik door naar juridische constructies. Toont de administratie op grond van vermoedens of andere in artikel 340 bedoelde bewijsmiddelen, en aan de hand van objectieve omstandigheden, aan dat een juridische constructie één van de in artikel 344, § 1, tweede lid, bedoelde verrichtingen tot stand heeft gebracht, dan kan de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt evenmin aan de administratie worden tegengeworpen. In voorkomend geval kan het tegenbewijs van artikel 344, § 1, derde lid, geleverd worden door de oprichter van de juridische constructie of door de belastingplichtige die tijdens het belastbaar tijdperk een dividend van die constructie heeft verkregen. Levert die oprichter of die belastingplichtige het tegenbewijs niet, dan worden de belastbare grondslag en de belastingberekening hersteld overeenkomstig artikel 344, § 1, vierde lid.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel over de vestiging en inning van de belastingen, in het hoofdstuk over de bewijsmiddelen van de administratie. De tekst noemt twee mogelijke leveranciers van het tegenbewijs: de oprichter van de juridische constructie en de belastingplichtige die tijdens het belastbaar tijdperk een dividend van die constructie heeft verkregen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat de bewijslast eerst bij de belastingplichtige ligt. De wet bepaalt dat het aan de administratie is om, op grond van vermoedens of andere in artikel 340 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden, aan te tonen dat de juridische constructie een in artikel 344, § 1, tweede lid, bedoelde verrichting tot stand heeft gebracht.
- Het tegenbewijs alleen bij de constructie zelf zoeken. De tekst laat het tegenbewijs leveren door de oprichter "of" door de belastingplichtige die tijdens het belastbaar tijdperk een dividend van de constructie heeft verkregen.
- Vergeten wat er gebeurt zonder tegenbewijs. Dan worden de belastbare grondslag en de belastingberekening hersteld overeenkomstig artikel 344, § 1, vierde lid.
Verwante bepalingen
- WIB92:344 — § 1: aan de administratie kan de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen niet worden tegengeworpen wanneer zij aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik; fiscaal misbruik is een verrichting waarbij de belastingplichtige zich in strijd met de doelstellingen van een bepaling buiten het toepassingsgebied ervan plaatst, of een verrichting waarbij hij aanspraak maakt op een belastingvoordeel in strijd met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dat voordeel tot doel heeft. Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat zijn keuze door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen; levert hij dat tegenbewijs niet, dan worden grondslag en belastingberekening hersteld alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.
- WIB92:340 — de administratie kan alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met inbegrip van de processen-verbaal van de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, maar met uitzondering van de eed.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel omschrijft zelf niet wat een juridische constructie is.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Indien op grond van vermoedens of andere in artikel 340 bedoelde bewijsmiddelen, en aan de hand van objectieve omstandigheden wordt aangetoond dat een juridische constructie één van de in artikel 344, § 1, tweede lid, bedoelde verrichtingen tot stand heeft gebracht, kan de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt evenmin worden tegengeworpen aan de administratie. In voorkomend geval kan het in artikel 344, § 1, derde lid, bedoelde tegenbewijs worden geleverd door de oprichter van deze juridische constructie of door de belastingplichtige die tijdens het belastbaar tijdperk een dividend van deze juridische constructie heeft verkregen. Indien deze oprichter of deze belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de belastbare grondslag en de belastingberekening hersteld overeenkomstig artikel 344, § 1, vierde lid.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.