WIB 92, Art. 342
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De wet bepaalt dat, bij gebreke van bewijskrachtige gegevens geleverd door de belanghebbenden of door de administratie, de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, vermelde winst of baten voor elke belastingplichtige worden bepaald naar de normale winst of baten van ten minste drie soortgelijke belastingplichtigen, met inachtneming, volgens het geval, van het aangewende kapitaal, de omzet, het aantal werklieden, de benuttigde drijfkracht, de huurwaarde van in bedrijf genomen gronden en alle andere nuttige inlichtingen. De administratie kan daartoe, in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, forfaitaire grondslagen van aanslag vaststellen, voor drie opeenvolgende aanslagjaren, en kan in overleg met de betrokken beroepsorganisatie beroepskosten die doorgaans niet met bewijsstukken kunnen worden gestaafd op vaste bedragen taxeren. De Koning bepaalt het minimum van de winst dat belastbaar is ten name van vreemde firma's die in België werkzaam zijn; bij niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte gelden die minima ook voor elke onderneming en beoefenaar van een vrij beroep. Voor een onderneming onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 2°, stelt de tekst bij niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte een minimum van de belastbare winst vast, dat jaarlijks wordt geïndexeerd en bij herhaalde inbreuken wordt verhoogd volgens een schaal die de Koning vaststelt, gaande van 25 % minimum tot 200 % maximum.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel over de vestiging en inning van de belastingen, in het hoofdstuk over de bewijsmiddelen van de administratie. Ze betreft belastingplichtigen met winst of baten zoals vermeld in artikel 23, § 1, 1° en 2°, vreemde firma's die in België werkzaam zijn, en bij niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte elke onderneming en beoefenaar van een vrij beroep, en ondernemingen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 2°.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht. De tekst regelt de indexering volgens artikel 178, § 2, waarbij het basisbedrag eerst wordt gedeeld door de indexeringscoëfficiënt die van toepassing is voor aanslagjaar 2020 en het resultaat wordt afgerond tot het hogere of lagere veelvoud van 100 euro, naargelang de cijfers van de eenheden en tientallen al dan niet 50 bereiken. De verhoging bij herhaalde inbreuken gebeurt volgens een schaal van de Koning, tussen 25 % en 200 %; de trappen zelf staan niet in de tekst.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat de vergelijking met soortgelijke belastingplichtigen altijd kan. Ze geldt alleen "bij gebreke van bewijskrachtige gegevens", en vereist ten minste drie soortgelijke belastingplichtigen.
- Denken dat forfaitaire grondslagen onbeperkt gelden. Ze mogen worden vastgesteld voor drie opeenvolgende aanslagjaren.
- Het minimum voor vennootschappen en niet-inwoners toepassen zonder niet-aangifte of laattijdige overlegging. Het minimum van de belastbare winst geldt "bij niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte".
- Het bedrag uit de tekst als vast bedrag gebruiken. Het minimum wordt jaarlijks geïndexeerd.
Verwante bepalingen
- WIB92:23 — § 1: beroepsinkomsten zijn inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit werkzaamheden van alle aard en de daarmee gelijkgestelde inkomsten, met name onder meer 1° winst en 2° baten.
- WIB92:227 — aan de belasting van niet-inwoners zijn onder meer onderworpen: 2° buitenlandse vennootschappen, en verenigingen, instellingen of lichamen zonder rechtspersoonlijkheid opgericht in een rechtsvorm die vergelijkbaar is met die van een vennootschap naar Belgisch recht, die hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer niet in België hebben.
- WIB92:178 — § 2: de aanpassing aan het indexcijfer gebeurt met een coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988, met de afrondingen die die tekst voorschrijft.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel legt de trappen van de schaal bij herhaalde inbreuken niet zelf vast; dat doet de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Bij gebreke van bewijskrachtige gegevens, geleverd door de belanghebbenden, hetzij door de administratie, worden de in artikel 23, § 1, 1° en 2° vermelde winst of baten voor elke belastingplichtige bepaald naar de normale winst of baten van ten minste drie soortgelijke belastingplichtigen en met inachtneming, volgens het geval, van het aangewende kapitaal, van de omzet, van het aantal werklieden, van de benuttigde drijfkracht, van de huurwaarde van in bedrijf genomen gronden, alsmede van alle andere nuttige inlichtingen. De administratie kan te dien einde, in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, forfaitaire grondslagen van aanslag vaststellen. De in vorig lid bedoelde forfaitaire grondslagen van aanslag mogen vastgesteld worden voor drie opeenvolgende aanslagjaren. De administratie kan eveneens, in overleg met de betrokken beroepsorganisatie, de beroepskosten die doorgaans niet met bewijsstukken kunnen worden gestaafd, op vaste bedragen taxeren. § 2. De Koning bepaalt, met inachtneming van de in § 1, eerste lid vermelde gegevens, het minimum van de winst dat belastbaar is ten name van de vreemde firma's die in België werkzaam zijn. § 3. Bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte, zijn de belastbare minima die door de Koning in uitvoering van § 2 zijn vastgesteld, eveneens van toepassing op elke onderneming en beoefenaar van een vrij beroep. § 4. Bij niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte door een onderneming onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de belasting der niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 2°, wordt het minimum van de belastbare winst vastgesteld op 50.500 euro (geïndexeerd bedrag) . Dit bedrag wordt bij herhaalde inbreuken verhoogd volgens een schaal waarvan de trappen, gaande van 25 % minimum tot 200 % maximum, door de Koning worden vastgesteld. Het minimum van de belastbare winst wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de regels van artikel 178, § 2, met dien verstande dat het bedrag van 40.000 euro eerst wordt gedeeld door de indexeringscoëfficiënt die van toepassing is voor aanslagjaar 2020 waarna het resultaat wordt afgerond tot het hogere of lagere veelvoud van 100 euro naargelang de cijfers van de eenheden en tientallen al dan niet 50 bereiken.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.