WIB 92, Art. 340
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De wet bepaalt dat de administratie, om het bestaan en het bedrag van de belastingschuld te bepalen en om een overtreding van het Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten vast te stellen, alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen kan aanvoeren, met inbegrip van de processen-verbaal opgesteld door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, maar met uitzondering van de eed. Die processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Daarnaast kunnen, onverminderd de toepassing van artikel 327, § 1, tweede lid, de bewijselementen die de fiscale ambtenaren bedoeld in artikel 338quater, § 1, verzamelen tijdens hun medewerking aan een gemengd multidisciplinair onderzoeksteam bedoeld in artikel 338quater, § 2, voor dezelfde doeleinden worden gebruikt.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel over de vestiging en inning van de belastingen, in het hoofdstuk over de bewijsmiddelen van de administratie. Ze richt zich tot de administratie.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat de administratie ook de eed als bewijsmiddel kan aanvoeren. De tekst sluit de eed uitdrukkelijk uit.
- Een proces-verbaal als onweerlegbaar beschouwen. Het heeft bewijskracht "tot bewijs van het tegendeel".
- Het gebruik van bewijselementen uit een gemengd multidisciplinair onderzoeksteam zonder voorbehoud lezen. Het geldt "onverminderd de toepassing van artikel 327, § 1, tweede lid".
Verwante bepalingen
- WIB92:327 — § 1 verplicht de bestuursdiensten van de Staat (met inbegrip van de parketten en de griffies), de besturen van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten en de openbare instellingen en inrichtingen, een ambtenaar belast met de vestiging van de belastingen op zijn verzoek inlichtingen te verstrekken en inzage te verlenen; dezelfde paragraaf bepaalt onder meer dat van akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen in verband met gerechtelijke procedures geen inzage of afschrift mag worden verleend zonder uitdrukkelijke toelating van het openbaar ministerie. De gegevens markeren niet welke zin van § 1 het tweede lid is waarnaar laag 1 verwijst.
- WIB92:338quater — § 1: vijfentwintig fiscale ambtenaren met minstens de graad van attaché worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings; § 2: die bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend voor de opsporing en vaststelling van de daar genoemde inbreuken en voor zover die ambtenaren bijstand verlenen aan gemengde multidisciplinaire onderzoeksteams.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel somt de door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen niet zelf op.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld alsook ter vaststelling van een overtreding van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, kan de administratie alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met inbegrip van de processen-verbaal opgesteld door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, maar met uitzondering van de eed. De processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Onverminderd de toepassing van artikel 327, § 1, tweede lid, kunnen de bewijselementen die door de fiscale ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën zoals bedoeld in artikel 338quater, § 1, worden verzameld tijdens hun medewerking aan een gemengd multidisciplinair onderzoeksteam zoals bedoeld in artikel 338quater, § 2, worden gebruikt ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld alsook ter vaststelling van een overtreding van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.