Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 334

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Deze bepaling regelt wat er gebeurt wanneer een persoon die krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 wordt aangezocht, het beroepsgeheim doet gelden. De wet bepaalt dat de administratie dan om tussenkomst verzoekt van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid. Die tuchtoverheid oordeelt "of, en gebeurlijk in welke mate", de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel over de vestiging en inning van de belastingen, in het hoofdstuk over onderzoek en controle, in de afdeling met gemene bepalingen inzake het recht van onderzoek ten aanzien van de belastingplichtige en van derden. Ze betreft personen die krachtens de genoemde artikelen worden aangezocht en die het beroepsgeheim doen gelden, en legt een verzoek op aan de administratie.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de administratie zelf beslist of het beroepsgeheim de vraag verhindert. De wet laat dat oordeel aan de territoriaal bevoegde tuchtoverheid, en de administratie verzoekt om haar tussenkomst.
  • Denken dat een beroep op het beroepsgeheim de vraag altijd volledig doet vervallen. De tuchtoverheid oordeelt of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag verzoenbaar is met het beroepsgeheim.
  • De regeling toepassen op personen die op een andere grond worden aangezocht. De tekst noemt alleen personen die krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 worden aangezocht.

Verwante bepalingen

  • WIB92:315 — wie onderhevig is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners, is verplicht de administratie op haar verzoek, zonder verplaatsing, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen; die tekst regelt ook waar en hoelang ze bewaard moeten worden.
  • WIB92:315bis — wie een informaticasysteem of een ander elektronisch apparaat gebruikt voor die boeken en bescheiden, is verplicht op verzoek ter plaatse de dossiers over de analyses, de programma's en het beheer van het systeem, de informatiedragers en de gegevens erop ter inzage voor te leggen in leesbare en verstaanbare vorm, en op verzoek kopies te maken en informaticabewerkingen te verrichten.
  • WIB92:316 — wie aan een van de vier inkomstenbelastingen onderhevig is, is verplicht de administratie op haar verzoek, binnen een maand te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van de aanvraag (verlengbaar wegens wettige redenen), schriftelijk alle gevorderde inlichtingen te verstrekken met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand.
  • WIB92:322 — de administratie mag, wat een bepaalde belastingplichtige betreft, onder meer geschreven attesten inzamelen, derden horen, een onderzoek instellen en van natuurlijke of rechtspersonen en van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid alle inlichtingen vorderen die zij nodig acht om de juiste heffing van de belasting te verzekeren; die tekst bevat ook bijzondere regels voor bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen.
  • WIB92:324 — de administratie mag de juistheid nagaan van de in de artikelen 322, 323 en 323bis bedoelde inlichtingen.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel regelt niet binnen welke termijn de tuchtoverheid oordeelt, noch wat er na haar oordeel gebeurt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Wanneer een krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, verzoekt de administratie om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.