Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 333/3

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

De wet bepaalt dat de administratie, inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing, de in het hoofdstuk bedoelde onderzoekingen kan verrichten voor de jaren die in artikel 358, § 1, 1°, bedoeld zijn, en dat binnen de aanslagtermijn van artikel 358, § 2. Dat gebeurt "onverminderd de toepassing van artikel 333": deze mogelijkheid komt bovenop die van artikel 333 en vervangt ze niet.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel over de vestiging en inning van de belastingen, in het hoofdstuk over onderzoek en controle, in de afdeling met gemene bepalingen inzake het recht van onderzoek ten aanzien van de belastingplichtige en van derden. Ze richt zich tot de administratie en gaat alleen over onderzoekingen inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat deze bepaling artikel 333 opzijzet. De tekst geldt "onverminderd de toepassing van artikel 333".
  • De onderzoeksmogelijkheid ruimer lezen dan de tekst. Ze geldt alleen "inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing".
  • De termijn en de jaren door elkaar halen. De termijn is de aanslagtermijn van artikel 358, § 2; de jaren waarop het onderzoek slaat, zijn die van artikel 358, § 1, 1°.

Verwante bepalingen

  • WIB92:333 — de administratie kan de in het hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten en belastingen of aanvullende aanslagen vestigen, zelfs wanneer de aangifte al werd aangenomen en de belastingen al werden betaald; de onderzoekingen mogen zonder voorafgaande kennisgeving gebeuren gedurende het belastbaar tijdperk en in alle termijnen van artikel 354, maar tijdens de aanvullende termijn van artikel 354, § 2, alleen na een voorafgaande schriftelijke en nauwkeurige kennisgeving van de aanwijzingen inzake belastingontduiking, op straffe van nietigheid van de aanslag (met de afwijkingen die in die tekst staan).
  • WIB92:358 — § 1, 1°: de belasting of de aanvullende belasting mag ook na de bepaalde termijn nog gevestigd worden wanneer een controle of een onderzoek uitwijst dat de verschuldigde roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing niet, laattijdig, onvolledig of onjuist is aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar van de vaststelling; § 2: in dat geval moet de belasting gevestigd worden binnen de twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van die vaststelling.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel somt zelf geen onderzoekshandelingen op; het verwijst naar "de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen".

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Onverminderd de toepassing van artikel 333, kan de administratie, inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing , binnen de aanslagtermijn van artikel 358, § 2, de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten voor de in artikel 358, § 1, 1°, bedoelde jaren.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.