Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 333

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel bepaalt wanneer de administratie haar onderzoeksbevoegdheden mag gebruiken. Onverminderd de bevoegdheden die haar bij de artikelen 351 tot 354 zijn toegekend, kan de administratie de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten en eventueel belastingen of aanvullende aanslagen vestigen, "zelfs wanneer de aangifte van de belastingplichtige reeds werd aangenomen en de desbetreffende belastingen reeds werden betaald". De onderzoekingen mogen zonder voorafgaande kennisgeving worden verricht gedurende het belastbaar tijdperk en in alle termijnen bedoeld in artikel 354. Gedurende de in artikel 354, § 2, bedoelde aanvullende termijn mogen ze echter slechts worden verricht als de administratie de belastingplichtige vooraf schriftelijk en nauwkeurig kennis heeft gegeven van de aanwijzingen inzake belastingontduiking die wat hem betreft bestaan voor de betreffende periode; die voorafgaande kennisgeving is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aanslag. Die voorwaarde vervalt bij onderzoekingen op vraag van een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting of een akkoord inzake de uitwisseling van inlichtingen heeft gesloten, of die samen met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal juridisch instrument, op voorwaarde dat dat instrument de uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden mogelijk maakt: dan geldt de in artikel 354, § 2, bedoelde onderzoekstermijn zonder voorafgaande kennisgeving of aanwezigheid van vermoedens van fraude. Tot slot mogen onderzoekingen van de bijlage bedoeld in de artikelen 275⁸, § 1, vierde lid, en 275⁹, § 1, vierde lid, die "binnen de termijn bedoeld in het tweede lid" plaatsvinden, betrekking hebben op de belastbare tijdperken waarbinnen de arbeidsplaats geacht wordt behouden te zijn gebleven, zonder voorafgaande kennisgeving.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de vestiging en inning van de belastingen, bij onderzoek en controle, in de gemene bepalingen inzake recht van onderzoek ten aanzien van de belastingplichtige en van derden. De tekst richt zich tot de administratie en raakt de belastingplichtigen bij wie zij een onderzoek verricht.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een aangenomen aangifte of een betaalde belasting een onderzoek uitsluit. De wet laat onderzoek en eventuele aanvullende aanslagen toe "zelfs wanneer" dat zo is.
  • Een onderzoek tijdens de in artikel 354, § 2, bedoelde aanvullende termijn zonder voorafgaande kennisgeving als geldig beschouwen. De voorafgaande schriftelijke en nauwkeurige kennisgeving van de aanwijzingen inzake belastingontduiking is voorgeschreven "op straffe van nietigheid van de aanslag".
  • De kennisgevingsplicht toepassen op een onderzoek op vraag van een verdragsstaat. Als het instrument de uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden mogelijk maakt, geldt de onderzoekstermijn zonder voorafgaande kennisgeving of aanwezigheid van vermoedens van fraude.
  • De drie soorten instrumenten bij een vraag van een andere Staat als cumulatief lezen. De tekst verbindt de overeenkomst, het akkoord en het andere juridisch instrument met "of".

Verwante bepalingen

  • WIB92:351 — volgens zijn tekst kan de administratie de aanslag ambtshalve vestigen in de gevallen waarin de belastingplichtige onder meer nagelaten heeft een aangifte te doen binnen de termijnen bedoeld in de artikelen 307 tot 311, en geeft zij vooraf bij ter post aangetekende brief kennis van de redenen en de gegevens waarop de aanslag zal steunen.
  • WIB92:354 — volgens zijn tekst mag de belasting of de aanvullende belasting, in afwijking van artikel 359, worden gevestigd gedurende een daar bepaalde termijn, met een langere termijn bij niet-aangifte, bij laattijdige overlegging van aangifte of bij complexe aangifte.
  • WIB92:275^8 en WIB92:275^9 — laag 1 van dit artikel verwijst naar de bijlage bij de aangifte bedoeld in hun § 1, vierde lid; hun inhoud wordt hier niet samengevat.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet hoe lang de termijnen van artikel 354 zijn; het regelt alleen binnen welke termijnen en onder welke voorwaarden de administratie onderzoekingen mag verrichten.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Onverminderd de bevoegdheden die haar bij de artikelen 351 tot 354 zijn toegekend, kan de administratie de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten en belastingen of aanvullende aanslagen eventueel vestigen, zelfs wanneer de aangifte van de belastingplichtige reeds werd aangenomen en de desbetreffende belastingen reeds werden betaald. Bedoelde onderzoekingen mogen zonder voorafgaande kennisgeving worden verricht gedurende het belastbaar tijdperk evenals in alle termijnen bedoeld in artikel 354. Echter mogen zij slechts worden verricht gedurende de in artikel 354, § 2, bedoelde aanvullende termijn, op voorwaarde dat de administratie de belastingplichtige voorafgaandelijk schriftelijk en nauwkeurig kennis gegeven heeft van de aanwijzingen inzake belastingontduiking, die wat hem betreft bestaan, voor de betreffende periode. Deze voorafgaande kennisgeving is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aanslag. Wanneer de onderzoekingen uitgevoerd worden op vraag van een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, of waarmee België een akkoord heeft gesloten inzake de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden, of die samen met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch instrument, op voorwaarde dat deze overeenkomst, dit akkoord of dit juridisch instrument de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden tussen de akkoord sluitende Staten mogelijk maakt, is de in artikel 354, § 2, bedoelde onderzoekstermijn van toepassing en dit, met het oog op het beantwoorden van de voormelde vraag, zonder voorafgaande kennisgeving of aanwezigheid van vermoedens van fraude. Indien de bijlage bij de aangifte in de inkomstenbelastingen bedoeld in de artikelen 275⁸, § 1, vierde lid, en 275⁹, § 1, vierde lid, binnen de termijn bedoeld in het tweede lid, onderzocht wordt, mogen deze onderzoekingen betrekking hebben op de belastbare tijdperken waarbinnen de arbeidsplaats geacht wordt behouden te zijn gebleven zoals bedoeld in de artikelen 275⁸, § 1, vierde lid, en 275⁹, § 1, vierde lid, zonder dat hiervoor een voorafgaande kennisgeving vereist is.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.