Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 33

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel omschrijft de bezoldigingen van meewerkende echtgenoten: alle toekenningen van een deel van de winst en de baten aan de meewerkende echtgenoot die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem rechten opent op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, en die evenmin een uitkering geniet binnen het raam van de sociale zekerheid die voor hem zulke eigen rechten opent. Die bezoldigingen moeten overeenstemmen met de normale bezoldiging van de prestaties van de meewerkende echtgenoot. Ze mogen niet hoger zijn dan 30 % van het netto bedrag van de inkomsten van de beroepswerkzaamheid die met de hulp van de echtgenoot wordt uitgeoefend, "behoudens indien de prestaties van de meewerkende echtgenoot hem kennelijk recht geven op een groter deel". Ook de vergoedingen van alle aard tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van die bezoldigingen zijn als bezoldigingen van meewerkende echtgenoten belastbaar.

Voor wie

Toepassingsgebied: personenbelasting. Het artikel gaat over de meewerkende echtgenoot die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit uitoefent en geen uitkering geniet die voor hem de genoemde eigen sociale rechten opent, en over de belastingplichtige met wiens hulp hij de beroepswerkzaamheid uitoefent.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Symbolisch, met N het netto bedrag van de inkomsten van de beroepswerkzaamheid die met de hulp van de echtgenoot wordt uitgeoefend.

1. Grens = 30 % × N, in hele centen met één afronding op het eind. 2. De bezoldiging van de meewerkende echtgenoot moet overeenstemmen met de normale bezoldiging van zijn prestaties en mag die grens niet overschrijden, tenzij zijn prestaties hem kennelijk recht geven op een groter deel.

Er staat geen eurobedrag in de gegevens; daarom blijft het voorbeeld symbolisch.

Veelgemaakte fouten

  • De grens van 30 % als een vast recht zien. De bezoldiging moet in de eerste plaats overeenstemmen met de normale bezoldiging van de prestaties van de meewerkende echtgenoot; 30 % is een bovengrens.
  • De uitzondering op de grens vergeten. De wet laat een groter deel toe wanneer de prestaties van de meewerkende echtgenoot hem "kennelijk recht geven op een groter deel".
  • Een echtgenoot die zelf een beroepsactiviteit met gelijkwaardige eigen sociale rechten uitoefent, of een sociale uitkering met zulke eigen rechten geniet, als meewerkende echtgenoot in de zin van dit artikel behandelen. De wet sluit die gevallen uit.
  • De vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van de bezoldiging over het hoofd zien. Ook die zijn belastbaar als bezoldigingen van meewerkende echtgenoten.

Verwante bepalingen

  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet hoe de normale bezoldiging van de prestaties van de meewerkende echtgenoot wordt vastgesteld.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Bezoldigingen van meewerkende echtgenoten zijn alle toekenningen van een deel van de winst en de baten aan de meewerkende echtgenoot die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem rechten opent op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering geniet binnen het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent. Deze bezoldigingen moeten overeenstemmen met de normale bezoldiging van de prestaties van de meewerkende echtgenoot, doch mogen niet hoger zijn dan 30 % van het netto bedrag van de inkomsten van de beroepswerkzaamheid die met de hulp van de echtgenoot wordt uitgeoefend, behoudens indien de prestaties van de meewerkende echtgenoot hem kennelijk recht geven op een groter deel. Zijn eveneens belastbaar als bezoldigingen van meewerkende echtgenoten, de vergoedingen van alle aard tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van de voormelde bezoldigingen.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.