WIB 92, Art. 308/1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel geeft, in afwijking van artikel 308, § 1, een eigen indieningstermijn aan bepaalde belastingplichtigen in de personenbelasting. Belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en, in voorkomend geval, de in artikel 305, tweede lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, die opteren voor de elektronische aangifte, beschikken tot en met 16 oktober van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte tijdig in te dienen, als zij tijdens het inkomstenjaar een van de volgende inkomsten hebben verkregen: buitenlandse beroepsinkomsten, of de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, beoogde inkomsten zonder gebruik te maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, of, in de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, de in artikel 30, 3°, beoogde inkomsten van de andere echtgenoot die belast wordt op in artikel 23, § 1, 1° en 2° bedoelde inkomsten zonder gebruik te maken van die forfaitaire grondslagen, of de in artikel 30, 2°, beoogde inkomsten. In afwijking daarvan wordt die aangiftetermijn verlengd zodat hij minimaal vijf maanden is vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte van het aanslagjaar op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. Wie de in artikel 23, § 1, 1°, bedoelde inkomsten verkrijgt en gebruik maakt van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, beschikt, net als in voorkomend geval zijn erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, tot en met 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Dezelfde termijn geldt voor wie, in de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, de in artikel 30, 3°, bedoelde inkomsten verkrijgt van een echtgenoot die van die forfaitaire grondslagen gebruik maakt, en in voorkomend geval voor de in artikel 305, tweede lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de vestiging en inning van de belastingen, bij de aangifte. De tekst zelf betreft belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting met de daar genoemde inkomsten, en in voorkomend geval hun erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden. De termijn tot en met 16 oktober geldt alleen voor wie opteert voor de elektronische aangifte.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Een voorbeeld met de termijnen uit de tekst, voor een aanslagjaar dat genoemd wordt naar jaar J:
- elektronische aangifte met buitenlandse beroepsinkomsten, of met een van de andere in de opsomming genoemde inkomsten: tot en met 16 oktober van jaar J, maar minimaal vijf maanden vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte op het elektronisch platform. Valt die terbeschikkingstelling zo laat dat 16 oktober minder dan vijf maanden later ligt, dan wordt de termijn verlengd tot vijf maanden na die terbeschikkingstelling;
- inkomsten bedoeld in artikel 23, § 1, 1°, met gebruik van de forfaitaire grondslagen, of de daar bedoelde inkomsten van een echtgenoot die die grondslagen gebruikt: tot en met 15 januari van jaar J + 1.
Veelgemaakte fouten
- De vier gevallen van de eerste regel als cumulatieve voorwaarden lezen. De tekst verbindt ze met "of"; één geval volstaat.
- De termijn tot en met 16 oktober toepassen op een aangifte die niet elektronisch wordt ingediend. De tekst noemt alleen wie opteert "voor de in artikel 307bis bedoelde elektronische aangifte".
- Wie de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, beoogde inkomsten verkrijgt en gebruik maakt van de forfaitaire grondslagen, onder de eerste regel brengen. De eerste regel noemt die inkomsten alleen zonder gebruik van de forfaitaire grondslagen; wie de in artikel 23, § 1, 1°, bedoelde inkomsten verkrijgt en ze wel gebruikt, valt onder de termijn tot en met 15 januari van het volgende jaar.
- De minimumtermijn van vijf maanden vergeten. De wet verlengt de aangiftetermijn zodat die minimaal vijf maanden is vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte.
Verwante bepalingen
- WIB92:308 — volgens zijn tekst moeten de in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd de gronden voor belastbaarheid inzake personenbelasting aanwezig zijn, hun aangifte binnen de daar bepaalde termijn doen toekomen, met een eigen termijn wanneer de belastingplichtige opteert voor de elektronische aangifte.
- WIB92:305 — volgens zijn tekst rust de aangifteplicht, als de belastingplichtige overleden is, op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden.
- WIB92:307bis — volgens zijn tekst wordt de door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gestelde elektronische aangifte gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte.
- WIB92:23 — volgens zijn tekst zijn beroepsinkomsten onder meer winst (1°) en baten (2°).
- WIB92:30 — volgens zijn tekst omvatten bezoldigingen onder meer bezoldigingen van bedrijfsleiders (2°) en bezoldigingen van meewerkende echtgenoten (3°).
- WIB92:126 — volgens zijn tekst wordt in geval van huwelijk of wettelijke samenwoning een gemeenschappelijke aanslag gevestigd, en somt het de gevallen op waarin dat niet zo is.
- WIB92:342 — volgens zijn tekst kan de administratie, in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, forfaitaire grondslagen van aanslag vaststellen voor de bepaling van de in artikel 23, § 1, 1° en 2° vermelde winst of baten.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet wat buitenlandse beroepsinkomsten zijn; het regelt alleen welke indieningstermijn geldt voor wie ze verkregen heeft.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
In afwijking van artikel 308, § 1, beschikken de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en, in voorkomend geval de in artikel 305, tweede lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, die opteren voor de in artikel 307bis bedoelde elektronische aangifte en die tijdens het inkomstenjaar waarop het aanslagjaar betrekking heeft: - buitenlandse beroepsinkomsten hebben verkregen of - de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, beoogde inkomsten hebben verkregen en die geen gebruik maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, of - in de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, de in artikel 30, 3°, beoogde inkomsten hebben verkregen van de andere echtgenoot die belast wordt op in artikel 23, § 1, 1° en 2° bedoelde inkomsten zonder gebruik te maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, of - de in artikel 30, 2°, beoogde inkomsten verkregen hebben, tot en met 16 oktober van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte tijdig in te dienen. In afwijking van het eerste lid wordt de aangiftetermijn verlengd zodat deze minimaal vijf maanden is vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte van het aanslagjaar op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. In afwijking van artikel 308, § 1, eerste lid, beschikken de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die de in de artikel 23, § 1, 1°, bedoelde inkomsten verkrijgen en die gebruik maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, en, in voorkomend geval, hun erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, tot en met 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte in te dienen. In afwijking van artikel 308, § 1, eerste lid, beschikken de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die, in de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, de in artikel 30, 3°, bedoelde inkomsten verkrijgen van hun echtgenoten die gebruik maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, en, in voorkomend geval, de in artikel 305, tweede lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, tot en met 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte in te dienen.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.