WIB 92, Art. 308
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel legt de indieningstermijnen vast voor de aangifte in de personenbelasting en voor niet-rijksinwoners in de belasting van niet-inwoners. De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360 inzake personenbelasting aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen ten laatste op 30 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd; die termijn mag niet korter zijn dan één maand vanaf de verzending van het aangifteformulier. Opteert de belastingplichtige voor de elektronische aangifte, dan moet hij ze ten laatste op 15 juli van dat jaar indienen, en die termijn mag niet korter zijn dan één maand vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. Voor niet-rijksinwoners in de belasting van niet-inwoners geldt de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand vanaf ofwel de verzending ervan ofwel de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte. Dezelfde termijnen gelden voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden voor de aangifte over het jaar van overlijden. Het artikel regelt ook de termijn bij overlijden voor een belastbaar tijdperk voorafgaand aan het jaar van overlijden en de plicht om een aangifteformulier aan te vragen wanneer men er geen ontving.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de vestiging en inning van de belastingen, bij de aangifte inzake personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting van niet-inwoners. De tekst zelf betreft de in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie de gronden voor belastbaarheid inzake personenbelasting, of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners, aanwezig zijn, en de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Een voorbeeld met de termijnen uit de tekst, voor een aanslagjaar dat genoemd wordt naar jaar J:
- aangifte op het formulier in de personenbelasting: ten laatste op 30 juni van jaar J, en niet korter dan één maand vanaf de verzending van het aangifteformulier;
- elektronische aangifte in de personenbelasting: ten laatste op 15 juli van jaar J, en niet korter dan één maand vanaf de terbeschikkingstelling op het elektronisch platform;
- geen aangifteformulier ontvangen: een formulier aanvragen uiterlijk op 15 juni van jaar J, behalve in de drie uitgezonderde gevallen.
Overlijdt een belastingplichtige terwijl de termijnen voor de aangifte over een belastbaar tijdperk voorafgaand aan het jaar van overlijden nog niet verlopen zijn, dan bedraagt de termijn voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden vijf maanden vanaf de datum van overlijden, "behalve indien de termijnen voorzien in paragraaf 1 en in artikel 308/1 later zijn".
Veelgemaakte fouten
- De termijn voor de aangifte op het formulier en die voor de elektronische aangifte door elkaar halen. De tekst noemt 30 juni voor de aangifte die aan de dienst op het formulier toekomt, en 15 juli wanneer de belastingplichtige opteert voor de elektronische aangifte.
- Vergeten dat de termijn "niet korter" mag zijn dan één maand vanaf de verzending van het formulier of de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte.
- Wachten op een formulier dat niet komt. Wie geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er uiterlijk op 15 juni een aanvragen bij de aanslagdienst waaronder hij ressorteert. De tekst noemt drie categorieën waarvoor die verplichting niet geldt: belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 306 van aangifteplicht zijn vrijgesteld; wie er in de elektronische aangifte van het voorgaande aanslagjaar niet voor heeft gekozen om de aangifte voor het daaropvolgende aanslagjaar in te dienen op het formulier bedoeld in artikel 307; wie voor het voorgaande aanslagjaar een elektronische aangifte door tussenkomst van een mandataris heeft ingediend en dat mandaat voor het lopende aanslagjaar niet heeft beëindigd.
- Bij overlijden automatisch de termijn van vijf maanden toepassen. Die termijn geldt niet als de gewone termijnen later zijn.
- Als erfgenaam die op papier indient voor een jaar vóór het jaar van overlijden, het formulier te laat aanvragen. Het aangifteformulier moet dan worden aangevraagd binnen een termijn van vier maand vanaf het overlijden.
Verwante bepalingen
- WIB92:305 — volgens zijn tekst zijn de daar genoemde belastingplichtigen gehouden ieder jaar een aangifte over te leggen; bij overlijden rust die verplichting op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden.
- WIB92:306 — volgens zijn tekst kan de Koning bepaalde categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de aangifteplicht in de personenbelasting.
- WIB92:307 — volgens zijn tekst wordt de aangifte gedaan op een formulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld.
- WIB92:307bis — volgens zijn tekst wordt de door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gestelde elektronische aangifte, ingevuld en overgezonden overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte.
- WIB92:308/1 — volgens zijn tekst beschikken, in afwijking van artikel 308, § 1, bepaalde belastingplichtigen die opteren voor de elektronische aangifte over een afwijkende termijn om hun aangifte in te dienen.
- WIB92:360 — volgens zijn tekst wordt de voor een aanslagjaar verschuldigde belasting gevestigd op de inkomsten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft verkregen, en bepaalt de Koning het belastbare tijdperk en de inkomsten die daartoe behoren.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178 en WIB92:359 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet de indieningstermijnen in de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting; het regelt de termijnen voor de personenbelasting en voor niet-rijksinwoners.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, inzake personenbelasting, aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen ten laatste op 30 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, deze termijn mag niet korter zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending van het aangifteformulier. Indien de belastingplichtige opteert voor de in artikel 307bis bedoelde elektronische aangifte, moet hij deze ten laatste op 15 juli van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd indienen, deze termijn mag niet korter zijn dan één maand te rekenen vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners, aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf ofwel de verzending ervan ofwel de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. De indieningsverplichting binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen geldt eveneens voor de in artikel 305, tweede lid, beoogde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden met betrekking tot de aangifte voor het jaar van overlijden van de belastingplichtige. § 2. Voor wat betreft de aangifte voor een belastbaar tijdperk voorafgaand aan het jaar van overlijden van de belastingplichtige: indien de in § 1 en artikel 308/1 gestelde termijnen niet zijn verlopen op de datum van overlijden van de belastingplichtige die gehouden is aangifte te doen, bedraagt hij voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden vijf maanden vanaf die datum, behalve indien de termijnen voorzien in paragraaf 1 en in artikel 308/1 later zijn. § 3. De in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, moeten bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 15 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd een aangifteformulier aanvragen. Deze verplichting geldt niet voor: - belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 306 van aangifteplicht zijn vrijgesteld; - de belastingplichtigen die er, voor het voorgaand aanslagjaar, in de elektronische aangifte als bedoeld in artikel 307bis niet voor hebben gekozen om voor het daaropvolgend aanslagjaar hun aangifte in te dienen op het formulier bedoeld in artikel 307; - de belastingplichtigen die, voor het voorgaand aanslagjaar, een elektronische aangifte als bedoeld in artikel 307bis hebben ingediend door tussenkomst van een mandataris en die voor het lopende aanslagjaar dat mandaat niet hebben beëindigd. § 4. Voor de in artikel 305, tweede lid bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigen die er voor kiezen de aangifte voor het jaar van overlijden in te dienen op papier, geldt eveneens de verplichting opgenomen in paragraaf 3, eerste lid. Voor de in artikel 305, tweede lid bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden die er voor kiezen de aangifte voor een jaar voorafgaand aan het jaar van overlijden in te dienen op papier, dient het aangifteformulier aangevraagd te worden binnen een termijn van vier maand te rekenen vanaf het overlijden van de belastingplichtige. In dit geval moet, indien nodig, de termijn vermeld worden waarop ze in voorkomend geval ingevolge paragraaf 2 aanspraak kunnen maken.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.