Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 305

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel legt de aangifteplicht vast. De wet bepaalt dat belastingplichtigen die aan de personenbelasting, aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, en de in artikel 227 beoogde belastingplichtigen waarvoor overeenkomstig de artikelen 232 tot 234 en 248, §§ 2 en 3 de belasting wordt gevestigd, gehouden zijn ieder jaar een aangifte over te leggen aan de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, "in de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot 311". Is de belastingplichtige overleden, dan rust de aangifteplicht op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden; is hij wettelijk onbekwaam, dan op de wettelijke vertegenwoordiger. Bij vennootschappen die zonder vereffening ontbonden zijn in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing of een andere ontbinding zonder verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen, rust de plicht naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen; bij de andere ontbonden vennootschappen op de vereffenaars. Wie niet kan lezen, noch ondertekenen, mag de aangifte laten invullen door de personeelsleden van de aanslagdienst waaronder hij ressorteert, mits hij de vereiste inlichtingen verstrekt. De aangiften mogen ook worden overgelegd door een lasthebber, die dan moet doen blijken van de algemene lastgeving krachtens welke hij optreedt.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de vestiging en inning van de belastingen, bij de aangifte inzake personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting van niet-inwoners. De tekst noemt de belastingplichtigen in de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, en de in artikel 227 beoogde belastingplichtigen waarvoor overeenkomstig de artikelen 232 tot 234 en 248, §§ 2 en 3 de belasting wordt gevestigd. Daarnaast noemt hij wie de plicht overneemt of mag helpen: erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, de wettelijke vertegenwoordiger, de overnemende vennootschap of de verkrijgende vennootschappen, de vereffenaars, de personeelsleden van de aanslagdienst en een lasthebber.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de aangifteplicht vervalt bij overlijden. De wet legt ze dan op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden.
  • Bij een ontbinding zonder vereffening in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing of een andere ontbinding zonder verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen, de vereffenaars aanwijzen. De plicht rust dan naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen; de vereffenaars komen alleen in beeld bij de andere ontbonden vennootschappen.
  • Een aangifte door een personeelslid laten invullen zonder dat dit in de aangifte vermeld wordt. De wet bepaalt dat van die omstandigheid melding wordt gemaakt in de aangifte en dat het personeelslid dat ze invulde, ze ondertekent.
  • Een lasthebber laten optreden zonder bewijs van zijn opdracht. De lasthebber "moet doen blijken" van de algemene lastgeving krachtens welke hij optreedt.

Verwante bepalingen

  • WIB92:227 — volgens zijn tekst zijn aan de belasting van niet-inwoners onderworpen: niet-rijksinwoners (1°), buitenlandse vennootschappen en vergelijkbare verenigingen, instellingen of lichamen zonder rechtspersoonlijkheid (2°), en vreemde Staten en bepaalde rechtspersonen (3°).
  • WIB92:232 — volgens zijn tekst wordt voor belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 1°, de belasting gevestigd op onder meer het totale bedrag van hun inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen.
  • WIB92:234 — volgens zijn tekst wordt voor belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 3°, de belasting gevestigd op onder meer een deel van het nettobedrag van de huurprijs en de huurvoordelen van in België gelegen onroerende goederen.
  • WIB92:248 — volgens zijn tekst is de belasting betreffende de niet in de artikelen 232 tot 234 vermelde inkomsten gelijk aan de verschillende voorheffingen en aan de in artikel 301 vermelde bijzondere aanslag die op die inkomsten betrekking hebben.
  • WIB92:307 — volgens zijn tekst wordt de aangifte gedaan op een formulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld en dat wordt uitgereikt door de door de Koning aangewezen dienst.
  • WIB92:311 — volgens zijn tekst kunnen de administrateur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of zijn gedelegeerde afwijkingen van de in de artikelen 306 en 308 tot 310 gestelde termijnen toestaan, en een uitstel van die termijnen verlenen in het geval van ernstige reden of overmacht.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet zelf de vormen en termijnen van de aangifte; daarvoor verwijst het naar de artikelen 307 tot 311.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Belastingplichtigen die aan de personenbelasting, aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, zomede de in artikel 227 beoogde belastingplichtigen waarvoor overeenkomstig de artikelen 232 tot 234 en 248, §§ 2 en 3 de belasting wordt gevestigd, zijn gehouden ieder jaar aan de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen een aangifte over te leggen in de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot 311. Indien de belastingplichtige overleden of wettelijk onbekwaam is, rust de verplichting tot aangifte in het eerste geval op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, in het tweede geval op de wettelijke vertegenwoordiger. Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing of een andere ontbinding zonder verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars. Belastingplichtigen die niet kunnen lezen, noch ondertekenen, mogen hun aangifte laten invullen door de personeelsleden van de aanslagdienst waaronder zij ressorteren, mits zij de vereiste inlichtingen verstrekken. In dat geval wordt van deze omstandigheid melding gemaakt in de aangifte en wordt deze ondertekend door het personeelslid die ze ingevuld heeft. De aangiften mogen ook worden overgelegd door een lasthebber, die alsdan van de algemene lastgeving krachtens welke hij optreedt moet doen blijken.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.