WIB 92, Art. 289ter/1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel verleent een belastingkrediet aan "rijksinwoners en niet-inwoners voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244 wordt berekend met lage lonen", op voorwaarde dat die lonen onderworpen zijn ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 21, § 1, 1° tot 3° en 5°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 1, 1° tot 3°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij. Het krediet is gelijk aan 33,14 % van het bedrag van het luik A en 63 % van het bedrag van het luik B van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen, telkens voor zover die vermindering daadwerkelijk is verleend met toepassing van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus (artikel 2, § 1/1, voor luik A en artikel 2, § 1/2, voor luik B). Per belastbaar tijdperk mag het krediet niet meer bedragen dan een geïndexeerd maximum; de artikelen 174/1 en 178, § 3, eerste lid, 2°, zijn van toepassing op dat bedrag.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel met de aan de vier belastingen gemene bepalingen, in het hoofdstuk over de verrekening van de voorheffingen, in de onderafdeling over het belastingkrediet voor belastingplichtigen - natuurlijke personen. De tekst noemt rijksinwoners en niet-inwoners voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244 wordt berekend, met lage lonen onderworpen aan een van de twee genoemde socialezekerheidsregelingen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht.
Symbolisch, zonder het maximum in te vullen: stel dat de daadwerkelijk verleende vermindering luik A gelijk is aan VA en die van luik B aan VB. Het krediet is dan VA × 33,14 % + VB × 63 %, afgerond op hele centen. Ligt de uitkomst boven het geldende geïndexeerde maximum per belastbaar tijdperk, dan wordt het krediet tot dat maximum beperkt.
Veelgemaakte fouten
- Eén percentage op beide luiken toepassen. Luik A telt tegen 33,14 %, luik B tegen 63 %.
- Rekenen met een vermindering die niet daadwerkelijk werd verleend. De tekst gaat uit van de vermindering die "daadwerkelijk is verleend".
- Het maximum per belastbaar tijdperk vergeten, of het bedrag uit de wettekst gebruiken in plaats van het geldende geïndexeerde bedrag.
- Het krediet toekennen voor lonen die niet onderworpen zijn aan een van de twee genoemde regelingen.
Verwante bepalingen
- WIB92:1 — § 1: als inkomstenbelastingen worden onder meer de personenbelasting (op het totale inkomen van rijksinwoners) en de belasting van niet-inwoners geheven.
- WIB92:243/1 en WIB92:244 — regelen, in afwijking van artikel 243, hoe de belasting in de daar omschreven gevallen wordt berekend.
- WIB92:174/1 — wanneer het belastbare tijdperk om een andere reden dan overlijden niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de daar vermelde bedragen verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk en afgerond.
- WIB92:178 — de in euro uitgedrukte bedragen worden jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, met de afwijkingen die daar staan.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet hoe groot de vermindering van de persoonlijke bijdragen onder luik A of luik B is; het gaat uit van het bedrag dat met toepassing van de wet van 20 december 1999 daadwerkelijk is verleend.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Er wordt een belastingkrediet verleend aan rijksinwoners en niet-inwoners voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244 wordt berekend met lage lonen die onderworpen zijn: - ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 21, § 1, 1° tot 3° en 5°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, - ofwel aan de regelingen bedoeld in artikel 1, 1° tot 3°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij. Het belastingkrediet is gelijk aan: - 33,14 % van het bedrag van het luik A van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/1, van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus aan werknemers met lage lonen en van andere verminderingen van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid; en - 63 % van het bedrag van het luik B van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid op de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk is verleend met toepassing van artikel 2, § 1/2 van de voormelde wet van 20 december 1999. Het belastingkrediet mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 2.000 euro (geïndexeerd bedrag) . De bepalingen van artikel 174/1 en 178, § 3, eerste lid, 2°, zijn van toepassing op dit bedrag.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.