Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 289

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel sluit de verrekening van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting uit in twee gevallen. Het eerste geval: inkomsten van schuldvorderingen en leningen die de schuldeiser in België gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid, wanneer de schuldeiser de verrichting wel in eigen naam heeft gedaan maar "in werkelijkheid is opgetreden voor rekening van derden" die hem de nodige middelen voor de financiering hebben verschaft en geheel of gedeeltelijk de risico's van de verrichting dragen. Voor dat eerste geval geldt een in het buitenland gevestigde onderneming met een Belgische inrichting die als schuldeiser optreedt, mede als derde. Het tweede geval: interesten opgebracht door financiële instrumenten die in België gebruikt zijn voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten, wanneer hij die instrumenten bezit hetzij als leningnemer in het kader van een lening met betrekking tot die instrumenten, hetzij als cessionaris of pandnemer in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel met de aan de vier belastingen gemene bepalingen, in het hoofdstuk over de verrekening van de voorheffingen, in de afdeling over het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting. Ze raakt de schuldeiser die inkomsten van schuldvorderingen en leningen verkrijgt, en de verkrijger van interesten uit financiële instrumenten, telkens voor zover die in België gebruikt worden voor de beroepswerkzaamheid.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch: een schuldeiser ontvangt interest I op een lening die hij in België voor zijn beroepswerkzaamheid gebruikt, met daarop een forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting F. Heeft hij de lening in eigen naam verstrekt, maar in werkelijkheid voor rekening van derden die hem de middelen verschaften en geheel of gedeeltelijk de risico's dragen, dan wordt F niet verrekend. Het bedrag I zelf verandert daardoor niet.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een verrichting in eigen naam volstaat om te kunnen verrekenen. De wet kijkt naar wie "in werkelijkheid" optreedt: voor rekening van derden die de middelen verschaften en geheel of gedeeltelijk de risico's dragen, blijft de verrekening uit.
  • De eigen Belgische inrichting van een buitenlandse onderneming niet als derde zien. Voor de eerste regel wordt een in het buitenland gevestigde onderneming met een Belgische inrichting die als schuldeiser optreedt, mede als derde aangemerkt.
  • Bij de financiële instrumenten slechts één hoedanigheid nagaan. De uitsluiting geldt zowel voor wie de instrumenten bezit als leningnemer in het kader van een lening met betrekking tot die instrumenten, als voor wie ze bezit als cessionaris of pandnemer in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst.
  • De regel toepassen op inkomsten die niet in België voor de beroepswerkzaamheid gebruikt worden. Beide gevallen vereisen dat gebruik in België.

Verwante bepalingen

  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet hoe groot het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting is; het regelt alleen wanneer het niet wordt verrekend.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt niet verrekend ter zake van inkomsten van schuldvorderingen en leningen die de schuldeiser in België gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid, wanneer de schuldeiser, niettegenstaande hij de verrichting in eigen naam heeft gedaan, in werkelijkheid is opgetreden voor rekening van derden die hem voor de financiering van de verrichting de nodige middelen hebben verschaft en geheel of gedeeltelijk de aan de verrichting verbonden risico's dragen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt een in het buitenland gevestigde onderneming die over een Belgische inrichting beschikt die als schuldeiser optreedt, mede als derde aangemerkt. Het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt niet verrekend terzake van interesten opgebracht door financiële instrumenten, welke in België zijn ge bruikt voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten wanneer hij deze financiële instrumenten bezit hetzij in zijn hoedanigheid van leningnemer in het kader van een lening met betrekking tot deze financiële instrumenten, hetzij in zijn hoedanigheid van cessionaris of pandnemer in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.