WIB 92, Art. 287
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel bepaalt hoe het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt berekend voor inkomsten van roerende goederen en kapitalen, "niet zijnde dividenden en niet zijnde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen". Het wordt bepaald volgens het product van twee breuken. Bij de eerste breuk (a) is de teller de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting, uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop ze betrekking heeft, beperkt tot 15, en is de noemer 100 verminderd met het cijfer van de teller; heeft de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting gedragen tot ontlasting van de verkrijger, dan is die noemer 100. Bij de tweede breuk (b) is de noemer de som van het totale bedrag van de inkomsten van onroerende goederen, roerende goederen en kapitalen en van het totale brutobedrag van de beroepsinkomsten, met uitsluiting van al dan niet verwezenlijkte meerwaarden. De omschrijving van de teller van die tweede breuk is in de tekst onduidelijk: hij is gelijk aan "het positieve verschil tussen het totale bedrag van de noemer en het totale bedrag van de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, met uitsluiting van dividenden, die de vennootschap in het belastbare tijdperk heeft gedragen"; dat wordt hier niet aangevuld. Voor die tweede breuk omvatten de inkomsten van roerende goederen en kapitalen ook de in artikel 21 bedoelde inkomsten.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de aan de vier belastingen gemene bepalingen, bij de verrekening van de voorheffingen, onder het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting. De tweede breuk verwijst naar inkomsten die "de vennootschap" heeft gedragen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Er staat geen eurobedrag in de gegevens; het voorbeeld is symbolisch.
Breuk a: bedraagt de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting t % van het inkomen, dan is de teller t (hooguit 15) en de noemer 100 − t. Bij t = 15 is breuk a dus 15/85. Droeg de schuldenaar de buitenlandse belasting tot ontlasting van de verkrijger, dan is de noemer 100 en wordt breuk a 15/100.
Breuk b: X / Y, met Y de som van de totale inkomsten van onroerende goederen, roerende goederen en kapitalen en het totale brutobedrag van de beroepsinkomsten zonder meerwaarden. Voor de teller X geeft het voorbeeld geen invulling, omdat de omschrijving in de tekst onduidelijk is.
Het forfaitair gedeelte volgt uit het product a × b; waarop dat product wordt toegepast, zegt de tekst niet.
Veelgemaakte fouten
- Deze berekening toepassen op dividenden of op inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen. De tekst sluit die uit.
- In de teller van breuk a een percentage boven 15 gebruiken. De wet zegt "beperkt tot 15".
- De noemer 100 − t behouden wanneer de schuldenaar de buitenlandse belasting droeg tot ontlasting van de verkrijger. De wet bepaalt dat de noemer van breuk a dan 100 bedraagt.
- In de noemer van breuk b meerwaarden meetellen. De wet sluit "al dan niet verwezenlijkte meerwaarden" uit.
- Voor breuk b de in artikel 21 bedoelde inkomsten weglaten. De wet bepaalt dat de inkomsten van roerende goederen en kapitalen die inkomsten "eveneens" omvatten.
Verwante bepalingen
- WIB92:21 — volgens zijn tekst somt het inkomsten op die de inkomsten van roerende goederen en kapitalen niet omvatten, zoals loten van effecten van leningen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet of en wanneer een forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt verrekend; het regelt alleen de berekening ervan.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Met betrekking tot inkomsten van roerende goederen en kapitalen niet zijnde dividenden en niet zijnde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, wordt het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bepaald volgens het produkt: a) van een breuk waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop die belasting betrekking heeft, beperkt tot 15, en waarvan de noemer gelijk is aan 100 verminderd met het cijfer van de teller; b) en van een breuk waarvan de teller gelijk is aan het positieve verschil tussen het totale bedrag van de noemer en het totale bedrag van de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, met uitsluiting van dividenden, die de vennootschap in het belastbare tijdperk heeft gedragen, en waarvan de noemer gelijk is aan de som van het totale bedrag van de inkomsten van onroerende goederen, roerende goederen en kapitalen en van het totale brutobedrag van de beroepsinkomsten met uitsluiting van al dan niet verwezenlijkte meerwaarden. Wanneer de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting heeft gedragen tot ontlasting van de verkrijger, bedraagt de in het eerste lid, a, vermelde noemer 100. Voor de toepassing van het eerste lid, b, omvatten de inkomsten van roerende goederen en kapitalen eveneens de in artikel 21 bedoelde inkomsten.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.