Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 286

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel bepaalt hoeveel het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bedraagt. De hoofdregel is vijftien vijfentachtigsten van het netto-inkomen vóór aftrek van de roerende voorheffing. Voor inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van alle roerende goederen geldt een afwijking: daar wordt het forfaitair gedeelte bepaald volgens het product van een breuk waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting, uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop ze betrekking heeft, zonder 15 % van dat inkomen te mogen overschrijden, en waarvan de noemer gelijk is aan 100 verminderd met het cijfer van de teller. Heeft de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting gedragen tot ontlasting van de verkrijger, dan bedraagt die noemer 100. Het forfaitair gedeelte dat betrekking heeft op innovatie-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205/1 tot 205/4 of artikel 236bis een aftrek voor innovatie-inkomsten wordt verleend, is slechts verrekenbaar ten belope van de belasting verschuldigd op diezelfde innovatie-inkomsten. In die zin staan in de wettekst weglatingstekens "(...)"; de weggelaten tekst wordt hier niet aangevuld.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de aan de vier belastingen gemene bepalingen, bij de verrekening van de voorheffingen, onder het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting. Ze betreft verkrijgers van inkomsten waarop een forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt verrekend.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Er staat geen eurobedrag in de gegevens; het voorbeeld is symbolisch.

Hoofdregel: bij een netto-inkomen N vóór aftrek van de roerende voorheffing bedraagt het forfaitair gedeelte N × 15/85 (vijftien vijfentachtigsten), afgerond op hele centen in één stap.

Afwijking voor verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen: bedraagt de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting t % van het inkomen, dan is de teller t (hooguit 15) en de noemer 100 − t. Bij een ingehouden buitenlandse belasting van 15 % is de breuk dus 15/85. Droeg de schuldenaar de buitenlandse belasting tot ontlasting van de verkrijger, dan is de noemer 100 en wordt de breuk 15/100. Met welke grootheid die breuk wordt vermenigvuldigd, zegt de tekst niet ("het product van een breuk"); het voorbeeld vult dat niet aan.

Veelgemaakte fouten

  • De hoofdregel berekenen op het inkomen na aftrek van de roerende voorheffing. De wet spreekt van het netto-inkomen "voor aftrek van de roerende voorheffing".
  • Bij inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen de hoofdregel toepassen. De wet voorziet voor die inkomsten een afwijkende breuk.
  • In de teller een buitenlandse belasting boven 15 % van het inkomen meetellen. De wet zegt "zonder 15 % van dit inkomen te mogen overschrijden".
  • De noemer 100 − t behouden wanneer de schuldenaar de buitenlandse belasting droeg tot ontlasting van de verkrijger. De wet bepaalt dat de noemer dan 100 bedraagt.
  • Het forfaitair gedeelte op innovatie-inkomsten met aftrek voor innovatie-inkomsten onbeperkt verrekenen. De wet beperkt het tot de belasting verschuldigd op diezelfde innovatie-inkomsten.

Verwante bepalingen

  • WIB92:205/1 — volgens zijn tekst wordt de winst van het belastbare tijdperk verminderd met een deel van de daar bedoelde bedragen, en wordt die vermindering "aftrek voor innovatie-inkomsten" genoemd.
  • WIB92:205/4 — volgens zijn tekst houdt de belastingplichtige bewijsstukken ter beschikking van de administratie die per intellectueel eigendomsrecht de vaststelling van onder meer de innovatie-inkomsten mogelijk maken.
  • WIB92:236bis — volgens zijn tekst zijn de artikelen 205/1 tot 205/4 van toepassing op de in artikel 227, 2°, bedoelde belastingplichtigen voor de innovatie-inkomsten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die worden aangewend in hun Belgische inrichtingen.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet op welke inkomsten een forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt verrekend; het regelt alleen het bedrag ervan en de beperking bij innovatie-inkomsten.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bedraagt vijftien vijfentachtigsten van het netto-inkomen voor aftrek van de roerende voorheffing. In afwijking van het eerste lid, wordt met betrekking tot inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van alle roerende goederen , het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bepaald volgens het product van een breuk waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop die belasting betrekking heeft, zonder 15 % van dit inkomen te mogen overschrijden en waarvan de noemer gelijk is aan 100 verminderd met het cijfer van de teller. Het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting dat betrekking heeft op innovatie-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205/1 tot 205/4 of artikel 236bis een aftrek voor innovatie-inkomsten wordt verleend is slechts verrekenbaar ten belope van de belasting verschuldigd op (...) diezelfde innovatie-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205/1 tot 205/4 of artikel 236bis een aftrek voor innovatie-inkomsten wordt verleend (...) . Wanneer de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting heeft gedragen tot ontlasting van de verkrijger, bedraagt de in het tweede lid vermelde noemer 100.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.