Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 283

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt de verrekening van roerende voorheffing op inkomsten uit aandelen van Belgische vennootschappen die de verkrijger in eigendom heeft verkregen naar aanleiding van een lening met betrekking tot financiële instrumenten. Er wordt geen enkele roerende voorheffing verrekend wanneer de leninggever een inwoner is van een Staat waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten en hij de financiële instrumenten niet heeft gebruikt voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België. Dat geldt niet als de lening wordt gesloten door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten bedoeld in artikel 261, derde lid. In afwijking daarvan, en onverminderd de bepalingen van de artikelen 281 en 282, wordt bij de leningnemer toch voorheffing verrekend als hij aantoont dat de leninggever zonder lening een verzaking aan de inning of een vermindering van de roerende voorheffing had kunnen genieten op grond van een dubbelbelastingverdrag met betrekking tot de dividenden op die aandelen. De verrekening bedraagt dan het verschil tussen de werkelijk ingehouden roerende voorheffing en de roerende voorheffing die definitief verschuldigd zou zijn geweest door de leninggever als hij zelf de dividenden had ontvangen.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling bij de aan de vier belastingen gemene bepalingen, bij de verrekening van de voorheffingen, onder de roerende voorheffing. Ze betreft de verkrijger (leningnemer) van aandelen van Belgische vennootschappen die hij naar aanleiding van een lening met betrekking tot financiële instrumenten in eigendom heeft verkregen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch: op de dividenden werd een roerende voorheffing W werkelijk ingehouden. Had de leninggever zelf de dividenden ontvangen, dan zou hij definitief een roerende voorheffing D verschuldigd zijn geweest. Toont de leningnemer dat aan, dan wordt W − D verrekend.

Veelgemaakte fouten

  • De uitsluiting toepassen op een lening via een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten. De wet maakt voor dat geval een uitzondering ("Behalve indien").
  • De uitsluiting toepassen wanneer de leninggever de financiële instrumenten wel gebruikte voor een beroepswerkzaamheid in België. De tekst stelt beide voorwaarden: inwoner van een verdragsstaat en geen gebruik voor een beroepswerkzaamheid in België.
  • Bij de afwijking de volle ingehouden voorheffing verrekenen. De wet beperkt de verrekening tot "het verschil" tussen de werkelijk ingehouden voorheffing en de voorheffing die de leninggever definitief verschuldigd zou zijn geweest.
  • Vergeten dat de afwijking de artikelen 281 en 282 onverlet laat. De wet zegt "onverminderd" die bepalingen.
  • De afwijking toepassen zonder bewijs. Het is de leningnemer die "aantoont" dat de leninggever zonder lening een verzaking of vermindering had kunnen genieten.

Verwante bepalingen

  • WIB92:261 — volgens zijn tekst is bij leningen betreffende financiële instrumenten die worden gesloten en integraal vereffend door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem, voor de daar genoemde inkomsten de beheerder van dat systeem de schuldenaar van de roerende voorheffing; het omschrijft ook wat onder zo'n systeem wordt verstaan.
  • WIB92:281 — volgens zijn tekst wordt de roerende voorheffing betreffende dividenden waarvan de verkrijger de effecten gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid, slechts verrekend als de belastingplichtige de volle eigendom van de effecten had op de datum waarop de rechthebbenden van de dividenden worden geïdentificeerd.
  • WIB92:282 — volgens zijn tekst wordt uit hoofde van dividenden geen roerende voorheffing verrekend in zover de toekenning of betaalbaarstelling een waardevermindering of een minderwaarde tot gevolg heeft van de aandelen waarop ze betrekking hebben, behoudens de daar genoemde uitzonderingen.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet op welke manier de leningnemer moet aantonen dat de leninggever zonder lening een verzaking of vermindering had kunnen genieten.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Behalve indien de lening wordt gesloten door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten bedoeld in artikel 261, derde lid, wordt geen enkele roerende voorheffing verrekend uit hoofde van inkomsten uit aandelen van Belgische vennootschappen waarvan de verkrijger de eigendom heeft verkregen naar aanleiding van een lening met betrekking tot financiële instrumenten wanneer de leninggever van deze financiële instrumenten een inwoner is van een Staat waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten en deze financiële instrumenten niet heeft gebruikt voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België. In afwijking van het vorige lid en onverminderd de in de artikelen 281 en 282 bedoelde bepalingen, wordt in hoofde van de leningnemer, wanneer deze aantoont dat de leninggever van de aandelen zonder lening zou kunnen hebben genieten van een verzaking aan de inning van de roerende voorheffing of van een vermindering van de roerende voorheffing als bedoeld in een overeenkomst die België ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten met betrekking tot dividenden toegekend of betaalbaar gesteld voor die aandelen, de roerende voorheffing verrekend ten belope van het verschil tussen de werkelijk op de dividenden ingehouden roerende voorheffing en het bedrag van de roerende voorheffing dat definitief zou verschuldigd zijn geweest door de leninggever indien deze laatste zelf de dividenden had ontvangen.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.