WIB 92, Art. 27/1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel voorziet in een vermeerdering van de totale belasting voor het belastbare tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2021. Ze geldt wanneer de baten van dat tijdperk het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen omvatten, en de baten na aftrek van de beroepskosten positief zijn. De vermeerdering is een tarief toegepast op een grondslag. De grondslag is het bedrag van de baten na aftrek van de beroepskosten, verminderd met 10 % van het positieve verschil tussen het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen en die baten na aftrek van de beroepskosten; ze kan niet meer bedragen dan dat inkomen. Het tarief is 9 % vermenigvuldigd met een breuk: in de teller staat het positieve bedrag van de baten na aftrek van de beroepskosten, in de noemer het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen verminderd met dat positieve bedrag. De breuk kan niet meer bedragen dan 2, en is gelijk aan 2 wanneer dat inkomen gelijk is aan of kleiner is dan dat positieve bedrag. Het tarief wordt afgerond op de hogere of lagere tweede decimaal, naargelang het cijfer van de derde decimaal al dan niet 5 bereikt.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. Het artikel staat in de titel over de personenbelasting, bij de belastbare beroepsinkomsten, onder baten. Het gaat over wie voor het belastbare tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2021 baten heeft die het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen omvatten.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Symbolisch, met P het bedrag van de baten na aftrek van de beroepskosten (positief) en B het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen.
1. Grondslag G = P − 10 % × het positieve verschil tussen B en P; G kan niet meer bedragen dan B. 2. Breuk = P / (B − P), met een maximum van 2; de breuk is 2 wanneer B gelijk is aan of kleiner is dan P. 3. Tarief T = 9 % × breuk, afgerond op de tweede decimaal zoals de wet bepaalt. 4. Vermeerdering van de totale belasting = G × T, in hele centen met één afronding op het eind.
Er staat geen eurobedrag in de gegevens; daarom blijft het voorbeeld symbolisch.
Veelgemaakte fouten
- De vermeerdering toepassen op een ander belastbaar tijdperk. De wet noemt alleen het belastbare tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2021.
- De vermeerdering toepassen terwijl de baten na aftrek van de beroepskosten niet positief zijn. De wet stelt als voorwaarde dat dat bedrag "positief is".
- De grondslag laten oplopen boven het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen. De wet begrenst de grondslag tot dat inkomen.
- De breuk niet begrenzen. Ze kan niet meer bedragen dan 2.
Verwante bepalingen
- WIB92:27 — volgens zijn tekst omvatten baten onder 7° "het bovenmatig deel van de voordelen van alle aard toegekend aan werknemers". Dit is het inkomen waarnaar dit artikel verwijst.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet hoe het bovenmatig deel van de voordelen van alle aard zelf wordt berekend.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Wanneer het bedrag van de baten voor het belastbare tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2021 het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen omvat en het bedrag van de baten na aftrek van de beroepskosten positief is, wordt de totale belasting voor dat belastbare tijdperk vermeerderd met het bedrag dat wordt bekomen door op de overeenkomstig het tweede lid bepaalde grondslag het overeenkomstig het derde lid bepaalde tarief toe te passen. De vermeerdering wordt berekend op het bedrag van de baten na aftrek van de beroepskosten, verminderd met 10 % van het positieve verschil tussen het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen en het bedrag van de baten na de aftrek van de beroepskosten. Het aldus bepaalde bedrag kan niet meer bedragen dan het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen. Het in het eerste lid bedoelde tarief is gelijk aan 9 % vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het in het eerste lid vermelde positieve bedrag en de noemer gelijk is aan het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen verminderd met het in het eerste lid vermelde positieve bedrag. De breuk kan niet meer bedragen dan 2 en is gelijk aan 2 wanneer het in artikel 27, tweede lid, 7°, bedoelde inkomen gelijk is aan of kleiner is dan het in eerste lid vermelde positieve bedrag. Het aldus vastgestelde tarief wordt afgerond op de hogere of lagere tweede decimaal naargelang het cijfer van de derde decimaal al dan niet 5 bereikt.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.