Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 267

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 267 bepaalt wanneer de roerende voorheffing opeisbaar wordt. De wet bepaalt dat de toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten, in geld of in natura, de opeisbaarheid van de roerende voorheffing meebrengt. Als toekenning geldt onder meer de inschrijving van een inkomen op een rekening die ten bate van de verkrijger is geopend, zelfs als die rekening onbeschikbaar is, mits die onbeschikbaarheid het gevolg is van een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst met de verkrijger. Ook de toekenning of betaalbaarstelling door een in artikel 265, eerste lid, 2°, vermeld fonds voor belegging in schuldvorderingen maakt de voorheffing opeisbaar, voor zover die inkomsten voortkomen uit inkomsten als vermeld in artikel 17. Voor een aantal gevallen legt de wet het moment vast: inkomsten van gelddeposito's gelden als toegekend op de laatste dag van het tijdperk waarop ze betrekking hebben; renten van geldsommen bij de Deposito- en Consignatiekas op de laatste dag van de maand van terugbetaling; en inkomsten waarop de verkrijger de voorheffing verschuldigd is ingevolge artikel 262, § 1 en § 2, 1° tot 4° en 7°, op de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin hij ze heeft verkregen. Als toekenning gelden ten slotte ook de verwerving van inkomsten uit de vervreemding van aandelen van buitenlandse beleggingsvennootschappen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, eerste lid, 4°, en het verkrijgen van inkomsten als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, c), uit overdrachten onder bezwarende titel van financiële activa als bedoeld in artikel 92, § 1, a) en b).

Voor wie

Het manifest geeft als toepassingsgebied "beide". Het artikel geldt voor wie roerende voorheffing verschuldigd is, en bepaalt het moment waarop die voorheffing opeisbaar wordt.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Wachten met de voorheffing tot het inkomen effectief is uitbetaald. Al de toekenning, bijvoorbeeld de inschrijving op een rekening ten bate van de verkrijger, brengt de opeisbaarheid mee.
  • Een inschrijving op een onbeschikbare rekening niet als toekenning zien. Ze geldt wel als toekenning wanneer de onbeschikbaarheid volgt uit een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst met de verkrijger.
  • Bij gelddeposito's het moment van uitbetaling nemen. De wet legt de toekenning op de laatste dag van het tijdperk waarop de inkomsten betrekking hebben.
  • Inkomsten in natura buiten beschouwing laten. De toekenning of betaalbaarstelling in natura brengt eveneens de opeisbaarheid mee.

Verwante bepalingen

  • WIB92:17 — haar laag 1 omschrijft de inkomsten uit roerende goederen en kapitalen; bij een fonds voor belegging in schuldvorderingen geldt de opeisbaarheid voor zover de inkomsten daaruit voortkomen.
  • WIB92:265 — haar laag 1 somt inkomsten op waarop evenmin roerende voorheffing verschuldigd is, met in 2° die aan de vennootschappen van artikel 261, eerste lid, 3°, voor de activa van de beleggingsfondsen die zij beheren.
  • WIB92:262 — haar laag 1 bepaalt in § 1 dat belastingplichtigen in de rechtspersonenbelasting de roerende voorheffing zelf verschuldigd zijn op bepaalde inkomsten die zonder inhouding van voorheffing werden toegekend, betaalbaar gesteld, geïnd of verkregen.
  • WIB92:19 — haar laag 1 omschrijft de interest en rekent daartoe in § 1, 4°, onder de daar gestelde voorwaarden bepaalde inkomsten uit aandelen van beleggingsvennootschappen; artikel 267 verwijst naar die voorwaarden.
  • WIB92:90 — haar laag 1 omschrijft de diverse inkomsten, met in het eerste lid, 9°, c), meerwaarden die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt bij de overdracht onder bezwarende titel van financiële activa.
  • WIB92:92 — haar laag 1 omschrijft in § 1 de financiële activa bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, c).

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet wie de roerende voorheffing verschuldigd is; het regelt alleen wanneer ze opeisbaar wordt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

De toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten, in geld of in natura, brengt de opeisbaarheid van de roerende voorheffing mede. Als toekenning wordt inzonderheid beschouwd, de inschrijving van een inkomen op een ten bate van de verkrijger geopende rekening, zelfs als die rekening onbeschikbaar is, mits de onbeschikbaarheid het gevolg is van een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst met de verkrijger. De toekenning of de betaalbaarstelling van inkomsten door een in artikel 265, eerste lid, 2°, vermeld fonds voor belegging in schuldvorderingen, brengt eveneens de opeisbaarheid van de roerende voorheffing mede, voor zover die inkomsten voortkomen uit inkomsten als vermeld in artikel 17. Inkomsten van gelddeposito's worden geacht te zijn toegekend of betaalbaar gesteld op de laatste dag van het tijdperk waarop ze betrekking hebben. De renten van geldsommen gedeponeerd bij de Deposito- en Consignatiekas worden geacht te zijn toegekend of betaalbaar gesteld op de laatste dag van de maand van terugbetaling. Inkomsten waarop de roerende voorheffing door de verkrijger is verschuldigd ingevolge artikel 262, § 1 en § 2, 1° tot 4° en 7° , worden geacht te zijn toegekend of betaalbaar gesteld op de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin zij door de verkrijger zijn verkregen. Als toekenning wordt eveneens aangemerkt, de verwerving van inkomsten uit de vervreemding van aandelen van buitenlandse beleggingsvennootschappen onder de in artikel 19, § 1, eerste lid, 4°, gestelde voorwaarden. Als toekenning wordt eveneens aangemerkt, het verkrijgen van inkomsten bedoeld in artikel 90, lid 1, 9°, c), die voortvloeien uit de overdrachten onder bezwarende titel van financiële activa bedoeld in artikel 92, § 1, a) en b).

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.