WIB 92, Art. 265
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel somt nog meer gevallen op waarin "evenmin" roerende voorheffing verschuldigd is. Een eerste reeks gaat over inkomsten verleend of toegekend: aan de Staat uit hoofde van financiële beheersverrichtingen in het algemeen belang van de Schatkist of voor het vormen van onmiddellijk beschikbare gelden bij kastekorten (1°); aan de vennootschappen bedoeld in artikel 261, eerste lid, 3°, voor de activa van de beleggingsfondsen die ze beheren (2°); op inkomsten uit artikel 19bis betaald of toegekend aan andere belastingplichtigen dan die aan de personenbelasting onderworpen (3°); door een gemeenschappelijk beleggingsfonds aan zijn deelnemers, in de mate dat die inkomsten voortkomen uit inkomsten uit de artikelen 18, 19, 19bis, 19quater en 90, eerste lid, 9°, en voor zover de beheersvennootschap voldaan heeft aan de verplichting van artikel 321bis (4°); en op inkomsten uit artikel 17, § 1, 6°, toegekend aan andere belastingplichtigen dan die aan de personenbelasting of aan de belasting van niet-inwoners op grond van artikel 227, 1°, onderworpen (5°). Een tweede reeks bepaalt dat de roerende voorheffing evenmin verschuldigd is op: de inkomsten van buitenlandse oorsprong uit artikel 90, eerste lid, 11°, verkregen door een binnenlandse vennootschap of een belastingplichtige in de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 233 (1°); de interesten van leningen van buitenlandse financiële instrumenten en de inkomsten uit artikel 90, eerste lid, 11°, bij zo'n lening, gesloten en integraal vereffend via een erkend gecentraliseerd systeem uit artikel 261, derde lid (2°); en bepaalde interesten die een verzekeringsonderneming aan een lokaal bestuur toekent in het kader van de financiering van de wettelijke pensioenen van zijn vastbenoemd personeel (3°).
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel met de aan de vier belastingen gemene bepalingen, in het hoofdstuk over de storting van de belasting door voorheffing, in de onderafdeling over vrijstelling en verzaking van de voorheffing. De tekst noemt zelf onder meer de Staat, beheersvennootschappen van beleggingsfondsen, deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds, binnenlandse vennootschappen, belastingplichtigen in de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 233, en verzekeringsondernemingen en lokale besturen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch voor de eerste reeks, 4°: keert een gemeenschappelijk beleggingsfonds aan een deelnemer een inkomen I uit, waarvan een deel I1 voortkomt uit inkomsten uit de artikelen 18, 19, 19bis, 19quater en 90, eerste lid, 9°, dan geldt de vrijstelling alleen voor I1, en alleen voor zover de beheersvennootschap aan de verplichting van artikel 321bis voldaan heeft.
Veelgemaakte fouten
- De vrijstelling voor inkomsten van een gemeenschappelijk beleggingsfonds toepassen zonder de aangifteplicht van de beheersvennootschap na te gaan. De vrijstelling geldt alleen voor zover die vennootschap voldaan heeft aan de verplichting van artikel 321bis.
- De vrijstelling voor inkomsten uit artikel 19bis of artikel 17, § 1, 6°, ook toepassen voor verkrijgers in de personenbelasting. De tekst sluit belastingplichtigen in de personenbelasting uit, en voor artikel 17, § 1, 6°, ook die in de belasting van niet-inwoners op grond van artikel 227, 1°.
- Bij de interesten aan een lokaal bestuur het attest vergeten. Op het tijdstip van toekenning of betaalbaarstelling moet de verzekeringsonderneming in het bezit zijn van een attest van het lokaal bestuur dat bevestigt dat aan de voorwaarden is voldaan, en dat attest wordt ter beschikking van de administratie gehouden.
- Bij die interesten de voorwaarden te ruim lezen. De overeenkomst moet voor de verzekeringsonderneming louter bestaan uit het inzamelen, centraliseren, kapitaliseren en verdelen van fondsen die uitsluitend bestemd zijn voor toekomstige wettelijke pensioenlasten; de kapitalen moeten dienen om die lasten te dekken door een storting ofwel rechtstreeks aan de gewezen werknemers of hun rechthebbenden, ofwel onrechtstreeks via het lokaal bestuur aan een instelling voor sociale zekerheid; en de gestorte sommen moeten beroepsinkomsten zijn als bedoeld in artikel 23, § 1, 5°.
Verwante bepalingen
- WIB92:261 — regelt wie de roerende voorheffing verschuldigd is; 3° noemt de beheersvennootschappen van erkende instellingen voor collectieve belegging die fondsen voor belegging in schuldvorderingen beheren, voor de door die fondsen toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten; het artikel omschrijft ook het erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten.
- WIB92:17 — omschrijft de inkomsten uit roerende goederen en kapitalen; § 1, 6°, is de Carried interest verkregen door een Carried interest begunstigde.
- WIB92:18 — omschrijft wat dividenden omvatten.
- WIB92:19 — omschrijft wat interest omvat.
- WIB92:19bis — interest omvat ook bepaalde inkomsten bij de overdracht, inkoop of verdeling van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging waarvan meer dan een in dat artikel bepaald percentage van het vermogen in schuldvorderingen belegd is, voor de periode waarin de verkrijger houder was.
- WIB92:19quater — omschrijft wat Carried interest omvat.
- WIB92:90 — omschrijft de diverse inkomsten; 9° zijn bepaalde meerwaarden buiten het beroep, 11° de vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot bij een zakelijkezekerheidsovereenkomst of lening met betrekking tot financiële instrumenten.
- WIB92:321bis — de beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en van alternatieve instellingen voor collectieve belegging moeten, volgens de door de Koning vastgestelde regels, per categorie het bedrag opgeven van de toegekende of uitgekeerde inkomsten.
- WIB92:227 — somt op wie aan de belasting van niet-inwoners onderworpen is; 1° zijn de niet-rijksinwoners.
- WIB92:233 — voor buitenlandse vennootschappen en gelijkaardige lichamen uit artikel 227, 2°, wordt de belasting gevestigd op de winst die door bemiddeling van Belgische inrichtingen is opgebracht en op bepaalde winst zonder zulke inrichting, met daarbovenop een aantal afzonderlijke aanslagen.
- WIB92:23 — omschrijft de beroepsinkomsten; § 1, 5°, zijn pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet welke gegevens de beheersvennootschap moet opgeven; daarvoor verwijst het naar artikel 321bis.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Evenmin is roerende voorheffing verschuldigd op inkomsten die zijn verleend of toegekend: 1° aan de Staat uit hoofde van financiële beheersverrichtingen verwezenlijkt in het algemeen belang van de Schatkist of voortvloeiend uit de vorming van onmiddellijk beschikbare gelden om het hoofd te bieden aan de kastekorten, wegens de onmogelijkheid toegang te krijgen tot de geldmarkt door middel van dagelijkse uitgiften van schatkistcertificaten. 2° aan de vennootschappen bedoeld in artikel 261, eerste lid, 3°, met betrekking tot de activa die behoren tot de beleggingsfondsen waarvan zij het beheer verzorgen. 3° op de inkomsten bedoeld in artikel 19bis wanneer die worden betaald of toegekend aan belastingplichtigen andere dan diegenen onderworpen aan de personenbelasting; 4° door een gemeenschappelijk beleggingsfonds aan zijn deelnemers in de mate dat deze inkomsten voortkomen uit inkomsten als bedoeld in de artikelen 18, 19, 19bis , 19quater en 90, eerste lid, 9° , en voor zover de beheersvennootschap van instellingen voor collectieve beleggingen voldaan heeft aan de verplichting van artikel 321bis. 5° op inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 6°, wanneer die worden toegekend aan belastingplichtigen andere dan diegenen onderworpen aan de personenbelasting of de belasting van niet-inwoners op grond van artikel 227, 1°. De roerende voorheffing is evenmin verschuldigd: 1° op de in artikel 90, eerste lid, 11°, bedoelde inkomsten van buitenlandse oorsprong waarvan de verkrijger een binnenlandse vennootschap is of een belastingplichtige onderworpen aan de belasting op de niet-inwoners overeenkomstig artikel 233; 2° op de interesten van leningen van buitenlandse financiële instrumenten of op de inkomsten bedoeld in artikel 90, eerste lid, 11°, die zijn betaald in uitvoering van een lening met betrekking tot die financiële instrumenten, gesloten en integraal vereffend door middel van een in artikel 261, derde lid, bedoeld erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten. 3° op de interesten: - die worden verleend of toegekend door een verzekeringsonderneming aan een lokaal bestuur in het kader van artikel 5, §§ 1, 2 en 5, van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen, en onderworpen aan de rechtspersonenbelasting; - en die worden voortgebracht door kapitalen die zijn bestemd voor toekomstige pensioenuitkeringen, voorzover: a) in hoofde van de verzekeringsonderneming, het voorwerp van de afgesloten overeenkomst louter bestaat uit het inzamelen, het centraliseren, het kapitaliseren en het verdelen van de fondsen die uitsluitend bestemd zijn voor de dekking van toekomstige lasten inzake wettelijke pensioenen als bedoeld in de artikelen 16 en 20 van de genoemde wet van 24 oktober 2011; b) de kapitalen die door het voornoemd lokaal bestuur zijn geïnvesteerd, bestemd zijn om de lasten te dekken met betrekking tot de wettelijke pensioenen door middel van een storting vanwege de verzekeringsonderneming: 1. ofwel rechtstreeks aan de gewezen werknemers van het betrokken lokaal bestuur of aan hun rechthebbenden; 2. ofwel onrechtstreeks door tussenkomst van het voornoemd lokaal bestuur aan een instelling voor sociale zekerheid belast met de betaling van de voormelde wettelijke pensioenen; c) de sommen die aan de gepensioneerden of hun rechthebbenden worden gestort, beroepsinkomsten zijn als bedoeld in artikel 23, § 1, 5°; d) op het tijdstip van de toekenning of de betaalbaarstelling van de interesten, de verzekeringsonderneming in het bezit wordt gesteld van een attest uitgereikt door het lokaal bestuur dat bevestigt dat aan de hierboven vermelde voorwaarden is voldaan, en dat ter beschikking van de administratie wordt gehouden.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.