Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 264/1

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel stelt dividenden van een binnenlandse vennootschap onder voorwaarden vrij van roerende voorheffing wanneer ze naar een buitenlandse vennootschap met een kleinere deelneming gaan. De roerende voorheffing is niet verschuldigd op de dividenden bedoeld in artikel 202, § 1, 1° en 2°, waarvan de schuldenaar een binnenlandse vennootschap is en de verkrijger een vennootschap gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat die overeenkomst of een ander verdrag in de nodige uitwisseling van inlichtingen voorziet. Het artikel geldt "slechts" als op de datum van toekenning of betaalbaarstelling de verkrijger een deelneming van minder dan 10 % in het kapitaal van de schuldenaar bezit met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro, die de aard van financiële vaste activa heeft als de verkrijger geen kleine vennootschap is, en die deelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom wordt of werd behouden. Het geldt ook alleen in de mate dat de roerende voorheffing die zonder deze vrijstelling verschuldigd zou zijn, bij de verkrijger niet zou kunnen worden verrekend noch terugbetaald. Verder moeten schuldenaar en verkrijger allebei een rechtsvorm hebben uit de bijlage I, deel A, van de richtlijn 2011/96/EU (of een vergelijkbare rechtsvorm naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van een verdragsstaat), en onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of een gelijksoortige belasting zonder een van het gemeen recht afwijkend belastingstelsel. § 2: de vrijstelling wordt slechts toegestaan als de schuldenaar van de dividenden in het bezit is van een attest dat zes punten bevestigt.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel met de aan de vier belastingen gemene bepalingen, in het hoofdstuk over de storting van de belasting door voorheffing, in de onderafdeling over vrijstelling en verzaking van de voorheffing. Ze raakt de binnenlandse vennootschap die de dividenden uitkeert en de verkrijgende vennootschap in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een verdragsstaat.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Met enkel de getallen uit de wettekst:

1. Een verkrijger met een deelneming van minder dan 10 % en een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro, ononderbroken ten minste één jaar in volle eigendom behouden, haalt de deelnemingsdrempels. 2. Een deelneming van minder dan 10 % met een aanschaffingswaarde onder 2.500.000 euro haalt ze niet. 3. Kan de verkrijger de roerende voorheffing die zonder vrijstelling verschuldigd zou zijn, voor een deel verrekenen of terugkrijgen, dan geldt de vrijstelling alleen voor het andere deel.

Veelgemaakte fouten

  • De vrijstelling toepassen op een deelneming van 10 % of meer. De tekst spreekt van een deelneming van minder dan 10 % met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro.
  • Vrijstellen zonder attest. De vrijstelling wordt slechts toegestaan als de schuldenaar een attest bezit dat bevestigt: de rechtsvorm van de verkrijger (1°); dat hij onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of een gelijksoortige belasting zonder afwijkend stelsel (2°); de deelneming van minder dan 10 % met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro (3°); het ononderbroken behoud gedurende ten minste één jaar (4°); in welke mate de roerende voorheffing voor de verkrijger in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is volgens de wettelijke bepalingen op 31 december van het jaar vóór de toekenning of betaalbaarstelling (5°); en de volledige naam, rechtsvorm, adres en in voorkomend geval het fiscaal identificatienummer van de verkrijger (6°).
  • De vrijstelling volledig toekennen terwijl de verkrijger de voorheffing kan verrekenen of terugkrijgen. Het artikel geldt alleen in de mate dat ze noch verrekend noch terugbetaald zou kunnen worden.
  • Een verkrijger in een verdragsstaat zonder uitwisseling van inlichtingen laten meetellen. De overeenkomst of een ander verdrag moet in die uitwisseling voorzien.

Verwante bepalingen

  • WIB92:202 — § 1: van de winst worden onder meer afgetrokken dividenden, met uitzondering van inkomsten bij de afstand van eigen aandelen of bij de gehele of gedeeltelijke verdeling van het vermogen van een vennootschap (1°), en, bij een dividend waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige buitenlandse bepalingen zijn toegepast, het positieve verschil tussen de verkregen sommen en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen (2°).
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet in welke vorm of volgens welk model het attest moet worden opgesteld.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De roerende voorheffing is niet verschuldigd op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde dividenden waarvan de schuldenaar een binnenlandse vennootschap is en waarvan de verkrijger een vennootschap is die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan België of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten. Dit artikel is evenwel slechts van toepassing indien op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde dividenden de verkrijger in het kapitaal van de schuldenaar een deelneming van minder dan 10 % bezit waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2.500.000 euro bedraagt die, indien deze verkrijger geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft en deze deelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom wordt of werd behouden. Dit artikel is slechts van toepassing in de mate dat de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, niet zou kunnen worden verrekend noch worden terugbetaald in hoofde van de verkrijger. Dit artikel is slechts van toepassing indien de schuldenaar en de verkrijger vennootschappen zijn die: - een rechtsvorm hebben die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochter-ondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd met dien verstande dat met betrekking tot vennootschappen naar Belgisch recht, bedoeld onder punt b, de verwijzingen naar "besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid", naar "coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid" en "coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid" en naar de "gewone commanditaire vennootschap" ook moeten worden begrepen als verwijzend naar respectievelijk de "besloten vennootschap", de "coöperatieve vennootschap" en de "commanditaire vennootschap" of een rechtsvorm hebben die vergelijkbaar is met de rechtsvormen die zijn genoemd in die bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door het recht van een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; - zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht. § 2. De vrijstelling wordt slechts toegestaan indien de schuldenaar van de dividenden in het bezit is van een attest dat bevestigt: 1° dat de verkrijger een rechtsvorm heeft die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochter-ondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd met dien verstande dat met betrekking tot vennootschappen naar Belgisch recht, bedoeld onder punt b, de verwijzingen naar "besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid", naar "coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid" en "coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid" en naar de "gewone commanditaire vennootschap" ook moeten worden begrepen als verwijzend naar respectievelijk de "besloten vennootschap", de "coöperatieve vennootschap" en de "commanditaire vennootschap" of een rechtsvorm heeft die vergelijkbaar is met de rechtsvorm die zijn genoemd in die bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door het recht van een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; 2° dat de verkrijger onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht; 3° dat de verkrijger in het kapitaal van de schuldenaar een deelneming van minder dan 10 % bezit waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2.500.000 euro bedraagt die, indien deze verkrijger geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft ; 4° dat de dividenden betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden; 5° in welke mate, voor de verkrijgende vennootschap, de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is op grond van de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde dividend; 6° wat de volledige naam, de rechtsvorm, het adres en in voorkomend geval het fiscaal identificatienummer van de verkrijgende vennootschap is.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.