WIB 92, Art. 264
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel somt de gevallen op waarin de roerende voorheffing niet verschuldigd is op het gedeelte van dividenden dat aan een van de volgende omschrijvingen beantwoordt. 1°: dividenden verleend of toegekend aan de Staat, de Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten, gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn. 2°: bij een fusie, splitsing of gelijkgestelde verrichting uit artikel 211, § 1, het gedeelte bedoeld in artikel 210, § 1, 1° en 1°bis, wanneer de inbreng niet volledig met nieuwe aandelen wordt vergoed omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap bezitten, en het gedeelte vermeld in artikel 186, wanneer de overnemende of verkrijgende vennootschappen onder algemene titel eigen aandelen verkrijgen. 2°bis: het gedeelte vermeld in artikel 186 bij de verkrijging van eigen aandelen die tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten, voor zover de verhandeling plaatsvindt op de centrale beursmarkt van Euronext of op een analoge markt. 2°ter: het gedeelte bij een gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen of een inkoop van eigen aandelen door een erkende coöperatieve vennootschap. 2°quater: het gedeelte dat geacht wordt toegekend te zijn bij de erkenning als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, of bij de inschrijving als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds. 3°: bij opneming van gereserveerde winst, het gedeelte dat gelijk is aan de bedragen die als definitief belaste reserves van de aanslagjaren 1973 en vorige van de gereserveerde winst zijn afgetrokken (a), aan de winst die vroeger ten name van de vennoten is belast (b), of aan de winst die voorheen werd belast ten belope van de bedragen uit "artikel 18, § 1, eerste lid, 2° en 2° bis" die op de gereserveerde winst werden aangerekend (c). 4°: bepaalde aandelen die een genoteerde vennootschap aan een rijksinwoner toekent na een belastingneutrale herstructurering in het buitenland.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel met de aan de vier belastingen gemene bepalingen, in het hoofdstuk over de storting van de belasting door voorheffing, in de onderafdeling over vrijstelling en verzaking van de voorheffing. Ze raakt zowel de uitkerende vennootschap als de verkrijgers die de tekst noemt, zoals de overheden in 1° en de rijksinwoner in 4°.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
De tekst bevat zelf één overgangselement: onder 3°, a, vallen de bedragen die van de gereserveerde winst zijn afgetrokken als definitief belaste reserves, aangelegd tijdens de aanslagjaren 1973 en vorige.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch voor 3°: bij een opneming van gereserveerde winst D is de roerende voorheffing niet verschuldigd op het gedeelte van D dat gelijk is aan de winst die vroeger ten name van de vennoten is belast (3°, b); op het overige gedeelte van D speelt deze vrijstelling niet.
Veelgemaakte fouten
- De vrijstelling toepassen op het hele dividend. De wet spreekt telkens van "het gedeelte van dividenden" dat aan een van de omschrijvingen beantwoordt.
- Bij een inkoop van genoteerde eigen aandelen elke verhandeling laten meetellen. Onder 2°bis moet de verhandeling plaatsvinden op de centrale beursmarkt van Euronext of op een analoge markt.
- Bij 3°, c, de volgorde van aanrekening vergeten. Opnemingen van gereserveerde winst worden geacht bij voorrang voort te komen uit de gereserveerde winsten die niet het onderwerp waren van de aanrekening uit artikel 18; de Koning stelt de volgorde van aanrekening op de bestanddelen van de gereserveerde winst vast.
- 3°, c, toepassen op de bedragen uit artikel 18, eerste lid, 2° ter. Daarop is het niet van toepassing.
- Onder 4° elke inbreng van een bedrijfstak laten volstaan. De inbreng en de verkrijging van de aandelen moeten één en dezelfde herstructureringsverrichting zijn in een Staat waarmee België een akkoord of overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft die de uitwisseling van inlichtingen mogelijk maakt, en de verrichting moet in die Staat als belastingneutraal of vrijgesteld van belasting worden beschouwd.
Verwante bepalingen
- WIB92:186 — wanneer een vennootschap op enige wijze eigen aandelen verkrijgt, wordt het positieve verschil tussen de verkrijgingsprijs (of de waarde) en het gedeelte van het gerevaloriseerde gestorte kapitaal dat die aandelen vertegenwoordigen, als uitgekeerd dividend aangemerkt; bij een verkrijging vóór de ontbinding onder de wettelijke voorwaarden geldt dat pas in de gevallen die het artikel opsomt.
- WIB92:210 — § 1: de artikelen 208 en 209 zijn mede van toepassing, onder meer bij fusie en splitsing (1°), bij met splitsing gelijkgestelde verrichting (1°bis), bij de erkenning als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen of als gereglementeerde vastgoedvennootschap (5°) en bij de inschrijving als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds (6°), telkens met de uitzonderingen die daar staan.
- WIB92:211 — § 2: indien de inbreng anders wordt vergoed dan met nieuw uitgegeven aandelen, wordt het gestorte kapitaal en de gereserveerde winst van de overgenomen of gesplitste vennootschap verminderd met het niet met nieuwe aandelen vergoede gedeelte; worden de inbrengen niet vergoed omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap bezitten, dan wordt die vermindering verhoudingsgewijs op kapitaal en reserves aangerekend.
- WIB92:18 — omschrijft wat dividenden omvatten, waaronder gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van kapitaal (2°) en van uitgiftepremies en andere bij de uitgifte ingeschreven bedragen (2°bis), telkens met de uitzonderingen die daar staan, en de uitkeringen uit 2°ter, en regelt hoe zulke terugbetalingen worden aangerekend op het gestort kapitaal en de reserves.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet in welke volgorde opnemingen op de bestanddelen van de gereserveerde winst worden aangerekend; dat laat het aan de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van dividenden: 1° dat wordt verleend of toegekend aan de Staat, de Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten, gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn; 2° dat, in geval van fusie, splitsing, met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 211, § 1: - in artikel 210, § 1, 1° en 1°bis wordt bedoeld, wanneer de inbreng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen als bedoeld in artikel 211, § 2, derde lid, omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap; - in artikel 186 wordt vermeld, wanneer de overnemende of verkrijgende vennootschappen onder algemene titel, eigen aandelen verkrijgen; 2°bis dat in artikel 186 wordt vermeld, wanneer een vennootschap eigen aandelen verkrijgt die zijn toegelaten tot een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 2, 5° of 6°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, of tot een door de Koning, op advies van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, voor de toepassing van dit artikel daarmee erkende gelijkgestelde andere gereglementeerde markt, voor zover de verhandeling plaatsvindt op de centrale beursmarkt van Euronext of op een analoge markt; 2°ter dat wordt verleend of toegekend bij gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen of bij verkrijging van eigen aandelen door een overeenkomstig artikel 8:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen erkende coöperatieve vennootschap; 2°quater dat wordt geacht toegekend te zijn ingevolge de erkenning door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, of als gereglementeerde vastgoedvennootschap, zoals bedoeld in artikel 210, § 1, 5°, of ingevolge de inschrijving bij de FOD Financiën als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds zoals bedoeld in artikel 210, § 1, 6°; 3° dat, in geval van opneming van gereserveerde winst, gelijk is: a) aan de bedragen die van de gereserveerde winst zijn afgetrokken als definitief belaste reserves, aangelegd tijdens de aanslagjaren 1973 en vorige; b) aan de winst die vroeger ten name van de vennoten is belast. c) aan de winst die voorheen werd belast ten belope van de in artikel 18, § 1, eerste lid, 2° en 2° bis, bedoelde bedragen, die overeenkomstig het tweede tot zesde lid van hetzelfde artikel op de gereserveerde winst werden aangerekend. 4° dat wordt verleend of toegekend aan een rijksinwoner door een vennootschap waarvan de aandelen zijn opgenomen in de notering aan een effectenbeurs van een lidstaat van de Europese Unie onder de voorwaarden van de Richtlijn 2001/34/EG van 28 mei 2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd, of van een derde Staat waarvan de wetgeving minstens gelijkwaardige toelatingsvoorwaarden voorziet, onder de vorm van in de notering aan een voormelde effectenbeurs opgenomen aandelen van een nieuw opgerichte vennootschap of een bestaande vennootschap die de uitkerende vennootschap heeft verkregen in ruil voor de inbreng van een bedrijfstak , voor zover de inbreng en de verkrijging van de aandelen het onderwerp uitmaken van een en dezelfde herstructureringsverrichting die plaatsvindt in een Staat waarmee België een akkoord of overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat dit akkoord of deze overeenkomst, of een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch instrument waaraan deze Staat met België deelneemt, de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden mogelijk maakt, en in die Staat als belastingneutraal of vrijgesteld van belasting wordt beschouwd. Het eerste lid, 3°, c, is niet van toepassing op de in artikel 18, eerste lid, 2° ter, bedoelde bedragen. Voor de toepassing van de in het eerste lid, 3°, c, bedoelde vrijstelling worden de opnemingen van gereserveerde winsten geacht bij voorrang voort te komen uit de gereserveerde winsten die niet het onderwerp hebben uitgemaakt van zulke aanrekening. Voor de toepassing van deze bepaling stelt de Koning de volgorde vast voor het aanrekenen van die opnemingen op de verschillende bestanddelen van de gereserveerde winst.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.