Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 262

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel bepaalt in welke gevallen niet de gewone schuldenaar, maar de verkrijger van de inkomsten zelf de roerende voorheffing verschuldigd is. § 1: belastingplichtigen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn, zijn de roerende voorheffing verschuldigd op inkomsten van kapitalen en roerende goederen en op de inkomsten uit artikel 90, eerste lid, 6°, 9°, c), en 11°, die ze verkrijgen zonder enige inhouding of storting van roerende voorheffing, en in zoverre volgens de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen een roerende voorheffing verschuldigd is. Voor inkomsten van Belgische oorsprong gaat het om inkomsten die zo zijn toegekend of betaalbaar gesteld, voor inkomsten van buitenlandse oorsprong om inkomsten die zo in België zijn geïnd of verkregen. § 2 somt, in afwijking van artikel 261, zeven soorten inkomsten op waarvoor de verkrijger de roerende voorheffing verschuldigd is: buitenlandse inkomsten die rechtspersonen zonder Belgische tussenpersoon in het buitenland innen (1°); bepaalde verhuurinkomsten van roerende goederen, onderverhuring, overdracht van een huurceel, concessie van een gebruiksrecht en jacht-, vis- en vogelvangstrecht, verkregen door rechtspersonen uit artikel 220 of door niet-inwoners (2°); inkomsten waarvan de voorheffing ten onrechte werd terugbetaald of die onrechtmatig met vrijstelling werden verkregen (3°); bepaalde buitenlandse inkomsten van rechtspersonen uit effecten die vóór de vervaldag worden vervreemd (4°); buitenlandse inkomsten die zonder inhouding in België werden geïnd of via een buitenlandse vaste inrichting van een Belgische financiële instelling werden verkregen (5°); buitenlandse dividenden van pensioeninstellingen, zonder Belgische tussenpersoon in het buitenland geïnd (6°); en de meerwaarden uit artikel 90, eerste lid, 9°, verwezenlijkt door rechtspersonen uit artikel 222/1 (7°).

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide". De bepaling staat in de titel met de aan de vier belastingen gemene bepalingen, in het hoofdstuk over de storting van de belasting door voorheffing, bij de schuldenaars van de roerende voorheffing. De tekst noemt zelf als verkrijgers: belastingplichtigen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn, rechtspersonen uit artikel 220, niet-inwoners, een in België gevestigde belastingplichtige met een pensioendoel (6°) en rechtspersonen uit artikel 222/1; in 3° gaat het om "de verkrijger van de inkomsten" zonder verdere afbakening.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze bepaalt alleen wie de roerende voorheffing verschuldigd is, niet hoeveel.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een rechtspersoon die inkomsten zonder inhouding ontvangt, niets verschuldigd is. Volgens § 1 is hij de roerende voorheffing zelf verschuldigd, in zoverre volgens de geldende bepalingen een voorheffing verschuldigd is.
  • De verhuurinkomsten uit § 2, 2°, bij elke verkrijger onder deze regel brengen. De tekst beperkt dat tot rechtspersonen uit artikel 220 en niet-inwoners.
  • Een ten onrechte terugbetaalde of onrechtmatig vrijgestelde voorheffing laten liggen. Voor de inkomsten uit § 2, 3°, is de verkrijger ze verschuldigd, zowel bij een onjuiste verklaring als bij spaarrekeningen die niet voldoen aan de vereisten van artikel 21, eerste lid, 8°.
  • Bij buitenlandse dividenden van een pensioeninstelling de tussenpersoon als schuldenaar zien. In § 2, 6°, gaat het precies om dividenden die zonder bemiddeling van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland zijn geïnd of verkregen; dan is de verkrijger schuldenaar.

Verwante bepalingen

  • WIB92:261 — de gewone regel: de roerende voorheffing is onder meer verschuldigd door wie de inkomsten verschuldigd is, en door de in België gevestigde tussenpersonen bij de uitbetaling van inkomsten van buitenlandse oorsprong, tenzij een van de uitzonderingen onder a), b) of c) speelt, zoals de betaling aan of door een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling.
  • WIB92:90 — omschrijft de diverse inkomsten; onder meer 5° (onderverhuring of overdracht van huur en de concessie van het recht om een plaats te gebruiken voor reclamedragers), 6° (loten van effecten van leningen), 9° (meerwaarden op aandelen en financiële activa buiten het beroep) en 11° (vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot bij een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of lening).
  • WIB92:220 — somt op wie aan de rechtspersonenbelasting onderworpen is, onder meer de overheden, de rechtspersonen die niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn en verenigingen die daarvoor geopteerd hebben.
  • WIB92:222/1 — de rechtspersonen of verenigingen uit artikel 220, 3° of 4°, met uitzondering van die uit artikel 145³³, § 1, zijn eveneens belastbaar ter zake van de meerwaarden uit artikel 90, eerste lid, 9°.
  • WIB92:21 — somt op wat de inkomsten van roerende goederen en kapitalen niet omvatten, onder meer in 8° inkomsten in het kader van het pensioensparen, voor zover aan de gestelde vereisten is voldaan.
  • WIB92:19 — omschrijft wat interest omvat; § 1, eerste lid, 4°, betreft inkomsten uit aandelen van bepaalde beleggingsvennootschappen bij verdeling van het maatschappelijk vermogen of inkoop van eigen aandelen, wanneer bij het openbaar aanbod in België verbintenissen over terugbetalingsbedrag of rendementsvoet werden aangegaan.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet tegen welk tarief de roerende voorheffing berekend wordt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De roerende voorheffing is verschuldigd door aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen die inkomsten van kapitalen en roerende goederen en in artikel 90, eerste lid, 6°, 9°, c), en 11° , bedoelde inkomsten verkrijgen waarbij die inkomsten ofwel zijn toegekend of betaalbaar gesteld, als het gaat om inkomsten van Belgische oorsprong, ofwel zijn geïnd of verkregen in België, als het gaat om inkomsten van buitenlandse oorsprong: - zonder enige inhouding of storting van roerende voorheffing en dit overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen; - en in zoverre overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen een roerende voorheffing verschuldigd is. § 2. In afwijking van artikel 261 is de roerende voorheffing over de volgende inkomsten verschuldigd door de verkrijger daarvan: 1° in zoverre overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen een roerende voorheffing verschuldigd is, inkomsten van kapitalen en roerende goederen en in artikel 90, eerste lid, 6°, 9°, c), en 11° , bedoelde inkomsten, van buitenlandse oorsprong die zijn verkregen door aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen waarbij die inkomsten zonder bemiddeling van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland zijn geïnd of verkregen; 2° inkomsten van verhuring van roerende goederen die voortkomen uit de verhuring van stofferende huisraad in gemeubileerde woningen, kamers of appartementen, inkomsten uit onderverhuring, overdracht van een huurceel en concessie van een gebruiksrecht als vermeld in artikel 90, 5°, en opbrengsten uit de verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht, indien die inkomsten worden verkregen door rechtspersonen als vermeld in artikel 220 of door niet-inwoners; 3° inkomsten van roerende goederen en kapitalen, loten van effecten van leningen en de in artikel 90, eerste lid, 9° en 11° , bedoelde inkomsten, waarvan de voorheffing ten onrechte aan de verkrijger van de inkomsten is terugbetaald of die ofwel op grond van een onjuiste verklaring, ofwel op collectieve of individuele spaarrekeningen die niet voldoen aan de vereisten van artikel 21, eerste lid, 8°, onrechtmatig met vrijstelling van voorheffing zijn verkregen; 4° in artikel 19, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde inkomsten, wanneer ze van buitenlandse oorsprong zijn, evenals de inkomsten van vastrentende effecten van buitenlandse oorsprong, verkregen door aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen, indien de rentegevende effecten vóór de vervaldag van de inkomsten worden vervreemd; 5° de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen van buitenlandse oorsprong, de inkomsten van buitenlandse oorsprong bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, of de inkomsten bedoeld in artikel 261, tweede lid: - die op grond van artikel 261, eerste lid, 2°, b), in België werden geïnd of verkregen zonder enige inhouding van roerende voorheffing, of - die op grond van artikel 261, eerste lid, 2°, c), werden verkregen door de vaste inrichting in het buitenland van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling; 6° dividenden van buitenlandse oorsprong die zonder bemiddeling van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland zijn geïnd of verkregen door een in België gevestigde belastingplichtige waarvan het maatschappelijk doel uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat uit het beheer en het beleggen van fondsen ingezameld met het doel wettelijke of aanvullende pensioenen uit te betalen. 7° de meerwaarden bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, verwezenlijkt door rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 222/1.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.