Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 23

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

De wet bepaalt wat beroepsinkomsten zijn: inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit werkzaamheden van alle aard, en de inkomsten die daarmee gelijkgesteld worden. Ze noemt met name vijf soorten: winst; baten; winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid; bezoldigingen; en pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen. Daarna zegt de wet wat het nettobedrag van die inkomsten is: het totaal zonder de vrijgestelde inkomsten, na drie bewerkingen in deze volgorde. Eerst gaan van de bruto-inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid de beroepskosten af die op die inkomsten betrekking hebben. Dan worden beroepsverliezen die in het belastbare tijdperk in één beroepswerkzaamheid geleden zijn, afgetrokken van de inkomsten uit de andere beroepswerkzaamheden. Tot slot gaan de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken eraf, of, in het geval van artikel 78, § 2, die van latere belastbare tijdperken. Hoe en in welke volgorde vrijstellingen en aftrekken worden aangerekend, laat de wet aan de Koning.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij het beroepsinkomen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Symbolisch, volgens de volgorde van de wet: werkzaamheid A heeft bruto-inkomsten B en beroepskosten K die daarop betrekking hebben. Werkzaamheid C lijdt in hetzelfde belastbare tijdperk een beroepsverlies V. Uit vorige belastbare tijdperken blijft een beroepsverlies W. Dan is het nettobedrag: (B − K) − V − W, zonder de vrijgestelde inkomsten mee te tellen.

Veelgemaakte fouten

  • De opsomming als volledig lezen. De wet zegt "met name": de vijf soorten zijn voorbeelden van inkomsten uit werkzaamheden van alle aard.
  • Vrijgestelde inkomsten meetellen in het nettobedrag. De wet sluit ze uitdrukkelijk uit.
  • Beroepskosten aftrekken van inkomsten waarop ze geen betrekking hebben. De eerste bewerking koppelt de kosten aan de inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid.
  • De volgorde omdraaien. Verliezen van vorige belastbare tijdperken gaan af van de beroepsinkomsten zoals die na de eerste en de tweede bewerking bepaald zijn.

Verwante bepalingen

  • WIB92:78 — de wet bepaalt daar dat vorige beroepsverliezen achtereenvolgens worden afgetrokken van de beroepsinkomsten van elk volgend belastbaar tijdperk. In paragraaf 2 staat een afwijking: onder de voorwaarden die daar staan, kan een deel van de beroepsverliezen door schade aan landbouwteelten na ongunstige weersomstandigheden, op vraag van de belastingplichtige, worden afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie voorafgaande belastbare tijdperken. Naar die paragraaf verwijst deze bepaling met de "latere belastbare tijdperken".

Wat de wet niet regelt

Deze bepaling legt niet zelf vast hoe en in welke volgorde de vrijstellingen en aftrekken worden aangerekend; dat laat ze aan de Koning.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Beroepsinkomsten zijn inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit werkzaamheden van alle aard en de daarmee gelijkgestelde inkomsten, met name: 1° winst; 2° baten; 3° winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid; 4° bezoldigingen; 5° pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen. § 2. Onder het nettobedrag van beroepsinkomsten wordt verstaan het totale bedrag van die inkomsten met uitsluiting van de vrijgestelde inkomsten en na uitvoering van de volgende bewerkingen: 1° het brutobedrag van de inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid wordt verminderd met de beroepskosten die op deze inkomsten betrekking hebben; 2° beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk zijn geleden uit hoofde van enige beroepswerkzaamheid, worden afgetrokken van de inkomsten van andere beroepswerkzaamheden; 3° van de beroepsinkomsten, bepaald overeenkomstig 1° en 2°, worden de beroepsverliezen van vorige, of, in het geval vermeld in artikel 78, § 2, latere belastbare tijdperken​ afgetrokken; § 3. De Koning bepaalt de wijze waarop en de volgorde waarin de vrijstellingen en aftrekken worden aangerekend.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.