Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 219ter

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel legt in de vennootschapsbelasting een afzonderlijke aanslag op voor het belastbare tijdperk waarin het vrijgestelde bedrag uit artikel 194septies/1, § 1, belastbaar wordt gesteld overeenkomstig § 4 van dat artikel. § 2 bepaalt de grondslag: het tarief van de vennootschapsbelasting uit artikel 215, eerste lid, vermenigvuldigd met het bedrag van de winst, "dat wordt verminderd met 10 % van het verlies dat zou zijn geleden zonder de terugname" van de reserve. Dat verlies is het belastbaar gestelde vrijgestelde bedrag, vermeerderd met het bedrag uit artikel 185, § 5, en verminderd met het bedrag van de winst; het kan niet lager zijn dan 0. Het bedrag van de winst is het positieve resultaat van dat tijdperk, verminderd met de aftrekbare inkomsten uit de artikelen 202 tot 205/1 en 543 die in de loop van het tijdperk verkregen werden, en het kan niet groter zijn dan het belastbaar gestelde vrijgestelde bedrag. § 3 bepaalt het tarief: 20 % vermenigvuldigd met een factor, met een minimum van 2 % en een maximum van 40 %. Het tarief wordt afgerond op de tweede decimaal, naar boven als de derde decimaal 5 bereikt. Is het bedrag van de winst gelijk aan of groter dan het belastbaar gestelde vrijgestelde bedrag vermeerderd met het bedrag uit artikel 185, § 5, dan is het tarief 40 %.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is de vennootschapsbelasting. De bepaling staat in de titel over de vennootschapsbelasting, bij de berekening van de belasting, in de afdeling over de afzonderlijke aanslagen. Ze geldt voor het belastbare tijdperk waarin het vrijgestelde bedrag uit artikel 194septies/1, § 1, belastbaar wordt gesteld.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Er staat geen eurobedrag in de gegevens; het voorbeeld is symbolisch en volgt de opbouw van de wettekst.

1. A is het vrijgestelde bedrag uit artikel 194septies/1, § 1, dat overeenkomstig § 4 van dat artikel belastbaar wordt gesteld. 2. B is het bedrag uit artikel 185, § 5. 3. W is het bedrag van de winst: het positieve resultaat van het tijdperk min de aftrekbare inkomsten uit de artikelen 202 tot 205/1 en 543, met als bovengrens A. 4. Het verlies zonder de terugname is V = A + B − W, en V kan voor de grondslag niet lager zijn dan 0. 5. Grondslag: het tarief uit artikel 215, eerste lid, × (W − 10 % van V). 6. Tarief: 20 % × W ÷ (A + B − W), afgerond op de tweede decimaal, en begrensd tussen 2 % en 40 %. Is W gelijk aan of groter dan A + B, dan is het tarief 40 %. 7. De afzonderlijke aanslag is grondslag × tarief, één keer afgerond op hele centen.

Veelgemaakte fouten

  • Voor het bedrag van de winst het volledige resultaat nemen. De wet vermindert het positieve resultaat met de aftrekbare inkomsten uit de artikelen 202 tot 205/1 en 543, en het bedrag kan niet groter zijn dan het belastbaar gestelde vrijgestelde bedrag.
  • Een negatief verlies laten meetellen. Voor de grondslag kan het bedrag van het verlies niet lager zijn dan 0.
  • Het tarief buiten de grenzen laten vallen. Het bedraagt ten minste 2 % en ten hoogste 40 %.
  • Het tarief niet of verkeerd afronden. De wet rondt af op de hogere of lagere tweede decimaal, naargelang de derde decimaal al dan niet 5 bereikt.
  • Vergeten dat het tarief 40 % is wanneer het bedrag van de winst gelijk is aan of groter is dan het belastbaar gestelde vrijgestelde bedrag vermeerderd met het bedrag uit artikel 185, § 5.

Verwante bepalingen

  • WIB92:194septies/1 — de tijdelijke vrijgestelde reserve voor het aanslagjaar 2019 of 2020 bij een boekjaar afgesloten tussen 13 maart 2019 en 31 juli 2020, vanwege eventuele verliezen in het volgende belastbare tijdperk; volgens § 4 wordt het totale vrijgestelde bedrag toegevoegd aan de belaste gereserveerde winst aan het einde van het belastbare tijdperk dat volgt op het tijdperk waarin de reserve werd gevormd.
  • WIB92:215 — legt het tarief van de vennootschapsbelasting vast, met een verlaagd tarief voor de eerste schijf bij kleine vennootschappen en de gevallen waarin dat verlaagde tarief niet geldt.
  • WIB92:185 — § 5: wordt de reserve uit artikel 194septies/1 bij toepassing van § 4 van dat artikel toegevoegd aan de belaste gereserveerde winst, dan wordt de belastbare grondslag aanvullend verhoogd met een bedrag dat gevormd wordt door een tarief toe te passen op het bedrag van die reserve.
  • WIB92:202, WIB92:205/1 en WIB92:543 — aftrekbare inkomsten: de aftrek van onder meer dividenden van de winst (artikel 202), de aftrek voor innovatie-inkomsten (artikel 205/1) en de vroegere aftrek voor octrooi-inkomsten die onder voorwaarden nog gevraagd kan worden (artikel 543).
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet wanneer de vrijgestelde reserve gevormd kan worden of hoe groot ze mag zijn; dat staat in artikel 194septies/1.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Voor het belastbare tijdperk waarin het in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde vrijgestelde bedrag belastbaar wordt gesteld overeenkomstig paragraaf 4 van datzelfde artikel, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd waarvan de grondslag overeenkomstig paragraaf 2 en het tarief overeenkomstig paragraaf 3 worden vastgesteld. § 2. De grondslag van de afzonderlijke aanslag wordt gevormd door het in artikel 215, eerste lid, bedoelde tarief van de vennootschapsbelasting, te vermenigvuldigen met het in het tweede lid omschreven bedrag van de winst dat wordt verminderd met 10 % van het verlies dat zou zijn geleden zonder de terugname van de in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde reserve, en waarvan het bedrag wordt bepaald door het in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde vrijgestelde bedrag dat overeenkomstig artikel 194septies/1, § 4, belastbaar wordt gesteld, te vermeerderen met het in artikel 185, § 5 bedoelde bedrag, en te verminderen met het overeenkomstig het tweede lid omschreven bedrag van de winst. Het in deze paragraaf bedoelde bedrag van de winst wordt gevormd door het positieve resultaat van het belastbare tijdperk waarin het in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde vrijgestelde bedrag, in toepassing van artikel 194septies/1, § 4, belastbaar wordt gesteld te verminderen met de overeenkomstig artikelen 202 tot 205/1 en 543 bedoelde aftrekbare inkomsten die in de loop van het belastbare tijdperk werden verkregen. Het in het tweede lid bedoelde bedrag kan niet groter zijn dan het in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde vrijgestelde bedrag dat overeenkomstig artikel 194septies/1, § 4, belastbaar wordt gesteld. Voor de vaststelling van de in deze paragraaf bedoelde grondslag kan het bedrag van het verlies niet lager zijn dan 0. § 3. Het tarief van deze afzonderlijke aanslag bedraagt ten minste 2 %, en ten hoogste 40 %, en wordt bepaald door 20 % te vermenigvuldigen met de overeenkomstig het tweede lid vastgestelde factor. De in deze paragraaf bedoelde factor wordt vastgesteld door de verhouding waarbij in de teller het in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde bedrag van de winst wordt opgenomen en in de noemer het bedrag dat gevormd wordt door het bedrag A achtereenvolgens te vermeerderen met het bedrag B en te verminderen met het bedrag C: - waarbij het bedrag A gelijk is aan het in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde vrijgestelde bedrag dat overeenkomstig artikel 194septies/1, § 4, belastbaar wordt gesteld; - waarbij het bedrag B gelijk is aan het in artikel 185, § 5, bedoelde bedrag; - waarbij het bedrag C gelijk is aan het in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde bedrag van de winst. Het overeenkomstig deze paragraaf vastgestelde tarief wordt afgerond op de hogere of lagere tweede decimaal naargelang het cijfer van de derde decimaal al dan niet 5 bereikt. In het geval het in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde bedrag van de winst gelijk is of groter is dan het in artikel 194septies/1, § 1, bedoelde vrijgestelde bedrag dat overeenkomstig artikel 194septies/1, § 4, belastbaar wordt gesteld, vermeerderd met het in artikel 185, § 5 bedoelde bedrag, is het tarief van deze afzonderlijke aanslag gelijk aan 40 %.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.