WIB 92, Art. 219sexies
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel legt in de vennootschapsbelasting een afzonderlijke aanslag op aan vennootschappen die overeenkomstig artikel 192, § 1, vrijgestelde meerwaarden verwezenlijken op bepaalde aandelen. Het gaat om aandelen van een beleggingsvennootschap bedoeld in artikel 203, § 1, eerste lid, 2°, of van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap bedoeld in artikel 203, § 1, eerste lid, 2° bis, waarvan de uitgekeerde inkomsten in ten minste één van de voorgaande belastbare tijdperken in toepassing van de artikelen 202 en 203 van de winst werden afgetrokken. De aanslag wordt gevestigd voor het belastbare tijdperk waarin de meerwaarden worden verwezenlijkt en is gelijk aan 5 % van het totaal van de verwezenlijkte meerwaarden, in de mate dat die overeenkomstig artikel 192, § 1, worden vrijgesteld. Hij staat los van andere aanslagen en komt er in voorkomend geval bovenop. De aanslag wordt niet geheven op de vrijgestelde meerwaarde op aandelen van private privaks bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014; beleggingsvennootschappen in een lidstaat van de Europese Unie die aan de kenmerken van zo'n alternatieve instelling voor collectieve belegging beantwoorden en waarvan de effecten er privaat worden aangehouden, worden daarmee gelijkgesteld.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is de vennootschapsbelasting. De bepaling staat in de titel over de vennootschapsbelasting, bij de berekening van de belasting, in de afdeling over de afzonderlijke aanslagen. Ze geldt voor vennootschappen die overeenkomstig artikel 192, § 1, vrijgestelde meerwaarden verwezenlijken op de aandelen die het artikel omschrijft.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Er staat geen eurobedrag in de gegevens; het voorbeeld is symbolisch.
1. Een vennootschap verkoopt aandelen van een gereglementeerde vastgoedvennootschap waarvan de uitgekeerde inkomsten in een voorgaand belastbaar tijdperk in toepassing van de artikelen 202 en 203 van haar winst werden afgetrokken. 2. Van de verwezenlijkte meerwaarde is een bedrag M overeenkomstig artikel 192, § 1, vrijgesteld. 3. De afzonderlijke aanslag voor het belastbare tijdperk van de verkoop is M × 5 %, afgerond op hele centen. Hij komt in voorkomend geval bovenop de andere aanslagen.
Veelgemaakte fouten
- De aanslag berekenen op de volledige meerwaarde. De grondslag is het totaal van de verwezenlijkte meerwaarden in de mate dat ze overeenkomstig artikel 192, § 1, worden vrijgesteld.
- De aanslag toepassen op aandelen waarvan de uitgekeerde inkomsten nooit van de winst werden afgetrokken. De wet vraagt dat dat in ten minste één van de voorgaande belastbare tijdperken in toepassing van de artikelen 202 en 203 gebeurde.
- De aanslag heffen op een vrijgestelde meerwaarde op aandelen van een private privak of van een daarmee gelijkgestelde beleggingsvennootschap uit een andere lidstaat van de Europese Unie. Daarop wordt hij niet geheven.
- De aanslag verrekenen met andere aanslagen. Hij staat daar los van en komt er in voorkomend geval bovenop.
Verwante bepalingen
- WIB92:192 — § 1: meerwaarden op aandelen die niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoeld zijn, zijn volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van die aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, §§ 1 en 2, en 203 van de winst te worden afgetrokken, en slechts voor zover het belastbare bedrag hoger is dan het totaal van de vroeger aangenomen waardeverminderingen, verminderd met de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast.
- WIB92:203 — § 1: de inkomsten uit artikel 202, § 1, 1° en 2°, zijn niet aftrekbaar wanneer ze onder meer verleend worden door een beleggingsvennootschap die in het land van haar fiscale woonplaats een van het gemeen recht afwijkende belastingregeling geniet (2°), of door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap met een vastgoeddoel die aan uitkeringsbeperkingen onderworpen is en een afwijkende belastingregeling geniet (2°bis); § 2 bevat uitzonderingen daarop.
- WIB92:202 — § 1: van de winst worden onder meer dividenden afgetrokken, in zover ze erin voorkomen; § 2 stelt daarvoor voorwaarden van deelneming en van behoud van de aandelen.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet wanneer een meerwaarde op aandelen vrijgesteld is; dat volgt uit artikel 192, § 1.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
In hoofde van de vennootschappen die overeenkomstig artikel 192, § 1, vrijgestelde meerwaarden verwezenlijken op de in het tweede lid bedoelde aandelen, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd. Het toepassingsgebied van de in het eerste lid bedoelde afzonderlijke aanslag omvat de aandelen van een in artikel 203, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde beleggingsvennootschap of een in artikel 203, § 1, eerste lid, 2° bis, bedoelde beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap, waarvan de uitgekeerde inkomsten in ten minste één van de voorgaande belastbare tijdperken in toepassing van de artikelen 202 en 203 van de winst werden afgetrokken. De in het eerste lid bedoelde afzonderlijke aanslag wordt niet geheven op de vrijgestelde meerwaarde gerealiseerd op aandelen van private privaks, als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders. De beleggingsvennootschappen die in een lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van een alternatieve instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 298 van de voormelde wet van 19 april 2014, waarvan de effecten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met de private privaks bedoeld in artikel 298 van dezelfde wet. Die aanslag wordt gevestigd voor het belastbare tijdperk tijdens hetwelk deze meerwaarden worden verwezenlijkt. Die aanslag is gelijk aan 5 % van het totaal bedrag van de verwezenlijkte meerwaarden, in de mate dat die overeenkomstig artikel 192, § 1, worden vrijgesteld. Deze afzonderlijke aanslag staat los van, en komt in voorkomend geval bovenop andere aanslagen die overeenkomstig andere bepalingen van dit Wetboek of in voorkomend geval in uitvoering van bijzondere wetsbepalingen verschuldigd zijn.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.