Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 219

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 219 legt een afzonderlijke aanslag op bepaalde uitgaven van een vennootschap die niet met individuele fiches worden verantwoord, en op verdoken meerwinsten. De wet bepaalt dat de aanslag geldt voor kosten als bedoeld in artikel 57, eerste lid, voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, en dividenden als bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater, telkens wanneer ze niet door individuele fiches worden verantwoord. Daarnaast geldt ze voor verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden, en voor de financiële voordelen of voordelen van alle aard van artikel 53, 24°. De aanslag is gelijk aan 100 % van die bedragen, tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger een rechtspersoon is; dan is hij gelijk aan 50 %. Reserves als bedoeld in artikel 24, eerste lid, 2° tot 4°, zijn geen verdoken meerwinsten, en verdoken meerwinsten vallen alleen onder de aanslag als ze niet het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. Voor de kosten, voordelen van alle aard, inkomsten en dividenden die vóór de verdoken meerwinsten zijn opgesomd, wordt de aanslag niet toegepast als de belastingplichtige aantoont dat het bedrag begrepen is in een aangifte die de verkrijger overeenkomstig artikel 305 of in het buitenland heeft ingediend. Is dat niet zo, dan vervalt de aanslag toch als de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffende aanslagjaar, of als het bedrag begrepen is in een aanslag die met akkoord van een in artikel 305, eerste lid, bedoelde belastingplichtige verkrijger te zijnen name wordt gevestigd binnen de termijnen van de artikelen 354, eerste en tweede lid, en 358.

Voor wie

Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel geldt voor vennootschappen die zulke kosten, voordelen, inkomsten of dividenden toekennen zonder individuele fiches, of bij wie verdoken meerwinsten of de voordelen van artikel 53, 24°, worden vastgesteld.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Symbolisch: een vennootschap betaalt een commissie K die als kost bedoeld in artikel 57, eerste lid, niet door een individuele fiche wordt verantwoord, en geen van de uitzonderingen geldt. De afzonderlijke aanslag is dan 100 % × K. Kan worden aangetoond dat de verkrijger een rechtspersoon is, dan is de aanslag 50 % × K, in één keer afgerond op hele centen.

Veelgemaakte fouten

  • Altijd 100 % aanrekenen. Kan worden aangetoond dat de verkrijger een rechtspersoon is, dan is de aanslag gelijk aan 50 %.
  • De aanslag toepassen terwijl het bedrag in de aangifte van de verkrijger zit, overeenkomstig artikel 305 of in een gelijkaardige buitenlandse aangifte. De wet sluit de aanslag dan uit, mits de belastingplichtige dat aantoont.
  • De termijn voor de identificatie van de verkrijger verkeerd tellen. De wet rekent 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffende aanslagjaar.
  • Reserves als bedoeld in artikel 24, eerste lid, 2° tot 4°, als verdoken meerwinsten behandelen. De wet sluit ze uit.
  • Verdoken meerwinsten die het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten aan de aanslag onderwerpen. De wet onderwerpt ze alleen als dat niet het geval is.
  • De uitzonderingen voor een aangifte of identificatie van de verkrijger ook toepassen op verdoken meerwinsten of op de voordelen van artikel 53, 24°. De wet noemt die niet in de opsomming van die uitzonderingen.

Verwante bepalingen

  • WIB92:57 — haar laag 1 aanvaardt bepaalde kosten, zoals commissies, erelonen en bezoldigingen, slechts als beroepskosten wanneer ze door individuele fiches worden verantwoord.
  • WIB92:31 — haar laag 1 omschrijft de bezoldigingen van werknemers, met in het tweede lid, 2°, de voordelen van alle aard uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid.
  • WIB92:32 — haar laag 1 omschrijft de bezoldigingen van bedrijfsleiders.
  • WIB92:17 — haar laag 1 omschrijft de inkomsten uit roerende goederen en kapitalen, met in § 1, 5°, onder meer inkomsten uit de overdracht of licentie van auteursrechten en naburige rechten.
  • WIB92:18 — haar laag 1 omschrijft dividenden, met in 2°quater het gedeelte van het maatschappelijk vermogen dat in toepassing van artikel 209 als uitgekeerd dividend wordt aangemerkt in de daar genoemde gevallen.
  • WIB92:53 — haar laag 1 somt uitgaven op die niet als beroepskosten worden aangemerkt, met in 24° voordelen verleend in het kader van de daar genoemde vormen van omkoping.
  • WIB92:24 — haar laag 1 omschrijft de winst, met in het eerste lid, 2° tot 4°, meerwaarden en onderwaarderingen of overwaarderingen die artikel 219 niet als verdoken meerwinsten aanmerkt.
  • WIB92:305 — haar laag 1 verplicht onder meer belastingplichtigen in de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de rechtspersonenbelasting om ieder jaar een aangifte over te leggen.
  • WIB92:354 — haar laag 1 bepaalt de termijnen waarbinnen de belasting of de aanvullende belasting mag worden gevestigd.
  • WIB92:358 — haar laag 1 bepaalt wanneer de belasting ook na de termijn van artikel 354 mag worden gevestigd.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet in welke vorm en binnen welke termijn de individuele fiches moeten worden overgelegd.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Een afzonderlijke aanslag wordt gevestigd op kosten als bedoeld in artikel 57, eerste lid, en op voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, op inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, op inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, en op dividenden bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater, die niet worden verantwoord door individuele fiches alsmede op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden en op de in artikel 53, 24°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard. Die aanslag is gelijk aan 100 % van die kosten, voordelen van alle aard, inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, dividenden bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater, financiële voordelen en verdoken meerwinsten, tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten, voordelen van alle aard, financiële voordelen, inkomsten en dividenden een rechtspersoon is, in welk geval de aanslag gelijk is aan 50 % Als verdoken meerwinsten worden niet aangemerkt, de reserves als bedoeld in artikel 24, eerste lid, 2° tot 4°. Bovendien worden de voormelde verdoken meerwinsten slechts onderworpen aan deze aanslag in het geval zij niet het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. Deze aanslag wordt niet toegepast indien de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de kosten, vermeld in artikel 57, eerste lid, van de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, of van de dividenden bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater , begrepen is in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte. Wanneer het bedrag van de kosten bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, wat auteursrechten en naburige rechten betreft, van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, of van de dividenden bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater , niet is opgenomen in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte, wordt deze aanslag in hoofde van de belastingplichtige niet toegepast indien de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffend aanslagjaar of indien het bedrag begrepen is in een aanslag die met akkoord van een in artikel 305, eerste lid, bedoelde belastingplichtige verkrijger te zijnen name wordt gevestigd binnen de termijnen bedoeld in de artikelen 354, eerste en tweede lid, en 358.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.