WIB 92, Art. 217
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel legt in de vennootschapsbelasting twee verlaagde tarieven vast die "evenwel" gelden naast het gewone tarief. Een tarief van 15 % geldt voor de belastbare bedragen bij een verrichting vermeld in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1, 5° en 6° en 211, § 1, zesde lid. Hetzelfde tarief van 15 % geldt voor een meerwaarde op de inbreng van een onroerend goed die exclusief met nieuwe aandelen vergoed wordt, in een door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap, een Europese langetermijnbeleggingsinstelling of een vennootschap op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen, "voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis". Een tarief van 5 % geldt voor kapitaal- en interestsubsidies die de bevoegde gewestelijke instellingen, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, aan landbouwers toekennen in het kader van de steun aan de landbouw, met het oog op vestiging en/of het aanschaffen of tot stand brengen van immateriële of materiële vaste activa. Dat tarief van 5 % geldt als de subsidies betrekking hebben op investeringen in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater. Wordt zo'n vast actief gedurende de eerste drie jaren van de investering vervreemd, dan wordt de verlaagde belasting voor dat actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk van de vervreemding; dat geldt niet bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis. Niet behandeld: de punten 2° en 3°, die in de tekst alleen als "(...)" staan.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is de vennootschapsbelasting. De bepaling staat in de titel over de vennootschapsbelasting, bij de berekening van de belasting, in het gewoon stelsel van aanslag.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Er staat geen eurobedrag in de gegevens; het voorbeeld is symbolisch.
1. Een landbouwer ontvangt van de bevoegde gewestelijke instelling een kapitaalsubsidie S voor een investering in een afschrijfbaar materieel vast actief dat niet als herbelegging wordt aangemerkt. 2. De belasting op die subsidie bedraagt S × 5 %, afgerond op hele centen. 3. Wordt dat actief in het tweede jaar van de investering verkocht, dan wordt de verlaagde belasting voor dat actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk van de verkoop.
Voor een verrichting onder het eerste punt geldt op dezelfde manier: belastbaar bedrag B × 15 %.
Veelgemaakte fouten
- Het tarief van 15 % toepassen op elke inbreng van een onroerend goed in een vastgoedvehikel. De wet vraagt een inbreng die exclusief met nieuwe aandelen vergoed wordt, in een van de genoemde vennootschappen, en alleen voor zover die van het regime van artikel 185bis genieten.
- Het tarief van 5 % toepassen op elke landbouwsubsidie. Het gaat om kapitaal- en interestsubsidies van de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers, voor investeringen in afschrijfbare vaste activa die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater.
- Bij een vervreemding binnen de eerste drie jaren het verlaagde tarief behouden. Vanaf het belastbaar tijdperk van de vervreemding wordt het voor dat actief niet meer verleend, tenzij de vervreemding het gevolg is van een schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis.
Verwante bepalingen
- WIB92:46 — § 1, tweede lid: de tijdelijke vrijstelling bij een inbreng van een of meer bedrijfstakken of een algemeenheid van goederen tegen aandelen (eerste lid, 2°) is niet van toepassing wanneer de verkrijger van de inbreng een erkende beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen, een gereglementeerde vastgoedvennootschap, een Europese langetermijnbeleggingsinstelling of een ingeschreven gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds is.
- WIB92:185bis — de daar genoemde beleggingsvennootschappen, Europese langetermijnbeleggingsinstellingen, gereglementeerde vastgoedvennootschappen en organismen voor de financiering van pensioenen zijn slechts belastbaar op het totaal van de ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen, de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten (andere dan waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen) en het financieringskostensurplus van artikel 198/1.
- WIB92:44bis, WIB92:44ter en WIB92:47 — regelen de vrijstelling of gespreide belasting van meerwaarden bij herbelegging (bedrijfsvoertuigen, binnenschepen, immateriële en materiële vaste activa). Artikel 47, § 7, sluit de gespreide belasting uit voor een meerwaarde die onderworpen is aan het tarief van dit artikel, eerste lid, 1°, bij de verrichtingen waaraan zo'n vastgoedvehikel deelneemt.
- WIB92:194quater — de investeringsreserve; vaste activa die als herbelegging in aanmerking worden genomen krachtens artikel 47, zijn daar uitgesloten als investering.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet hoe hoog het gewone tarief van de vennootschapsbelasting is waarvan het afwijkt.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt evenwel: 1° 15 % wat betreft: - de belastbare bedragen bij een in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1, 5° en 6° en 211, § 1, zesde lid, vermelde verrichting; - een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed , gereglementeerde vastgoedvennootschap, Europese langetermijnbeleggingsinstelling of in een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap voor zover ze genieten van de toepassing van het regime voorzien in artikel 185bis; 2° (...) 3° (...) 4° 5 %, met betrekking tot kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen. Het in het eerste lid, 4°, vermelde tarief geldt als de subsidies betrekking hebben op investeringen in materiële vaste activa of immateriële vaste activa die afschrijfbaar zijn en die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater. In geval van vervreemding van een in het eerste lid, 4°, vermeld vast actief, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de verlaagde belasting met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.