Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 215

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 215 bepaalt het tarief van de vennootschapsbelasting. De wet bepaalt dat het tarief 25 % bedraagt. Voor vennootschappen die als kleine vennootschap worden aangemerkt, geldt op de eerste schijf van 0 tot 100.000 euro evenwel een tarief van 20 %. Dat verlaagde tarief geldt niet voor vennootschappen die in een van de uitsluitingen van het derde lid vallen: vennootschappen die aandelen bezitten met een beleggingswaarde van meer dan 50 % van hetzij de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden (1°); vennootschappen waarvan de aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen voor ten minste de helft in het bezit zijn van een of meer andere vennootschappen (2°); vennootschappen die aan geen enkele bedrijfsleider een bezoldiging van ten minste het geïndexeerde minimumbedrag toekennen, vanaf het vijfde belastbare tijdperk vanaf hun oprichting (4°); vennootschappen die het bovenmatig deel van de voordelen aan bedrijfsleiders toekennen (5°); en bepaalde beleggingsvennootschappen, vastgoedvennootschappen, Europese langetermijnbeleggingsinstellingen en pensioenfondsen, in de mate dat artikel 185bis, § 1, toepassing vindt (6°). Bij 1°, 2° en 4° vallen de overeenkomstig artikel 8:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen erkende coöperatieve vennootschappen buiten de uitsluiting. Niet behandeld: het moment waarop de waarden bij 1° worden bepaald (de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld).

Voor wie

Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het gewone tarief geldt voor alle vennootschappen in de vennootschapsbelasting; het verlaagde tarief alleen voor vennootschappen die als kleine vennootschap worden aangemerkt en niet onder een uitsluiting vallen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Symbolisch voorbeeld voor een belastbaar tijdperk vanaf 1 januari 2024, met 25 % als gewoon tarief en 20 % als verlaagd tarief. Noem B het belastbaar inkomen van een kleine vennootschap die onder geen uitsluiting valt, met B hoger dan 100.000 euro. De belasting is dan 20 % × 100.000 euro + 25 % × (B − 100.000 euro), in één keer afgerond op hele centen. Is B niet hoger dan 100.000 euro, dan is de belasting 20 % × B. Valt de vennootschap wel onder een uitsluiting, dan is de belasting 25 % × B. Het minimumbedrag van de bezoldiging in 4°: bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht.

Veelgemaakte fouten

  • Het verlaagde tarief toepassen op het volledige belastbaar inkomen. De wet beperkt het tot de eerste schijf van 0 tot 100.000 euro.
  • De bezoldigingsvoorwaarde van 4° toepassen vóór het vijfde belastbare tijdperk. Ze geldt vanaf het vijfde belastbare tijdperk vanaf de oprichting zoals bedoeld in artikel 145²⁶, § 1, derde en vierde lid.
  • Bij een te lage bedrijfsleidersbezoldiging het verlaagde tarief volledig weigeren. De wet laat het tweede lid van toepassing voor zover het belastbaar inkomen van de vennootschap die bezoldiging niet overschrijdt.
  • Voor 4° een bezoldiging meetellen die niet ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk komt, of die niet is toegekend aan een in artikel 32 bedoelde bedrijfsleider.
  • Bij 1° aandelen meetellen die ten minste 75 % van het gestorte kapitaal van de uitgevende vennootschap vertegenwoordigen. Die tellen niet mee om te bepalen of de grens van 50 % overschreden is.

Verwante bepalingen

  • WIB92:32 — haar laag 1 omschrijft de bezoldigingen van bedrijfsleiders en de natuurlijke personen die als bedrijfsleider gelden; 4° verwijst ernaar.
  • WIB92:2 — haar laag 1 omschrijft in § 1, 25°, het bovenmatig deel van de voordelen van alle aard toegekend aan bedrijfsleiders; 5° verwijst ernaar.
  • WIB92:178 — haar laag 1 regelt de jaarlijkse aanpassing van in euro uitgedrukte bedragen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen; 4° gebruikt de coëfficiënt van haar § 3, eerste lid, 2°.
  • WIB92:185bis — haar laag 1 maakt bepaalde beleggingsvennootschappen, gereglementeerde vastgoedvennootschappen, Europese langetermijnbeleggingsinstellingen en organismen voor de financiering van pensioenen, in afwijking van artikel 185, slechts belastbaar op een beperkte grondslag; 6° verwijst naar haar § 1.
  • WIB92:145^26 — laag 1 verwijst ernaar voor het begrip oprichting; haar tekst zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet wanneer een vennootschap als kleine vennootschap wordt aangemerkt.

Zo past Theca dit toe

Scherm venb

Theca gebruikt deze bepaling op het scherm venb voor het tarief van de vennootschapsbelasting. Statusvoorstel: toegepast.

| Parameter | Waarde | Geldig vanaf | | --- | --- | --- | | Gewoon tarief vennootschapsbelasting | 25 % | 2024-01-01 | | Verlaagd tarief kleine vennootschap | 20 % | 2024-01-01 | | Schijf van het verlaagd tarief | 10000000 (eenheid niet vermeld in de parameters) | 2024-01-01 |

De schijf staat in laag 1 als de eerste schijf van 0 tot 100.000 euro. Voor het minimumbedrag van de bedrijfsleidersbezoldiging in 4° bevatten de parameters geen waarde.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 25 % Voor vennootschappen die als kleine vennootschappen worden aangemerkt, wordt het tarief van de belasting op de eerste schijf van 0 tot 100.000 euro evenwel vastgesteld op 20 % Het tweede lid is niet van toepassing: 1° op vennootschappen, andere dan overeenkomstig artikel 8:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, erkende coöperatieve vennootschappen, die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50 %, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld. Om te bepalen of de grens van 50 %. overschreden is, worden de aandelen, die ten minste 75 % vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen; 2° op vennootschappen waarvan de aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen en die geen overeenkomstig artikel 8:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, erkende coöperatieve vennootschappen zijn; 3° (...) 4° op vennootschappen, andere dan overeenkomstig artikel 8:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, erkende coöperatieve vennootschappen, die niet aan ten minste één in artikel 32 bedoelde bedrijfsleider een bezoldiging toekennen ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk die ten minste gelijk is aan 51.000 euro (geïndexeerd bedrag), welk bedrag jaarlijks wordt aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aan de hand van de in artikel 178, § 3, eerste lid, 2°, bedoelde coëfficiënt, waarna het resultaat wordt afgerond tot het hogere of lagere veelvoud van 1.000 euro naargelang het cijfer van het honderdtal al dan niet de 5 bereikt, vanaf het vijfde belastbaar tijdperk vanaf hun oprichting zoals bedoeld in artikel 145²⁶, § 1, derde en vierde lid; echter, indien deze bezoldiging ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk lager is dan dit geïndexeerde bedrag, blijft het tweede lid van toepassing voor zover het belastbaar inkomen van de vennootschap deze bezoldiging niet overschrijdt; 5° op vennootschappen die het bovenmatig deel van de voordelen toekennen aan de bedrijfsleiders als bedoeld in artikel 2, § 1, 25°; 6° op de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 6, 271/5 en 281/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging inschuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181, 282, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen, de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, in de mate dat artikel 185bis, § 1, toepassing vindt.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.