WIB 92, Art. 207
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 207 legt de volgorde en de beperking vast van de aftrekken die in de vennootschapsbelasting van de winst gebeuren. De wet bepaalt dat de aftrekken van de artikelen 201 tot 206, 536 en 543 worden afgetrokken van de winst die overblijft na toepassing van artikel 206/5, met inachtneming van de oorsprong van de winst en bij voorrang van de winst waarin die bedragen voorkomen. In eerste orde komen, in deze volgorde: de aftrek van de artikelen 202 tot 205 (zonder het overgedragen deel van artikel 205, § 3), de aftrek voor octrooi-inkomsten van artikel 543, de aftrek van de artikelen 205/1 tot 205/4 (zonder het overgedragen deel van artikel 205/1, § 1, tweede lid), de investeringsaftrek (alleen van de Belgische winst die dan overblijft) en de aftrek van de groepsbijdrage van artikel 205/5. In tweede orde komen, in deze volgorde: de overgedragen inkomsten van artikel 205, § 3, de overgedragen inkomsten van artikel 205/1, § 1, tweede lid, de vorige beroepsverliezen van artikel 206, de aftrek van artikel 536, derde lid, en de aftrek van artikel 536, eerste en tweede lid. Het totaal van die aftrekken in tweede orde wordt beperkt tot 1.000.000 euro, vermeerderd met 70 % van het deel van de winst na de aftrekken in eerste orde dat 1.000.000 euro overstijgt; de beperkte aftrek volgt dezelfde volgorde. Voor een kleine vennootschap geldt die beperking niet voor de vorige beroepsverliezen gedurende de eerste vier belastbare tijdperken vanaf haar oprichting zoals bedoeld in artikel 145²⁶, § 1, derde en vierde lid. Bij verwerving of wijziging van de controle tijdens het belastbare tijdperk die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, vallen verschillende overgedragen aftrekken en de vorige beroepsverliezen weg voor dat en elk later tijdperk. Niet behandeld: de verwijzing naar artikel 206/4 voor de uitvoering van de verliesaftrek, en de bevoegdheid van de Koning om de berekeningswijze te verduidelijken.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel geldt voor vennootschappen die aftrekken van hun winst toepassen; de uitzondering voor de vorige beroepsverliezen geldt alleen voor een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Symbolisch voorbeeld voor een belastbaar tijdperk vanaf 1 januari 2024, met het percentage van 70 % uit laag 1. Noem W het saldo van de winst dat overblijft na de aftrekken in eerste orde, en stel dat W hoger is dan 1.000.000 euro. De aftrekken in tweede orde (overgedragen inkomsten, vorige beroepsverliezen, aftrek van artikel 536) zijn samen dan beperkt tot 1.000.000 euro + 70 % × (W − 1.000.000 euro), in één keer afgerond op hele centen. Het deel van W boven die grens blijft belastbaar, ook als de beschikbare aftrekken groter zijn. Is W niet hoger dan 1.000.000 euro, dan beperkt het saldo van de winst zelf de aftrek.
Veelgemaakte fouten
- De beperking toepassen op de aftrekken in eerste orde. De beperking geldt voor het totaal van de in het derde lid bedoelde aftrekken, dus de aftrekken in tweede orde.
- De 70 % berekenen op de volledige winst. De wet rekent 70 % van het deel van de winst na de aftrekken in eerste orde dat 1.000.000 euro overstijgt.
- De volgorde binnen een orde vrij kiezen. De wet legt de volgorde vast, ook voor de beperkte aftrek.
- De investeringsaftrek van de volledige winst aftrekken. Ze wordt enkel afgetrokken van de Belgische winst die overblijft na de voorgaande aftrekken in eerste orde.
- Bij een kleine vennootschap de uitzondering uitbreiden tot andere aftrekken dan de vorige beroepsverliezen, of tot na de eerste vier belastbare tijdperken vanaf de oprichting.
- Na een controlewijziging die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften toch nog vorige beroepsverliezen of overgedragen aftrekken van de artikelen 72, 202, § 3, 205, § 3, 205/1, § 1, tweede lid, of 536 toepassen.
Verwante bepalingen
- WIB92:206 — haar laag 1 bepaalt dat vorige beroepsverliezen achtereenvolgens van de winst van elk volgend belastbaar tijdperk worden afgetrokken; artikel 207 plaatst die aftrek in tweede orde en onder de beperking.
- WIB92:202 — haar laag 1 bepaalt welke inkomsten, onder meer dividenden, mede van de winst worden afgetrokken; die aftrek staat in eerste orde.
- WIB92:205 — haar laag 1 beperkt de aftrek ingevolge artikel 202; het overgedragen deel van haar § 3 komt in tweede orde.
- WIB92:199 — haar laag 1 bepaalt dat vrijgestelde inkomsten en bepaalde giften die in de winst begrepen zijn, van die winst worden afgetrokken.
- WIB92:201 — haar laag 1 bepaalt de basisaftrek van de investeringsaftrek.
- WIB92:536 — haar laag 1 regelt de overgedragen vrijstellingen voor de aftrek voor risicokapitaal; die aftrek komt in tweede orde.
- WIB92:543 — haar laag 1 laat de belastingplichtige de toepassing vragen van de vroegere aftrek voor octrooi-inkomsten onder de daar gestelde voorwaarden; die aftrek staat in eerste orde.
- WIB92:206/5, WIB92:205/1, WIB92:205/4, WIB92:205/5 en WIB92:145^26 — laag 1 verwijst ernaar; hun tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel verduidelijkt zelf de berekeningswijze van de aftrekken niet verder; het laat dat aan de Koning.
Zo past Theca dit toe
Scherm venb
Theca gebruikt deze bepaling op het scherm venb, voor de beperking van de aftrekken in tweede orde (de korf). Statusvoorstel: toegepast.
| Parameter | Waarde | Geldig vanaf | | --- | --- | --- | | Korf: volledig aftrekbare schijf | 100000000 (eenheid niet vermeld in de parameters) | 2018-01-01 | | Korf: aftrekbaar percentage boven de schijf | 70 % | 2018-01-01 | | Korf: aftrekbaar percentage boven de schijf | 40 % | 2023-01-01 | | Korf: aftrekbaar percentage boven de schijf | 70 % | 2024-01-01 |
Voor een belastbaar tijdperk vanaf 2024-01-01 is de geldende parameter 70 %, hetzelfde percentage als in laag 1. De schijf staat in laag 1 als 1.000.000 euro.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De minister van Financiën, Overwegende de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen; Overwegende dat de voormelde wet in werking treedt op 31 december 2023; Overwegende dat de voormelde wet de omzetting vormt van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 15 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie; Wordt vastgesteld dat vanaf 31 december 2023 aan de voorwaarde voor de toepassing van artikel 124, zesde lid, van de programmawet van 26 december 2022 is voldaan. Artikel 122, 2°, van de programmawet van 26 december 2022 treedt aldus in werking op 1 januari 2024 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2025 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2024.] De in de artikelen 201 tot 206, 536 en 543 bedoelde aftrekken worden vervolgens van de resterende winst die overblijft na toepassing van artikel 206/5 afgetrokken. Deze aftrekken gebeuren met inachtneming van de oorsprong van de winst en bij voorrang van de winst waarin die bedragen voorkomen. In eerste orde en in de hierna bepaalde volgorde, ten belope van het resterende saldo van de winst van het belastbare tijdperk: - de in de artikelen 202 tot 205 bedoelde aftrek, met uitsluiting van het deel van deze aftrek dat betrekking heeft op de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die in dat tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de in artikel 543 bedoelde aftrek voor octrooi-inkomsten; - de in de artikelen 205/1 tot 205/4 bedoelde aftrek, met uitsluiting van het deel van deze aftrek dat betrekking heeft op de in artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde inkomsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die in dat tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de investeringsaftrek, die enkel wordt afgetrokken van het bedrag van de Belgische winst dat overblijft na toepassing van de voorgaande streepjes; - de in artikel 205/5 bedoelde aftrek van de groepsbijdrage. In tweede orde en in de hierna bepaalde volgorde, ten belope van het na toepassing van het tweede lid resterende saldo van de winst van het belastbare tijdperk: - de aftrek van de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die in dat of in een later tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de aftrek van de in artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde inkomsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die in dat of in een later tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de in artikel 206 bedoelde vorige beroepsverliezen; - de in artikel 536, derde lid, bedoelde aftrek; - de in artikel 536, eerste en tweede lid, bedoelde aftrek. De Koning kan de berekeningswijze van de in de artikelen 199 tot 206 en 536 bepaalde aftrekken verduidelijken. Het totale bedrag van de in het derde lid bedoelde aftrekken wordt voor het belastbare tijdperk beperkt tot 1.000.000 euro, vermeerderd met 70 % van het gedeelte van de na toepassing van de in het tweede lid bedoelde aftrekken overblijvende winst die het bedrag van 1.000.000 euro overstijgt. De aldus beperkte aftrek wordt uitgevoerd in de in het derde lid bepaalde volgorde. De Koning kan de berekeningswijze van deze aftrekken verduidelijken. Ten name van een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt, is het vijfde lid niet van toepassing op de in artikel 206 bedoelde verliezen, gedurende de eerste vier belastbare tijdperken vanaf haar oprichting zoals bedoeld in artikel 145²⁶, § 1, derde en vierde lid. De aftrek van de vorige beroepsverliezen wordt uitgevoerd in overeenstemming met artikel 206/4. In geval van verwerving of van wijziging tijdens het belastbaar tijdperk van de controle van een vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, zijn, noch aftrekbaar van de winst van dat tijdperk, noch van deze van enig later belastbaar tijdperk: - in afwijking van artikel 72, de niet-verleende investeringsaftrek wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken welke voorafgaan aan eerstgenoemde tijdperk; - in afwijking van artikel 202, § 3, de winst die wordt uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap die in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in toepassing van artikel 185/2 werd belast; - in afwijking van artikel 205, § 3, de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende in de artikelen 202 tot 205 bedoelde aftrek; - in afwijking van artikel 205/1, § 1, tweede lid, de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende aftrek voor innovatie-inkomsten; - in afwijking van artikel 536, de niet-verleende aftrek voor risicokapitaal wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken welke voorafgaan aan eerstgenoemd tijdperk; - in afwijking van artikel 206, de vorige beroepsverliezen.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.