WIB 92, Art. 206/3
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel is een stap in de volgorde waarin het belastbare inkomen in de vennootschapsbelasting wordt vastgesteld. Het vertrekt van het resultaat dat vastgesteld is volgens artikel 206/2. Daarvan worden eerst de bestanddelen afgetrokken waarop geen van de aftrekken van de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 mag worden verricht, "noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk". De wet somt die bestanddelen op: het gedeelte van het resultaat uit abnormale of goedgunstige voordelen bedoeld in artikel 79; de financiële voordelen of voordelen van alle aard bedoeld in artikel 53, 24°; de grondslag van de afzonderlijke aanslag van artikel 219; het gedeelte van de winst bestemd voor de uitgaven van artikel 198, § 1, 9°, 9° bis, 12° en 17°; het gedeelte van de winst uit de niet-naleving van artikel 194quater, § 2, vierde lid, en de toepassing van artikel 194quater, § 4; bepaalde kapitaal- en interestsubsidies aan landbouwers bedoeld in artikel 217, eerste lid, 4°; de grondslag van de belasting van artikel 519ter, § 1. Een tweede reeks bestanddelen wordt op dezelfde manier afgetrokken, maar hier geldt de uitsluiting van aftrekken "met uitzondering van de overeenkomstig artikel 205, § 2, aftrekbare inkomsten". Die tweede reeks is: het gedeelte van het resultaat dat het voorwerp is van een wijziging van de aangifte (artikel 346) of een aanslag van ambtswege (artikel 351) waarvoor de belastingverhogingen van artikel 444 tegen een percentage gelijk aan of hoger dan 10 % effectief worden toegepast; en het gedeelte van de groepsbijdrage van artikel 185, § 4, eerste lid, dat het negatieve resultaat overschrijdt dat vastgesteld is vóór de opname van die groepsbijdrage in de belastbare grondslag. Daarna, volgens paragraaf 2, wordt het totale resultaat vermeerderd met de verliezen die krachtens artikel 185, § 3, eerste of tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Het enige percentage in de tekst is een drempel: de tweede reeks bestanddelen omvat een wijziging van de aangifte of een aanslag van ambtswege alleen als de belastingverhogingen "tegen een percentage gelijk of hoger dan 10 %" effectief worden toegepast. Symbolisch: is het resultaat volgens artikel 206/2 R, is het totaal van de afgetrokken bestanddelen van paragraaf 1 A en zijn de verliezen die krachtens artikel 185, § 3, eerste of tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten V, dan rekent deze stap verder met R − A + V.
Veelgemaakte fouten
- Aftrekken toepassen op deze bestanddelen of ze compenseren met het verlies van het tijdperk. De wet zegt dat geen van de aftrekken van de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 erop mag worden verricht, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk.
- De twee reeksen op dezelfde manier behandelen. Voor de tweede reeks geldt de uitsluiting "met uitzondering van de overeenkomstig artikel 205, § 2, aftrekbare inkomsten".
- Elke wijziging van de aangifte of aanslag van ambtswege meetellen. Alleen het gedeelte waarvoor de belastingverhogingen van artikel 444 tegen een percentage gelijk aan of hoger dan 10 % effectief worden toegepast, hoort bij de tweede reeks.
- De hele groepsbijdrage opnemen. Het gaat alleen om het gedeelte dat het negatieve resultaat overschrijdt, vastgesteld vóór de opname van de groepsbijdrage in de belastbare grondslag.
- Paragraaf 2 overslaan. Na paragraaf 1 wordt het resultaat vermeerderd met de verliezen die krachtens artikel 185, § 3, eerste of tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten.
Niet behandeld: de tekst bevat na de eerste opsomming een weglating "(...)"; wat daar stond, staat niet in de gegevens.
Verwante bepalingen
- WIB92:206/2 — vermindert het resultaat volgens artikel 206/1 met het werkelijke resultaat van forfaitair belaste activiteiten van de zeescheepvaart of van het beheer van zeeschepen voor rekening van derden; dat is het vertrekpunt van dit artikel.
- WIB92:199 — trekt vrijgestelde inkomsten en uitgaven die voor een belastingvermindering voor giften in aanmerking komen, en die in de winst begrepen zijn, van die winst af, met de uitzonderingen die het noemt.
- WIB92:206 — trekt vorige beroepsverliezen achtereenvolgens af van de winst van elk volgende belastbare tijdperk.
- WIB92:536 — regelt de aftrek van overgedragen vrijstellingen voor de aftrek voor risicokapitaal.
- WIB92:543 — laat de belastingplichtige onder voorwaarden de toepassing vragen van de vroegere aftrek voor octrooi-inkomsten.
- WIB92:79 — beroepsverliezen worden niet afgetrokken van het gedeelte van de winst of de baten uit abnormale of goedgunstige voordelen verkregen uit een onderneming waarmee de belastingplichtige in een band van wederzijdse afhankelijkheid staat.
- WIB92:53 — somt op wat niet als beroepskosten wordt aangemerkt; punt 24° gaat onder meer over commissies, vergoedingen of voordelen van alle aard verleend in het kader van omkoping.
- WIB92:219 — vestigt een afzonderlijke aanslag, onder meer op niet door individuele fiches verantwoorde kosten, op verdoken meerwinsten en op de financiële voordelen of voordelen van alle aard van artikel 53, 24°.
- WIB92:198 — somt in § 1 op wat niet als beroepskosten wordt aangemerkt, onder meer in 9° en 9°bis een deel van de kosten van voertuigen die voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld.
- WIB92:194quater — gaat over de investeringsreserve; § 4 bepaalt dat de voorheen vrijgestelde investeringsreserve als winst wordt aangemerkt als niet wordt geïnvesteerd op de wijze en binnen de termijn van § 3.
- WIB92:217 — bepaalt verlaagde tarieven van de vennootschapsbelasting, onder meer in 4° voor kapitaal- en interestsubsidies die de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers toekennen.
- WIB92:519ter — verlaagt voor bepaalde aanslagjaren het tarief voor bepaalde belastbare opnemingen, onder meer op de investeringsreserve.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet zelf hoe de afgetrokken bestanddelen worden berekend; het verwijst daarvoor naar de artikelen die het noemt.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Van het resultaat dat overeenkomstig artikel 206/2 is vastgesteld, worden de bestanddelen afgetrokken waarop geen van de in de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 bepaalde aftrekken, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk, mag worden verricht: - het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen bedoeld in artikel 79; - de verkregen financiële voordelen of voordelen van alle aard bedoeld in artikel 53, 24°; - de grondslag van de in artikel 219 bedoelde afzonderlijke aanslag; - het gedeelte van de winst dat bestemd is voor de uitgaven bedoeld in artikel 198, § 1, 9°, 9° bis, 12° en 17°; - het gedeelte van de winst uit de niet-naleving van artikel 194quater, § 2, vierde lid, en de toepassing van artikel 194quater, § 4; - de in artikel 217, eerste lid, 4°, bedoelde kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers wordt toegekend; - de grondslag van de in artikel 519ter, § 1, bedoelde belasting; (...) Van het resultaat dat overeenkomstig artikel 206/2 is vastgesteld, worden eveneens de bestanddelen afgetrokken waarop geen van de in de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 bepaalde aftrekken, noch compensatie met het verlies van het belastbare tijdperk, mag worden verricht met uitzondering van de overeenkomstig artikel 205, § 2, aftrekbare inkomsten: - het gedeelte van het resultaat dat het voorwerp uitmaakt van een wijziging van de aangifte bedoeld in artikel 346 of een aanslag van ambtswege bedoeld in artikel 351 waarvoor de in artikel 444 bedoelde belastingverhogingen tegen een percentage gelijk of hoger dan 10 % effectief worden toegepast. - het gedeelte van het bedrag van de in artikel 185, § 4, eerste lid, bedoelde groepsbijdrage dat het negatieve resultaat, vastgesteld vóór de opname van de groepsbijdrage in de belastbare grondslag van het belastbare tijdperk, overschrijdt. § 2. Na toepassing van paragraaf 1 wordt vervolgens het totale bedrag van het resultaat vermeerderd met het bedrag van de verliezen die krachtens artikel 185, § 3, eerste of tweede lid buiten beschouwing worden gelaten.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.