WIB 92, Art. 206
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 206 regelt de aftrek van vorige beroepsverliezen in de vennootschapsbelasting. De wet bepaalt dat vorige beroepsverliezen achtereenvolgens van de winst van elk volgend belastbaar tijdperk worden afgetrokken. Het gaat om verliezen die werden vastgesteld volgens de wetgeving die voor die tijdperken gold en die niet vroeger konden worden afgetrokken of niet vroeger onder de vennoten werden verdeeld; bij verliezen in landen waar de winst bij verdrag is vrijgesteld, gaat het om verliezen die voorheen niet door bij verdrag vrijgestelde winst waren gedekt. Voor verliezen in een buitenlandse inrichting in een verdragsland, geleden in een belastbaar tijdperk dat is aangevangen vóór 1 januari 2020, gelden extra beperkingen: ze zijn uitgesloten als de vennootschap niet heeft aangetoond dat het verlies niet in aftrek werd of wordt genomen van de winsten van die inrichting zoals de andere Staat ze vaststelt, of als de inrichting werd overgedragen bij een inbreng, fusie, splitsing of gelijkgestelde verrichting; en ze zijn slechts van de resterende winst aftrekbaar in zover ze de bij verdrag vrijgestelde winst overtreffen. Ook het definitieve beroepsverlies van artikel 185, § 3, is slechts van de resterende winst aftrekbaar in zover het de bij verdrag vrijgestelde winst overtreft; start de vennootschap binnen de drie jaar na die aftrek opnieuw activiteiten op zoals bedoeld in artikel 185, § 3, zesde lid, dan worden de resterende, nog niet afgetrokken definitieve beroepsverliezen uitgesloten. § 2 regelt wat er met de verliezen gebeurt bij een inbreng, fusie, splitsing of gelijkgestelde verrichting, § 3 regelt de overbrenging naar België van de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van een buitenlandse vennootschap, en § 4 laat op vraag een achterwaartse aftrek toe voor verliezen door schade aan landbouwteelten veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden. Niet behandeld: de regel van § 2 voor het geval waarin de fiscale nettowaarde van de inbrengen gelijk is aan nul, de bijzondere regels van § 2 voor verrichtingen als bedoeld in artikel 231, § 2 of § 3, en de regel voor fiscaal neutrale verrichtingen waarbij de overgenomen, gesplitste of inbrengende vennootschap een intra-Europese vennootschap is.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel geldt voor vennootschappen met vorige beroepsverliezen; § 4 alleen voor een belastingplichtige die voldoet aan de criteria bedoeld in artikel 78, § 2, vierde lid.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Wel legt § 2 een verhouding vast, die symbolisch te tonen is. Een vennootschap heeft nog niet afgetrokken beroepsverliezen V en neemt met toepassing van artikel 211, § 1, een andere vennootschap over. Noem de fiscale nettowaarde van de overnemende vennootschap vóór de verrichting A en die van de overgenomen bestanddelen vóór de verrichting B. De eigen verliezen V van de overnemende vennootschap zijn dan slechts definitief aftrekbaar ten belope van V × A / (A + B). Is A gelijk aan nul, dan bepaalt de wet dat geen vorig beroepsverlies kan worden verrekend.
Veelgemaakte fouten
- Na een inbreng of overneming met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en derde lid, of van artikel 211, § 1, de volledige eigen verliezen van de overnemende of verkrijgende vennootschap blijven aftrekken. § 2 maakt ze slechts definitief aftrekbaar naar verhouding van haar fiscale nettowaarde vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen.
- Vergeten dat geen vorig beroepsverlies kan worden verrekend wanneer de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting gelijk is aan nul.
- Denken dat de verliezen van een overgenomen vennootschap bij een fusie met toepassing van artikel 211, § 1, volledig overgaan. Ze blijven bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de overgenomen vennootschap vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen. Bij een splitsing met toepassing van artikel 211, § 1, geldt die regel op het deel van het verlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap.
- Bij de beperking van § 2 de volgorde vergeten: de beperking wordt geacht eerst plaats te vinden op de beroepsverliezen en vervolgens op de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten.
- Verliezen van een buitenlandse inrichting in een verdragsland uit een belastbaar tijdperk aangevangen vóór 1 januari 2020 aftrekken zonder het bewijs dat ze niet in aftrek werden of worden genomen van de winsten van die inrichting zoals de Staat van de inrichting ze vaststelt.
- De achterwaartse verliesaftrek van § 4 zien als een keuze die later nog te wijzigen is. De aanvraag gebeurt met een formulier en is definitief en onherroepelijk; bovendien worden de verliezen waarvoor ze gevraagd wordt pas afgetrokken na de aftrek van vorige beroepsverliezen volgens § 1.
Verwante bepalingen
- WIB92:185 — haar laag 1 bevat in § 3 de regeling voor beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarvan de winst bij verdrag wordt vrijgesteld, met een uitzondering voor definitieve beroepsverliezen geleden binnen een lidstaat van de Europese Economische Ruimte; artikel 206 verwijst naar haar § 3.
- WIB92:46 — haar laag 1 regelt onder meer de volledige maar tijdelijke vrijstelling van stopzettingsmeerwaarden bij de inbreng van één of meer bedrijfstakken of van de algemeenheid van goederen in een vennootschap tegen aandelen; § 2 verwijst naar haar § 1, eerste lid, 2° en derde lid.
- WIB92:211 — haar laag 1 regelt de fusie, splitsing en gelijkgestelde verrichtingen; § 2 verwijst naar haar § 1.
- WIB92:205 — haar laag 1 laat in § 3 niet-afgetrokken inkomsten als bedoeld in artikel 202, § 1, 1° en 3°, overdragen naar volgende belastbare tijdperken; § 2 van artikel 206 past de beperking ook op die inkomsten toe.
- WIB92:231 — haar laag 1 behandelt in § 2 de verwerving van een Belgische inrichting of in België gelegen bestanddelen naar aanleiding van een fusie, splitsing, gelijkgestelde verrichting of inbreng door een binnenlandse of intra-Europese vennootschap; § 2 van artikel 206 heeft een eigen regel voor verrichtingen als bedoeld in haar § 2 of § 3.
- WIB92:78 — haar laag 1 regelt de aftrek van vorige beroepsverliezen van de beroepsinkomsten en in § 2 de achterwaartse verliesaftrek bij schade aan landbouwteelten; § 4 van artikel 206 verwijst naar haar § 2 voor de criteria, het protocol en het bedrag van de schade.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel legt het model van het formulier voor de achterwaartse verliesaftrek en de indieningsmodaliteiten niet zelf vast; dat laat het aan de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Vorige beroepsverliezen worden achtereenvolgens van de winst van elk volgende belastbare tijdperk afgetrokken. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt onder vorige beroepsverliezen, de verliezen begrepen die werden vastgesteld overeenkomstig de wetgeving die van toepassing was voor de betreffende belastbare tijdperken en die niet vroeger konden worden afgetrokken of niet vroeger onder de vennoten werden verdeeld, of, in het geval van vorige beroepsverliezen die zijn geleden in landen waar de winsten bij verdrag zijn vrijgesteld, voorheen niet door bij verdrag vrijgestelde winst waren gedekt. Vorige beroepsverliezen die werden geleden in de loop van een belastbaar tijdperk dat is aangevangen voor 1 januari 2020, in een buitenlandse inrichting die gelegen is in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten: - worden van de toepassing van het eerste lid uitgesloten indien de vennootschap niet heeft aangetoond dat dit verlies niet in aftrek werd of wordt genomen van de winsten van deze buitenlandse inrichting die door de Staat waar deze inrichting is gelegen werden of worden vastgesteld. Bovendien worden deze verliezen eveneens van de toepassing van het eerste lid uitgesloten indien de desbetreffende buitenlandse inrichting werd overgedragen in het kader van een inbreng, een fusie, een splitsing of een gelijkgestelde verrichting; - kunnen slechts van de resterende winst worden afgetrokken in zover ze de bij verdrag vrijgestelde winst overtreffen. Het in artikel 185, § 3, bedoelde definitieve beroepsverlies, kan eveneens slechts van de resterende winst worden afgetrokken in zover ze de bij verdrag vrijgestelde winst overtreffen. In het geval de vennootschap binnen de drie jaar na de aftrek van het definitieve beroepsverlies opnieuw activiteiten opstart, zoals bedoeld in artikel 185, § 3, zesde lid, worden de resterende definitieve beroepsverliezen die in vorige belastbare tijdperken nog niet in toepassing van dit artikel werden afgetrokken, van de toepassing van het eerste lid uitgesloten. § 2. Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfstak of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap door fusie, splitsing of ermee gelijkgestelde verrichting geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en derde lid, of van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen en de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die inbreng of die overneming nog niet heeft kunnen aftrekken slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting. Geen vorig beroepsverlies kan worden verrekend indien de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting gelijk is aan nul. In geval van fusie met toepassing van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen en de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten die een overgenomen vennootschap vóór die fusie nog niet heeft kunnen aftrekken bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de eerstgenoemde vennootschap vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen. In geval van splitsing met toepassing van artikel 211, § 1, geldt de vorenstaande regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap. Het tweede lid is niet van toepassing indien de fiscale nettowaarde van de inbrengen gelijk is aan nul. Het eerste lid is eveneens van toepassing in geval van fusie, splitsing of ermee gelijkgestelde verrichting of van inbreng van een bedrijfstak of een algemeenheid van goederen indien de overgenomen, gesplitste of inbrengende vennootschap een intra-Europese vennootschap is en de verrichting fiscaal neutraal is. In geval van een verrichting als bedoeld in artikel 231, § 2 of § 3, zijn de beroepsverliezen en de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór deze verrichting nog niet heeft kunnen aftrekken slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredig aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden eveneens vóór de verrichting, van deze vennootschap en van de vóór de verrichting in België aanwezige Belgische inrichting en andere in België gelegen ingebrachte elementen van de overgenomen, gesplitste of inbrengende vennootschap. In geval van een verrichting als bedoeld in artikel 231, § 2 of § 3, is het tweede lid enkel van toepassing voor wat betreft de beroepsverliezen en de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten die de overgenomen, gesplitste of inbrengende vennootschap vóór de verrichting binnen haar Belgische inrichting nog niet heeft kunnen aftrekken en wordt de in het tweede lid bedoelde verhouding vastgesteld enkel uitgaande van de fiscale nettowaarde van de Belgische inrichting vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de verrichting, van de overnemende of verkrijgende binnenlandse vennootschap en die overgenomen of verkregen Belgische inrichting. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de beperking van de aftrekbaarheid geacht eerst plaatst te vinden op de beroepsverliezen en vervolgens op de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten. § 3. Ingeval een buitenlandse vennootschap haar voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer naar België overbrengt, geldt het bepaalde in § 1, eerste lid, voor wat betreft beroepsverliezen door deze vennootschap geleden binnen een Belgische inrichting waarover deze vennootschap vóór deze overbrenging beschikte. § 4. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt op vraag van de belastingplichtige die voldoet aan de criteria bedoeld in artikel 78, § 2, vierde lid, het gedeelte van de beroepsverliezen, dat toe te schrijven is aan schade aan landbouwteelten veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden, en geleden in een gewest waarmee een in artikel 78, § 2, derde lid, bedoeld protocol werd gesloten, achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie belastbare tijdperken voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin die schade definitief is vastgesteld, te beginnen met het oudste. Het gedeelte van deze beroepsverliezen dat niet in aftrek kan worden gebracht van deze beroepsinkomsten, is aftrekbaar overeenkomstig paragraaf 1. Het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te schrijven is aan de in het eerste lid omschreven schade stemt overeen met het bedrag van de beroepsverliezen, beperkt tot het overeenkomstig artikel 78, § 2, tweede lid, omschreven bedrag van deze schade die in het belastbare tijdperk definitief werd vastgesteld. De Koning kan, na raadpleging van de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid, op nadere wijze het tijdstip omschrijven waarop de schade definitief is vastgesteld. De beroepsverliezen waarvoor de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek wordt gevraagd, worden afgetrokken na aftrek van de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken bij toepassing van paragraaf 1. De belastingplichtige vraagt de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek aan de hand van een formulier, waarvan het model door de Koning wordt vastgelegd en dat uitwerking heeft op de gevestigde aanslagen die betrekking hebben op de drie belastbare tijdperken die voorafgaan aan het belastbare tijdperk waarin de in het eerste lid bedoelde schade definitief is vastgesteld. Deze aanvraag is definitief en onherroepelijk. De Koning bepaalt de indieningsmodaliteiten van dit formulier.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.