WIB 92, Art. 205/4
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt in de vennootschapsbelasting het bewijs en enkele grenzen van de aftrek voor innovatie-inkomsten. § 1: de belastingplichtige houdt bewijsstukken ter beschikking van de administratie die per intellectueel eigendomsrecht de vaststelling mogelijk maken van de werkelijke waarde van de van een verbonden onderneming verworven rechten waaruit het recht ontstaan is, de innovatie-inkomsten, de kosten die in mindering gebracht zijn om tot de netto-inkomsten te komen, en de uitgaven uit artikel 205/1, § 2, 4° en 5°. Kan de vennootschap aantonen dat de vaststelling per intellectueel eigendomsrecht vanuit praktisch oogpunt niet uitvoerbaar is, dan mag ze de innovatie-inkomsten hetzij per type product of dienst, hetzij per groep van producten of diensten vaststellen. § 2: de Koning bepaalt de nadere regels en de termijn voor die verplichting. § 3: de belastingplichtige moet bij zijn aangifte een opgave voegen volgens het model van de minister van Financiën of zijn afgevaardigde, voor elk aanslagjaar waarvoor ofwel de aftrek toegepast wordt, ofwel de termijn van een gekozen lineaire spreiding nog niet vervallen is, ofwel de termijn van herbelegging na een vervreemding nog niet vervallen is. § 4: past de vennootschap de aftrek voor octrooi-inkomsten overeenkomstig artikel 543 toe, dan zijn de artikelen 205/1 tot 205/4 voor dat octrooi niet van toepassing, voor dat belastbaar tijdperk en de volgende belastbare tijdperken die afsluiten vóór 1 juli 2021. § 5: worden de vergoedingen uit de vervreemding van een intellectueel eigendomsrecht niet tijdig herbelegd, dan wordt de eerder vrijgestelde winst met betrekking tot die vervreemding als inkomen van het belastbaar tijdperk beschouwd.
Voor wie
Het toepassingsgebied in de gegevens is de vennootschapsbelasting. De bepaling staat in de titel over de vennootschapsbelasting, bij de vaststelling van het netto-inkomen, in de onderafdeling over de aftrekken van de belastbare winst.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
De tekst zelf bevat wel een overgangsgrens in § 4: de uitsluiting bij toepassing van de aftrek voor octrooi-inkomsten geldt voor de belastbare tijdperken die afsluiten vóór 1 juli 2021.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- De bewijsstukken pas op vraag samenstellen. De wet zegt dat de belastingplichtige ze ter beschikking van de administratie houdt, per intellectueel eigendomsrecht.
- De innovatie-inkomsten per product of productgroep vaststellen zonder dat de voorwaarde vervuld is. Dat mag alleen als de vennootschap kan aantonen dat de vaststelling per intellectueel eigendomsrecht vanuit praktisch oogpunt niet uitvoerbaar is.
- De opgave alleen voegen in een jaar waarin de aftrek toegepast wordt. § 3 noemt ook de aanslagjaren waarin de termijn van een gekozen lineaire spreiding nog niet vervallen is (tenzij de aftrek voor dat recht, type of die groep niet langer toegepast wordt), en de aanslagjaren waarin de termijn van herbelegging na een vervreemding nog niet vervallen is.
- De aftrek voor innovatie-inkomsten en de aftrek voor octrooi-inkomsten voor hetzelfde octrooi combineren. § 4 sluit de artikelen 205/1 tot 205/4 uit voor het octrooi waarvoor de aftrek voor octrooi-inkomsten toegepast wordt, voor de belastbare tijdperken die afsluiten vóór 1 juli 2021.
- De herbeleggingsvoorwaarde vergeten. Zijn de vergoedingen niet binnen een termijn van vijf jaar vanaf de eerste dag van het kalenderjaar van de vervreemding, en uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid, besteed aan uitgaven uit artikel 205/1, § 2, 4°, voor een of meerdere andere intellectuele eigendomsrechten, dan wordt de eerder vrijgestelde winst met betrekking tot die vervreemding als inkomen van het belastbaar tijdperk beschouwd.
Verwante bepalingen
- WIB92:205/1 — vermindert de winst met een deel van de overeenkomstig artikel 205/3 vastgestelde bedragen ("aftrek voor innovatie-inkomsten") en omschrijft in § 2 de begrippen, waaronder intellectueel eigendomsrecht, innovatie-inkomsten, netto-inkomsten, kwalificerende uitgaven en globale uitgaven.
- WIB92:205/2 — bepaalt de innovatie-inkomsten als het deel van de netto-inkomsten dat uitsluitend betrekking heeft op een intellectueel eigendomsrecht, en regelt de keuze voor een lineaire spreiding van uitgaven.
- WIB92:543 — laat de belastingplichtige onder voorwaarden de toepassing vragen van de aftrek voor octrooi-inkomsten zoals die bestond vóór de opheffing door de wet van 3 augustus 2016.
- KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel legt zelf de nadere regels en de termijn voor de verplichting van § 1 niet vast; dat laat het aan de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De belastingplichtige houdt ter beschikking van de administratie de bewijsstukken die per intellectueel eigendomsrecht de vaststelling mogelijk maken van: - de werkelijke waarde van de van een verbonden onderneming verworven intellectuele eigendomsrechten waaruit het intellectueel eigendomsrecht is ontstaan; - de in artikel 205/1, § 2, 2°, bedoelde innovatie-inkomsten die uitsluitend betrekking hebben op het intellectueel eigendomsrecht; - de van de innovatie-inkomsten in mindering gebrachte kosten om tot de in artikel 205/1, § 2, 3°, bedoelde netto-inkomsten te komen; - de in artikel 205/1, § 2, 4°, bedoelde uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op het intellectueel eigendomsrecht; - de in kosten opgenomen in artikel 205/1, § 2, 5°, bedoelde uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op het intellectueel eigendomsrecht. Wanneer de vennootschap kan aantonen dat de vaststelling van de innovatie-inkomsten per intellectueel eigendomsrecht vanuit praktisch oogpunt niet uitvoerbaar is, mag zij de innovatie-inkomsten vaststellen, hetzij per type product of dienst, hetzij per groep van producten of diensten, die voortvloeien uit intellectuele eigendomsrechten. § 2. De Koning bepaalt de nadere regels en de termijn voor de in § 1 bedoelde verplichting. § 3. Om het voordeel van de aftrek voor innovatie-inkomsten te rechtvaardigen moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld, voor elk aanslagjaar waarvoor: - ofwel, de aftrek voor innovatie-inkomsten wordt toegepast; - ofwel, de termijn van de in een vorig belastbaar tijdperk gekozen methode van lineaire spreiding bedoeld in artikel 205/2, § 2, derde lid, nog niet is komen te vervallen, tenzij de aftrek voor innovatie-inkomsten met betrekking tot hetzij dat intellectueel eigendomsrecht, hetzij dat type product of dienst, hetzij die groep van producten of diensten, waarvoor de methode van lineaire spreiding werd gekozen, niet langer wordt toegepast; - ofwel, de in § 5 bedoelde termijn van herbelegging als gevolg van de vervreemding van een intellectueel eigendomsrecht in een vorig belastbaar tijdperk nog niet is komen te vervallen. § 4. Indien de vennootschap de aftrek voor octrooi-inkomsten overeenkomstig artikel 543 toepast, zijn de artikelen 205/1 tot 205/4 niet van toepassing voor dat belastbaar tijdperk alsmede voor de daarop volgende belastbare tijdperken die afsluiten vóór 1 juli 2021, met betrekking tot het octrooi waarvoor de aftrek voor octrooi-inkomsten wordt toegepast. § 5. Indien de vennootschap de vergoedingen verkregen bij de vervreemding van een in artikel 205/1, § 2, 2°, vijfde streepje, bedoeld intellectueel eigendomsrecht niet binnen een termijn van vijf jaar vanaf de eerste dag van het kalenderjaar waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden en uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid, heeft besteed aan in artikel 205/1, § 2, 4°, bedoelde uitgaven betreffende een of meerdere andere in artikel 205/1, § 2, 1°, bedoelde intellectuele eigendomsrechten, wordt het totaal bedrag van de in een vorig belastbaar tijdperk krachtens de artikelen 205/1 tot 205/4 vrijgestelde winst met betrekking tot deze vervreemding als een inkomen van het belastbaar tijdperk beschouwd.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.