WIB 92, Art. 202
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 202 bepaalt welke inkomsten mede van de winst van het belastbare tijdperk worden afgetrokken, in zover ze erin voorkomen. Volgens § 1 zijn dat: dividenden, met uitzondering van inkomsten verkregen naar aanleiding van de afstand aan een vennootschap van haar eigen aandelen of van de gehele of gedeeltelijke verdeling van het vermogen van een vennootschap (1°); bij een dividend waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige buitenlandse bepalingen zijn toegepast, het positieve verschil tussen wat verkregen is en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen, eventueel verhoogd met de voorheen uitgedrukte en niet vrijgestelde meerwaarden (2°); en het bedrag dat geacht wordt te zijn toegekend ten gevolge van een verrichting bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater (3°). § 2 maakt die aftrek afhankelijk van twee voorwaarden: een deelneming van ten minste 10 % of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro, en een behoud in volle eigendom gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar. § 3 en § 4 voegen twee aftrekken toe: voor winst uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap die al als niet-uitgekeerde winst werd belast, en voor dividenden uit de realisatie van bestanddelen die naar het buitenland zijn overgebracht bij een verrichting bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel gaat over vennootschappen die dividenden en gelijkgestelde inkomsten verkrijgen. De voorwaarden van § 2 gelden niet voor inkomsten verkregen door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen, niet voor inkomsten verleend of toegekend door de in artikel 180, eerste lid, 1°, bedoelde intercommunales, samenwerkingsverbanden, projectverenigingen, autonome gemeentebedrijven en verenigingen, en niet voor inkomsten verleend of toegekend door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Een voorbeeld met alleen de getallen uit de wet: een vennootschap bezit op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van een dividend een deelneming van precies 10 % in het kapitaal van de uitkerende vennootschap, en houdt die aandelen al ten minste één jaar ononderbroken in volle eigendom. Aan beide voorwaarden van § 2 is dan voldaan, want de wet vraagt "ten minste". Bezit ze minder dan 10 %, dan kan de deelnemingsvoorwaarde nog vervuld zijn als de aanschaffingswaarde van de deelneming ten minste 2.500.000 euro bedraagt; is de verkrijgende vennootschap geen kleine vennootschap, dan moet die deelneming daarbij de aard van financiële vaste activa hebben.
Veelgemaakte fouten
- Ook inkomsten uit de afstand van eigen aandelen of uit een gehele of gedeeltelijke vermogensverdeling onder 1° brengen. 1° sluit ze uit; voor dividenden waarop de artikelen 186, 187 of 209 zijn toegepast, geldt de eigen regel van 2°.
- De deelnemingsvoorwaarde op een ander moment toetsen. De wet kijkt naar de datum van toekenning of betaalbaarstelling van de inkomsten.
- Bij de toets op de aanschaffingswaarde vergeten dat de deelneming de aard van financiële vaste activa moet hebben wanneer de verkrijgende vennootschap geen kleine vennootschap is.
- Bij een omruiling na een verrichting als vermeld in artikel 45, of na een belastingneutrale verrichting als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, de behoudsperiode opnieuw laten beginnen. Voor de voorwaarde van één jaar worden die verrichtingen geacht niet te hebben plaatsgegrepen.
- De fictie van niet-overdracht van eigendom van artikel 2, § 2, gebruiken om aan de deelnemingsvoorwaarde te voldoen. De wet sluit dat uit.
- Inkomsten uit aandelen verworven krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten aftrekken. Die zijn bovendien niet aftrekbaar.
- De voorwaarden van § 2 toepassen op inkomsten die voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van gelijkaardige bepalingen in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Voor die inkomsten gelden ze niet.
Verwante bepalingen
- WIB92:18 — haar laag 1 omschrijft wat dividenden omvatten; § 1, 3°, en § 4 verwijzen naar haar eerste lid, 2°quater.
- WIB92:186 — haar laag 1 merkt bij de verkrijging van eigen aandelen het positieve verschil met het gerevaloriseerde gestorte kapitaal aan als uitgekeerd dividend.
- WIB92:187 — haar laag 1 doet hetzelfde bij een gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen ten gevolge van overlijden, uittreding of uitsluiting van een vennoot.
- WIB92:209 — haar laag 1 doet hetzelfde bij de verdeling van het maatschappelijk vermogen ten gevolge van ontbinding of om een andere reden.
- WIB92:211 — haar laag 1 regelt de gevolgen van een fusie, splitsing of gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210; § 2 verwijst naar haar § 2, derde lid.
- WIB92:45 — haar laag 1 stelt meerwaarden op aandelen vrij in de gevallen die ze opsomt, onder meer naar aanleiding van een fusie of splitsing.
- WIB92:46 — haar laag 1 gaat over stopzettingsmeerwaarden die volledig maar tijdelijk worden vrijgesteld.
- WIB92:180 — haar laag 1 somt op wie niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen is, met in 1° de daar genoemde intercommunales, samenwerkingsverbanden, projectverenigingen, autonome gemeentebedrijven en verenigingen.
- WIB92:2 — laag 1 van artikel 202 verwijst naar haar § 2 voor de fictie van niet-overdracht van eigendom.
- WIB92:185/2 — laag 1 van artikel 202 verwijst ernaar; haar tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Deze tekst van het artikel zegt niet voor welk deel van de inkomsten de aftrek uiteindelijk wordt toegestaan.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Van de winst van het belastbare tijdperk worden mede afgetrokken, in zover zij erin voorkomen: 1° dividenden met uitzondering van inkomsten die zijn verkregen naar aanleiding van de afstand aan een vennootschap van haar eigen aandelen of naar aanleiding van de gehele of gedeeltelijke verdeling van het vermogen van een vennootschap; 2° in zover het een dividend betreft waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht zijn toegepast, het positieve verschil tussen de verkregen sommen of de waarde van de ontvangen bestanddelen en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen die worden verkregen, terugbetaald of geruild door de vennootschap die ze had uitgegeven, eventueel verhoogd met de desbetreffende voorheen uitgedrukte en niet vrijgestelde meerwaarden; 3° het bedrag dat geacht wordt toegekend te worden aan aandelen en winstbewijzen, hoe ook genaamd, ten gevolge van één van de verrichtingen bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater. § 2. De in paragraaf 1, 1° tot 3° , vermelde inkomsten, behalve voor zover deze voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van bepalingen met een gelijkaardig effect in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, zijn slechts aftrekbaar in zoverre: 1° op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de vennootschap die de inkomsten verkrijgt in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert, een deelneming bezit van ten minste 10 % of een deelneming bezit met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro die, indien deze vennootschap die de inkomsten verkrijgt geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft ; 2° deze inkomsten betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden. De omruiling van aandelen ingevolge verrichtingen als vermeld in artikel 45 of de vervreemding of verkrijging van aandelen ingevolge belastingneutrale verrichtingen als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1 en 231, §§ 2 en 3, worden geacht niet te hebben plaatsgegrepen voor de toepassing van het eerste lid, 2°. De voorwaarden vermeld in het eerste lid zijn evenwel niet van toepassing op de inkomsten: 1° die worden verkregen door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen; 2° die worden verleend of toegekend door de in artikel 180, eerste lid, 1°, bedoelde intercommunales, samenwerkingsverbanden, projectverenigingen, autonome gemeentebedrijven en verenigingen; 3° die worden verleend of toegekend door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen. De in artikel 2, § 2, bedoelde fictie van niet overdracht van eigendom, is niet van toepassing voor de vaststelling of aan de in het eerste lid, 1°, bedoelde voorwaarde is voldaan. De in § 1, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde inkomsten verkregen uit hoofde van aandelen die verworven zijn krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten zijn bovendien niet aftrekbaar. § 3. Van de winst van het belastbare tijdperk wordt eveneens de winst die wordt uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap afgetrokken, in zover zij erin voorkomen en voor zover en in de mate dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat deze winst reeds in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in toepassing van artikel 185/2 in zijn hoofde werd belast en nog niet eerder werd vrijgesteld. Voor toepassing van deze paragraaf wordt de winst van de buitenlandse vennootschap of de winst van een in een derde land gelegen inrichting van deze vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, geacht eerst te zijn uitgekeerd. § 4. Van de winst van het belastbaar tijdperk worden eveneens dividenden afgetrokken in de mate dat zij er in voorkomen en voor zover en in de mate dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat deze dividenden voortvloeien uit de realisatie van de bestanddelen die naar het buitenland zijn overgebracht als gevolg van één van de verrichtingen bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater, en tot ten hoogste het bedrag dat in toepassing van die bepaling in hoofde van de belastingplichtige als dividend werd aangemerkt.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.