WIB 92, Art. 201
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 201 legt vast hoe hoog de basisaftrek van de investeringsaftrek is die in artikel 69, eerste lid, 1°, en derde lid, bedoeld is. Voor een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringen worden verricht, bedraagt ze 10 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de nieuwe materiële of immateriële vaste activa, voor zover die rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die de vennootschap werkelijk uitoefent. Voor digitale vaste activa van zo'n kleine vennootschap geldt het basispercentage van 1°, verhoogd met 10 percentpunten. Voor een andere vennootschap bedraagt de aftrek 0 %. De aftrek wordt altijd in één keer toegepast. Een belastingplichtige die onherroepelijk heeft geopteerd voor het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling van artikel 289quater, kan niet meer genieten van de investeringsaftrek van de artikelen 69, eerste lid, 3°, en 70.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Een basisaftrek boven 0 % geldt alleen voor een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringen worden verricht.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Er staat geen eurobedrag in de gegevens; het voorbeeld is daarom symbolisch. Een kleine vennootschap verkrijgt een nieuw materieel vast actief met aanschaffingswaarde A, dat rechtstreeks verband houdt met de economische werkzaamheid die ze werkelijk uitoefent. De basisaftrek bedraagt dan A × 10 %, afgerond op hele centen, en wordt in één keer toegepast. Is het een digitaal vast actief, dan wordt het percentage 10 % verhoogd met 10 percentpunten. Voor een vennootschap die niet onder 1° of 1°/1 valt, is de basisaftrek A × 0 %, dus nul.
Veelgemaakte fouten
- De kleine-vennootschapstoets op het verkeerde aanslagjaar doen. De wet kijkt naar het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringen worden verricht.
- De aftrek toepassen op activa zonder rechtstreeks verband met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die de vennootschap werkelijk uitoefent.
- Voor digitale vaste activa het gewone percentage nemen. De wet verhoogt het basispercentage met 10 percentpunten.
- De basisaftrek over meerdere jaren spreiden. De in het eerste lid bedoelde aftrek wordt altijd in één keer toegepast.
- Investeringsaftrek van de artikelen 69, eerste lid, 3°, en 70 blijven vragen na een onherroepelijke keuze voor het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling van artikel 289quater.
Verwante bepalingen
- WIB92:69 — laag 1 van artikel 201 verwijst ernaar; haar tekst zit niet in de gegevens.
- WIB92:289quater — haar laag 1 regelt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling, waarvoor de belastingplichtige onherroepelijk moet opteren vanaf een bepaald belastbaar tijdperk.
- WIB92:70 — haar laag 1 laat de belastingplichtige toe de investeringsaftrek voor de vaste activa bedoeld in artikel 69/2, 2°, te spreiden over de afschrijvingsperiode.
Wat de wet niet regelt
De tekst in de gegevens is ingekort met "(...)" en zegt niet wat onder digitale vaste activa wordt verstaan.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De in artikel 69 , eerste lid, 1°, en derde lid, bedoelde basisaftrek van de investeringsaftrek bedraagt: 1° voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin die investeringen worden verricht, 10 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de nieuwe materiële of immateriële vaste activa voor zover deze vaste activa rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die door de vennootschap werkelijk wordt uitgeoefend. 1/1° voor digitale vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin die investeringen worden verricht, het basispercentage, zoals bedoeld in de bepaling onder 1°, verhoogd met 10 percentpunten; 2° voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die niet vermeld wordt in de bepalingen onder 1° en 1°/1, 0 % De in het eerste lid bedoelde aftrek wordt altijd in één keer toegepast. De belastingplichtige die onherroepelijk heeft geopteerd voor het in artikel 289quater vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling, kan niet meer genieten van de in de artikelen 69, eerste lid, 3°, en 70, vermelde investeringsaftrek. (...)
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.